Toezicht advocaten nog te min

De advocatuur is met de schrik vrij gekomen. En staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) heeft een wijze stap gezet. Zo kan het bijgestelde voorstel voor het toezicht op de advocatuur van begin deze week het best worden gekwalificeerd. De Orde van Advocaten en het kabinet werden het eens, waar het lange tijd niet naar uitzag.

De landelijk deken van de Orde liet in deze krant weten dat het spookbeeld van ‘staatstoezicht’ op de advocatuur van de baan is. Er komen twee ‘buitenstaanders’ in het nieuwe College van Toezicht, maar die worden door de Orde uitgezocht. En de Deken is voorzitter. Ook moet dat college zich beperken tot ‘systeemtoezicht’. Het zal dus niet bij individuele advocaten in dossiers kunnen kijken.

De kou is daarmee uit de lucht. De Orde is er vorig jaar dus in geslaagd om het toezicht in eigen beheer voldoende te verbeteren. Dat gaf de staatssecretaris het vertrouwen om ruimte te geven aan meer eigen verantwoordelijkheid voor de beroepsgroep. Dat is te verkiezen boven extern toezicht en sluit ook beter aan bij wat in beginsel een nobel beroep is. Het dienen van de rechtsstaat door het verwezenlijken van de rechten van de burger, partijdig, deskundig, integer en onafhankelijk. Dat laatste betekent dat de overheid bij voorkeur afstand moet houden. Een vrije advocatuur is een groot goed.

Tegelijk kan vastgesteld worden dat het voor de advocatuur een narrow escape was. Eigenlijk is het handhaven van de eigen verantwoordelijkheid voor het toezicht een beslissing op krediet. De eigen rapporteur van de Orde, Rein Jan Hoekstra, kwam in december weliswaar tot een positief oordeel over de vorderingen die bij het eigen toezicht werd gemaakt. Maar hij maakte ook duidelijk hoe groot de klus nog is.

Er is veel achterstallig onderhoud. En niet alleen bij het algemeen erkende probleemgebied van de vreemdelingenadvocatuur. Bij de visitatie die de Orde vorig jaar hield, bleek bij maar liefst 68 procent van de kantoren sprake van tekortkomingen. Boekhouding, organisatie en ‘intake’ van de klant vertoonden vele honderden gebreken. Er moet nog flink gesaneerd worden door de Orde.

Het inventariseren van de klachten uit de samenleving leverde verder als „interessant gegeven” (Hoekstra) op dat 40 procent van álle klachten wordt veroorzaakt door slechts 2 procent van de advocaten. Wie dat zijn, weten alleen insiders. De markt voor advocatenhulp, zo blijkt maar weer eens, is buitengewoon ondoorzichtig. Schorsen, waarschuwen of schrappen – de Orde wil in beginsel geen namen onthullen. Daarmee wordt de tucht van de markt buiten de deur gehouden. Terwijl kritische consumenten juist kunnen bijdragen aan beter toezicht. Zij zijn de échte buitenstaanders, met reële belangen. Effectief toezicht heeft dus nog een lange weg te gaan.