Zelfs de bruid draagt couturesneakers

Chanel

Tot in de jaren zestig was alle Parijse mode haute couture. Maar sinds couturiers ook prêt-à-porter zijn gaan te maken, gaat het bergafwaarts met de meest exclusieve – want geheel met de hand en op maat gemaakte – damesmode. Toch zijn er nog steeds huizen die beginnen met couture. Omdat het een geweldig visitekaartje is. En omdat er, tegenwoordig vooral in nieuwe markten als China nog steeds vrouwen zijn die er het geld voor over hebben.

Afgelopen week waren er in Parijs zelfs twee debutanten: Schiaparelli en Vionnet – namen van roemruchte ontwerpsters. De vrouwen die hun naam aan deze huizen gaven, maakten in hun tijd ook couture, maar dat is meer dan vijftig jaar geleden. Marco Zanini was zo verstandig niet in te zetten op Elsa Schiaparelli’s onovertrefbare surrealistische stijl (hoeden in de vorm van schoenen, jurken met grote garnalen). Hij maakte een opgewekte, romantische collectie die hier en daar teruggreep naar de jaren dertig en veertig, de hoogtijdagen van Schiaparelli.

In de eerste collectie van de avantgardeontwerper Hussein Chalayan voor Vionnet sprongen vooral de jurken van verschillende lagen chiffon die op sommige plekken teruggebracht waren tot één transparant laagje eruit, en de wijde jurken waar verschillende soorten plisséstof in waren verwerkt: een moderne, frisse kijk op couture.

Fris is ook het woord voor de collectie van Chanel. In een zilverwitte zaal zat keek het publiek aanvankelijk tegen een witte muur aan. Het decor draaide, en er verschenen twee brede trappen met daartussen een orkestje. Ouderwetse glamour, maar de collectie was verre van dat: korte tops en jasjes, rokken tot boven de knie,daartussenin een elastisch korsetje. Van een afstand zag de kleding er sportief uit, maar bijna alles was bedekt met kostbaar borduurwerk. Sommige modellen droegen knie- en elleboogstukken, allemaal hadden ze sneakers aan, waarmee ze lichtvoetig de trappen afrenden. Zelfs de bruid droeg couturesneakers. Ontwerper Karl Lagerfeld maakte een goed punt: waarom moet chique mode zo vaak samengaan met pijnlijk schoeisel? Ging de mode van Coco Chanel niet over bevrijding?

Jan Taminiau gaf ditmaal geen klassieke show, maar een salonpresentatie. Een gezelschap van zorgvuldig gekapte, veelal Nederlandse klanten kreeg van hem persoonlijk toelichting bij de creaties, die ditmaal minder uitgesproken van vorm dan voorheen waren, en dus klantvriendelijker. „Het is leuk om een hier een beetje fun mee te hebben,” vertelde hij over een lange, wijde operajas. Bij een goudkleurige jurk met een blokdessin van kralen: „Elk kraaltje is er met de hand opgezet.” Opzet geslaagd: het ge-oh en ge-ah was niet van de lucht, al in Parijs kwamen vrouwen langs voor een eerste passsessie.

Viktor & Rolf staan sinds vorig seizoen na jaren afwezigheid weer op de haute-couturekalender. Hun klanten zijn verzamelaars en musea. Maar daar was de show van gisteravond duidelijk niet voor bedoeld. Balletdanseressen in huidkleurige latex jurkjes met tattooprints dartelden op spitzen de ruimte door, hun gezichten deels verborgen achter enorme pruiken. Een ijle, bijna meditatieve presentatie die vrij plotseling stopte, waarna het campagnebeeld van de nieuwe geur Bonbon werd onthuld: een zittend model, haar naakte lichaam versierd met ‘strikjestattoos’, voor haar kruis een fles in strikvorm.

Dat is natuurlijk ook een reden dat couture nog altijd bestaat: het is zo goed voor de parfumverkoop.