Achter een gordijntje

De man die u vanuit bushokjes aanstaart en inmiddels overleden is, heet Weert-Jan Weerts. Zijn vrouw Xandra was onlangs te gast in de talkshow van Humberto Tan om over haar echtgenoot te vertellen. Hij liet een zoontje van zeven achter, omdat er geen remedie is tegen de aandoening die hij had: Amyotrofische Laterale Sclerose, afgekort

De man die u vanuit bushokjes aanstaart en inmiddels overleden is, heet Weert-Jan Weerts. Zijn vrouw Xandra was onlangs te gast in de talkshow van Humberto Tan om over haar echtgenoot te vertellen. Hij liet een zoontje van zeven achter, omdat er geen remedie is tegen de aandoening die hij had: Amyotrofische Laterale Sclerose, afgekort tot drie letters, simpel gezegd een kut-ziekte.

Laat het publiek bloed zien en ze happen; zet ‘seks’ in de kop van een artikel en ze klikken

In 2011 bereikte de wervingscampagne een hoogtepunt, overal in het land hingen posters en op de radio hoorden we de stemmen van overleden patiënten. Dik twee jaar later is Weert-Jan alsnog aan de beurt, helaas.

Naar eigen zeggen heeft de campagne in 2011 de Stichting ALS 500 procent meer giften opgeleverd. Toch vraag ik me af of deze shockvertising (zoals confronterende reclames worden genoemd) constructief werkt – is het niet een vorm die we inmiddels voorbij zijn, blasé door beelden en informatie, zat van marketeers die met een natte vinger aanvoelen en inschatten wat ‘de mensen’ willen? Laat het publiek bloed zien en ze happen; zet ‘seks’ in de kop van een artikel en ze klikken. En inderdaad, we happen en klikken, maar het oorspronkelijke doel van al die aandachttrekkerij wordt vergeten, namelijk: aandacht.

Zichtbaarheid staat gelijk aan succes: een correlatie die uiteindelijk niet houdbaar is, omdat een teveel aan exposure ervoor zorgt dat straks niets nog zichtbaar is. Als je neonkleur naast neonkleur naast neonkleur plaatst, houd je geen enkele opvallende kleur over. Hetzelfde geldt helaas voor dodelijke ziekte nummer zoveel, of een fotocollage van 11.000 gemartelde Syriërs. Kakofonie is comfortabel: er is zo veel dat de aandacht eist dat niets nog om aandacht vraagt.

Eens was er een kunstenaar die adviseerde om voor je mooiste schilderijen een gordijntje te hangen. Voor je het weet raak je namelijk gewend aan de schoonheid, afgevlakt door vanzelfsprekendheid. Door het schilderij te verbergen, blijf je er nieuwsgierig naar.

Ik wist niet meer wie die kunstenaar was en via via opgetrommelde kunstkenners hielpen zoeken naar zijn naam. Mijn mailbox liep vol met tips, mogelijke namen, stromingen en passages. Een historica schreef: ‘Oké… Ik kan dit soort dingen dus niet loslaten.’ Dat bewijst mooi hoe aantrekkelijk het afwezige is.

Niet voor niets voltrok het geweld in Griekse tragedies zich in de coulissen en werden middeleeuwse altaarstukken alleen tijdens feestdagen opengeklapt. Toch ben ik niet uit conservatieve overweging tégen de ‘Ik ben inmiddels overleden’ campagne. Ik denk slechts dat we nu wel voorbij die trend van overbelichting en zichtbaarheid zijn, verzadigd. Wat werkelijk aantrekt, vasthoudt en aanzet tot donaties, is de verbeelding. Niet in your face dus je kunt er niet omheen, maar het verleiden tot inleving, zelf moeite doen. Medeleven zonder het gordijntje opzij te hoeven schuiven: dat is de empathie die verder graaft dan een geschrokken „Oh wat errug”-hand-voor-de-mond bij elk bushokje dat je tegenkomt.