Wie is er beter in jouw werk? Jij of een robot? Jij straks ook?

Innovatie, het wondermiddel dat voor vooruitgang zorgt, heeft mensen altijd banen gekost. Tijdens de industriële revolutie werden ambachtelijke wevers aan de kant gezet omdat het mechanische weefgetouw goedkoper was. De afgelopen dertig jaar heeft de digitale revolutie veel banen overbodig gemaakt, banen die de basis vormden van het leven van de twintigste-eeuwse middenklasse. Typisten, kaartverkopers en bankmedewerkers zijn overbodig gemaakt, net zoals de wevers destijds.

Voor degenen die geloven dat vooruitgang de wereld beter maakt, is zo’n ontwikkeling vanzelfsprekend verbonden met toenemende welvaart. Innovatie maakt een aantal banen overbodig, maar schept ook nieuwe en betere banen. Een maatschappij die productiever is, is ook rijker. En rijkere mensen willen meer goederen en diensten.

Honderd jaar geleden werkte één op de twee Amerikanen op een boerderij. Vandaag produceert slechts 2 procent van de Amerikaanse bevolking veel meer voedsel dan toen. De miljoenen mensen die hun baan op de boerderij verloren, bleken niet te zijn veroordeeld tot werkloosheid. Ze vonden beter betaald werk, toen de economie groter en meer ontwikkeld werd. Er zijn nu minder secretaresses, maar steeds meer computerprogrammeurs en web designers.

Innovatie: een tornado...

Optimisme moet dan ook het uitgangspunt blijven. Maar voor werknemers worden de nadelen van technologie soms sneller zichtbaar dan de voordelen. Zelfs wanneer er nieuwe banen ontstaan en prachtige nieuwe producten, nemen de inkomensverschillen op de korte termijn toe. Met sociale ontwrichting als gevolg. De gevolgen van technologie laten zich voelen als een tornado, die eerst het rijke Westen raakt, maar vervolgens ook huishoudt in de armere landen. Geen regering is erop voorbereid.

Waarom moeten we ons zorgen maken? In zekere zin gaat het alleen maar om een herhaling van de geschiedenis. In het begin van de industriële revolutie gingen de voordelen van de toegenomen productiviteit onevenredig vaak naar de mensen met kapitaal. Later gingen de voordelen vooral naar arbeiders.

Op dit moment is hetzelfde patroon zichtbaar. De voorspoed die voortkomt uit de digitale revolutie gaat verpletterend vaak naar de investeerders en naar de werknemers die het hoogst geschoold zijn. Van alle inkomsten in de VS ging in de jaren zeventig 9 procent naar de rijkste 1 procent van de bevolking, nu is dat 22 procent. In veel rijke landen is de werkloosheid onrustbarend hoog, en dat komt niet alleen doordat het tijdelijk slechter gaat met de economie. In 2000 had 65 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking een baan. Sindsdien is dat aandeel gedaald, zowel in goede als in slechte jaren, tot 59 procent.

En wat nog erger is: het lijkt erop dat de verstoring van de arbeidsmarkt door technologie nog maar net is begonnen. Van auto’s zonder chauffeurs tot slimme gadgets voor in huis: innovaties die al bestaan, kunnen heel wat banen vernietigen die veilig leken. De publieke sector is een voor de hand liggend doelwit. Die was tot nu toe opmerkelijk resistent tegen technologische vondsten. Maar de nieuwe doorbraak van computers zal ook grote gevolgen hebben voor middenklassebanen in de private sector.

Tot nu toe waren vooral banen die routine en herhaling van taken met zich meebrachten kwetsbaar voor machines. Maar computers zijn, door hun exponentieel toegenomen verwerkingscapaciteit en door de alomtegenwoordigheid van gedigitaliseerde informatie, steeds vaker in staat om gecompliceerde taken goedkoper en effectiever uit te voeren dan mensen. Slimme robots kunnen snel menselijke handelingen ‘leren’. Banen in de dienstverlening zouden dus wel eens kwetsbaarder kunnen zijn dan we dachten.

Computers zijn al in staat om op beelden van bewakingscamera’s sneller een binnendringer te detecteren dan mensen. Door massa’s financiële of biometrische data te vergelijken, kunnen ze fraude of ziekte accurater vaststellen dan een willekeurig aantal accountants of dokters. In een recent onderzoek van de Oxford Universiteit wordt gesuggereerd dat 47 procent van de huidige banen in de komende twintig jaar zou kunnen worden geautomatiseerd.

Tegelijkertijd verandert de wijze waarop innovatie plaatsvindt als gevolg van de digitale revolutie. Op internet kun je programmeertaal ‘van de plank’ halen, zijn er platforms die onderdak bieden aan diensten (zoals de cloud van Amazon), die zorgen voor distributie (Apple’s app store) en die helpen bij marketing bij (Facebook). Daardoor is het aantal digitale start-ups geëxplodeerd.

...een bedreiging....

Net zoals ontwerpers van computerspelletjes een product maakten waarvan de mensheid niet wist dat ze dat nodig had, zo zullen die bedrijven nieuwe producten en diensten verzinnen waar miljoenen mensen werk aan hebben. Maar nu lijken werknemers er weinig aan te hebben. Toen Instagram, een populaire site om foto’s te delen, in 2012 werd verkocht aan Facebook voor 1 miljard Amerikaanse dollar, had het bedrijf 30 miljoen klanten en 13 werknemers. Kodak, dat een paar maanden eerder om faillissement vroeg, verschafte in zijn hoogtijdagen werk aan 145.000 mensen.

Het probleem is vooral de timing. Google biedt nu werk aan 46.000 mensen. Maar nieuwe bedrijfstakken hebben jaren nodig om te groeien. En de nadelige effecten die een start-up heeft op zijn voorgangers laten zich eerder voelen. Het is leuk dat airbnb ondernemers maakt van huiseigenaren die een kamer over hebben, maar het bedrijf is een directe bedreiging voor mensen onderin de hotel business – een grote werkgever.

Als deze analyse maar half juist is, dan zullen de sociale effecten enorm zijn. Veel van de banen die gevaar lopen zijn voor mensen onderaan de maatschappelijke ladder, terwijl de vaardigheden die het minst kwetsbaar zijn voor automatisering (creativiteit, management) vaak het terrein zijn van hoger geplaatsten.

De boosheid over de toegenomen ongelijkheid zal groeien, maar politici zullen moeite hebben er iets aan te doen. De vooruitgang mijden zal net zo onzinnig blijken te zijn als protesteren tegen gemechaniseerde weefgetouwen in 1810. Want elk land dat weigert mee te doen wordt ingehaald door landen die de nieuwe technologie omarmen. En de mogelijkheden om de rijken te straffen met hoge belastingen zullen beperkt zijn, omdat kapitaal en hooggeschoolde arbeidskrachten dan doodleuk naar een ander land verhuizen.

De belangrijkste manier waarop regeringen mensen kunnen helpen met deze veranderingen om te gaan is door middel van onderwijs. Een van de redenen dat de levens van arbeiders later in de industriële revolutie verbeterden, was dat er scholen werden gebouwd om hen op te leiden – destijds een ingrijpende verandering. Nu moeten die scholen zelf worden veranderd, om de creativiteit te voeden die mensen onderscheidt van computers. Dat betekent: minder stampwerk en meer kritisch leren denken. Technologie zal daarbij helpen, of het nu is door middel van online cursussen of door videospelletjes die dezelfde vaardigheden vragen als werk.

Ook onze ideeën over ‘onderwijs door de staat’ zouden wel eens kunnen veranderen. Er zou veel meer geld moeten gaan naar de kinderopvang, aangezien de cognitieve vermogens en de sociale vaardigheden die kinderen leren tijdens hun eerste levensjaren in hoge mate hun toekomstige mogelijkheden bepalen. En volwassenen zullen permanent onderwijs nodig hebben. ‘Onderwijs door de staat’ kan ook betekenen dat je later in je leven nog een jaar gaat studeren, al dan niet in kortere periodes.

...en een zegen voor de mensheid

Maar hoe goed het onderwijs ook is, de mogelijkheden van mensen zullen ongelijk blijven. In een wereld die economisch steeds meer gepolariseerd is, zullen velen hun kansen op banen zien verminderen, terwijl hun salarissen worden afgeknepen. De beste manier om hen te helpen is niet, zoals links vaak denkt, dan maar het minimumloon te verhogen. Dat zou de verschuiving van ‘werk laten doen door mensen’ naar ‘werk laten doen door computers’ alleen maar versnellen. Het is beter hun lonen op te hogen met publiek geld, zodat iedereen die werkt een redelijk inkomen heeft.

Innovatie heeft de mensheid veel opgeleverd. Geen verstandig mens wil terug naar een wereld waarin je met de hand moest weven. Maar de voordelen van technologische vooruitgang zijn ongelijk verdeeld, vooral in het begin van een nieuwe golf technologische veranderingen. Het is aan regeringen om die voordelen te verdelen. In de negentiende eeuw moest er met revolutie worden gedreigd om tot hervormingen te komen. Vandaag zouden regeringen er goed aan doen te beginnen aan veranderingen voordat burgers boos worden.

Vertaling: Jeroen van der Kris