Vijftigjarige Barbie gebruikt klittenband in plaats van knopjes

Kanten handschoentjes, een flatterend jurkje dat zedig de knieën bedekt, een kapsel dat stijf lijkt te staan van de haarlak, en een serieuze blik: zo ziet Plantation Belle eruit. De Barbie uit de jaren zestig is een van de favorieten van Els Schouten. Deze verzamelaar selecteerde uit haar immense collectie tachtig Barbiepoppen die momenteel tentoon worden gesteld in het Amsterdamse Tassenmuseum Hendrikje. Aanleiding van de kleine expositie is dat in 1964 de eerste Barbie in Nederland over de toonbank ging. Volgens Katherine Knowles van het museum was ze dat jaar een hit op de Sinterklaaslijstjes.

In een vijftal vitrines is te zien hoe het popje, dat wegens haar onrealistische vormen een doorn in het oog is van menig feministe, evolueerde met haar doelgroep.

De getoonde Barbies zijn, speciaal voor het Tassenmuseum, allemaal van een handtasje voorzien. „Alleen al aan de evolutie daarvan zie je hoe Barbie is veranderd”, vertelt Schouten. Plantation Belle heeft een mooi afgewerkt tasje in parelmoerkleurige stof dat geopend kan worden; hedendaagse poppen hebben plastic accessoires uit een stuk.

Schouten: „Oorspronkelijk was Barbie speelgoed voor tieners, vandaag de dag zijn drie- tot vijfjarigen in haar geïnteresseerd.” De jurken moeten nu de aandacht trekken van peuters en met onhandige kindervingertjes gemakkelijk aan en uit te doen zijn. De Jacky Kennedy-achtige outfits zijn vervangen door jurken waarbij de hoeveelheid glitters belangrijker lijkt dan elegantie, en knopjes zijn vervangen door klittenband. Te zien is ook hoe Barbie al decennia terug haar serieuze blik inruilde voor een tandpastaglimlach en, met de heersende mode mee, plateauzolen, disco-outfits en Calvin Klein heeft gedragen.

De aanpassingen aan een jongere doelgroep – zo hebben de knieën en ellebogen van Barbie tegenwoordig een scharniertje waardoor ze kunnen bewegen – waren noodzakelijk. Toen vijf jaar geleden de verjaardag van Barbie wereldwijd werd gevierd, kwakkelde de verkoop. De ‘traditionele’ Barbie kon bijvoorbeeld de concurrentie met hippe Bratz-popjes niet aan. De laatste jaren lijkt de verkoop weer te stijgen.

Dat Barbie beslist niet dood is, blijkt ook uit het feit dat kunstenaars haar nog regelmatig gebruiken om kapitalisme en schoonheidsidealen te bekritiseren. In 2008, 23 jaar nadat Andy Warhol Barbie schilderde, fotografeerde Chris Jordan twee ‘perfecte’ borsten – wie inzoomde zag dat ze waren gemaakt van 32.000 Barbies. Nog recenter maakte Nickolay Lamm met Photoshop een Barbie met realistische maten. Zijn werk werd een hit op internet.

Verder wordt de pop nog steeds gebruikt in mediagenieke acties, zoals die van Jane Bingham en Beckie Sypin. Het duo riep via Facebook producent Mattel op een kale pop op de markt te brengen. Zo wilden ze kinderen helpen die worstelen met haarverlies door ziekte, bij zichzelf of familieleden. De actie werd zo’n hit dat Mattel enkele kale poppen maakte en die opstuurde naar patiëntjes. Ook haalt Barbie, vijftig jaar nadat ze voor het eerst universiteitsstudente werd, nog steeds de kranten als ze een opvallende functie opneemt, zoals astronaut of presidentskandidaat.

Over de controverse en invloed van de pop in Nederland en de rest van de wereld wordt in het Tassenmuseum niet gerept. Dat ze iconisch is, blijkt uit de vitrines van het museum waar collector’s items staan: Barbies in outfits van Dior of Oscar de la Renta. Leuk zijn de poppen op de tweede verdieping die werden aangekleed door Nederlandse modeontwerpers naar aanleiding van haar dertigste verjaardag. Ze geven een dwarsdoorsnede van de mode uit die tijd: van oversized leren jassen en stoere zwarte dijlaarzen tot de gebreide kokerrokken van Marta de Wit.