‘Spelplezier, energie en hartstocht’

Tsjechovs Der Kirschgarten door Theater Bremen in de regie van Alize Zandwijk. Foto Jörg Landsberg

Het Duitse theater is gastvrij en gulzig. Van Berlijn tot München, van Bremen tot Bochum nodigen intendanten en dramaturgen internationale gastregisseurs uit. Daar zijn de laatste jaren steeds meer Nederlandse namen bij, onder wie Paul Koek, Thibaud Delpeut, Eric de Vroedt, Johan Simons en Alize Zandwijk.

„Duitsland is geen geïsoleerd land, daardoor kan het theater evenmin geïsoleerd zijn”, zegt Anselm Weber, regisseur en artistiek directeur van Schauspiel Bochum. „Bochum telt talloze nationaliteiten. Als we theater van nu willen maken, dan moeten wij over de grenzen gaan en de buitenwereld naar onze schouwburg brengen. In het Duitse theater is een nieuwe trend ontstaan: veel stemmen op één podium.”

Belangrijk voor deze tendens is de Nederlandse regisseur Johan Simons, intendant van de Münchner Kammerspiele. Simons geeft ruimte aan voorstellingen waarin zelfs meerdere Europese talen tegelijkertijd klinken. Dat soort inbreng, van een Nederlandse regisseur, is volgens Weber maatgevend geworden in het hedendaagse Duitse theater. Weber: „We kunnen veel leren van Nederlanders.”

Schauspiel Bochum, een toonaangevend gezelschap met een rijke traditie, nodigt veel internationale makers uit; uit Nederland recentelijk onder meer Paul Koek en Eric de Vroedt. Die manier van werken is illustratief voor de ontwikkeling in Duitsland. Volgens Weber heeft „een regisseur als Paul Koek, met zijn bijzondere stijl van muziektheater, hier een nieuw, voorheen onbekend genre gebracht. Paul Koek bevrijdde ons van de zwaarte en strengheid die aan het Duitse theater kleven.”

De zogeheten ‘Stadttheaters’ van Duitsland brengen gemiddeld twintig tot dertig premières per seizoen. Die hoge productie maakt de honger naar buitenlandse regisseurs groot. Weber zag in Nederland werk van Eric de Vroedt bij Mightysociety en Toneelgroep Amsterdam. Hij zag daarin iets wat hij van grote waarde achtte voor zijn Schauspiel Bochum: „Spelplezier, spelfantasie, energie en hartstocht.” Bovendien toont De Vroedt, volgens Weber, „politiek engagement en is hij in staat klassiek theater te brengen”. Van De Vroedt gaat volgende maand Freitag (Vrijdag) van de Vlaming Hugo Claus in première.

Dramaturg Benjamin von Blomberg van Theater Bremen denkt ook zo over het werk van Alize Zandwijk van het Rotterdamse Ro Theater. Hij heeft Zandwijk als gast aan zijn gezelschap verbonden. „De ontmoeting met andere culturen is noodzakelijk om het theater levend te houden”, aldus Blomberg. „Zandwijk legt in haar werkproces een grote verantwoordelijkheid bij de acteurs. Dat was bij ons in Bremen ongewoon en verrassend.”

In december ging in Bremen Zandwijks regie van Tsjechovs Der Kirschgarten (De Kersentuin) in première. Hoofdrolspeelster Irene Kleinschmidt verwoordt waarom het voor Duitse acteurs belangrijk is met een Nederlandse regisseur te werken: „Voor het eerst kon ik volledig ‘ja’ zeggen tegen mijn intuïtie. Duitse regisseurs zijn vooral denkregisseurs. Bij Zandwijk kon ik genieten van iets waar Duitsers bang voor zijn, ‘körperliche Klugheit’, lichamelijke bekwaamheid.”

De Vroedt repeteert nu in Bochum aan Freitag. Hoofdrolspeelster Bettina Engelhardt heeft met talloze regisseurs gewerkt, nationaal én internationaal, maar had niet eerder meegemaakt dat een regisseur zo weldoordacht aan het proces begon. „De Vroedt werkt van buiten naar binnen”, zegt ze, „hij geeft duidelijk de contouren aan waarbinnen wij spelen. Dat geeft houvast. Het is alsof hij de voorstelling als een film in zijn hoofd ziet. Na een intensieve repetitie aan Freitag voel ik me sterker. Daardoor speel ik ’s avonds beter in een andere voorstelling.”

Ook Jürgen Hartmann looft De Vroedts precisie: „Hij laat je niet verdwalen in een rol. Het stuk van Claus is huiveringwekkend goed. Ik ben Georges, de vader die is veroordeeld wegens incest met zijn dochter. Het is een rol vol morele vertwijfeling. Is Georges schuldig? Heeft zijn eigen kind hem verleid? Om de balans tussen schuld en onschuld te vinden heb ik een regisseur nodig die mij ook aanspreekt op mijn visie, mijn verbeelding. Dat gebeurt in het gangbare Duitse theater weinig, maar De Vroedt doet dat.”