‘Qissa’ is openingsfilm met allure

Niet bij iedereen viel de openingsfilm van de 43ste editie van het Rotterdams Filmfestival gisteravond in goede aarde. „Het was wel een lange zit”, aldus de nachtburgemeester van Rotterdam, Jules Deelder, na afloop van de Indiase film Qissa in de Rotterdamse Doelen. „Het is zoals met de Indiase ragamuziek op de sitar, dat gaat ook erg lang door voordat je er een thema in kunt ontdekken.”

Qissa bleek niet echt een film te zijn die tot grote emoties leidde van voor- en tegenstanders. Maar veel bezoekers hadden wel degelijk waardering voor het bedachtzame epos van regisseur Anup Singh. De film verhaalt van een gezin van sikhs dat wordt verdreven van hun geboortegrond tijdens de vorming van India en Pakistan in 1947.

Dat is niet hun enige probleem: stamvader Umber Singh (de bekende Indiase acteur Irrfan Khan, die onder meer te zien was in Slumdog Millionaire) heeft al drie dochters en wenst wanhopig dat hij een zoon zal krijgen. Als ook zijn vierde kind een dochter blijkt te zijn, besluit hij haar op te voeden alsof zij zijn zoon is.

Qissa (‘Fabel’) is een film die een magisch-realistische wending neemt, en die morrelt aan taboes in de Indiase samenleving – onder meer met een enkele blootscène – en die de traditionele patriarchale verhoudingen aan de kaak stelt. De ster Irrfan Khan had de lange reis naar Rotterdam niet gemaakt, maar regisseur Sing werd vergezeld door drie van zijn actrices. Onder hen Tillotama Shome, die de ingewikkelde rol van een meisje dat wordt opgevoed als jongen en tegen haar lot in opstand komt, knap speelt. Met haar naaktscène doorbreekt ze een groot taboe voor Indiase actrices.

Qissa is een film met allure, waar het IFFR mee voor de dag kan komen, ook al was de film al te zien op de festivals in Toronto en Abu Dhabi.

Mooi meegenomen: met de keuze voor Qissa zet het Rotterdams filmfestival ook het Hubert Bals Fonds in het spotlicht, dat filmmakers in niet-westerse landen ondersteunt, en dat 25 jaar bestaat. De makers van Qissa kregen een kleine startsubsidie van het fonds, om hun scenario verder te ontwikkelen.

Regisseur Singh is geen onbekende in Rotterdam, hij was in 2002 al een keer op het IFFR met zijn eerste film Name of a River. Zijn contact met het festival gaat zelfs nog verder terug.

Op het moment dat hij zijn eindexamenfilm vertoonde in Mumbai in 1987, was daar toevallig net Hubert Bals, de aartsvader van het Rotterdams Filmfestival, die hem prompt uitnodigde voor een diner.

De huidige festivaldirecteur Rutger Wolfson moest verstek laten gaan bij de opening wegens een langdurige ziekte, maar zakelijk leider Janneke Staarink nam kordaat de touwtjes in handen. Het festival heeft de laatste jaren moeten inkrimpen door de opgelegde cultuurbezuinigingen, maar de grote ambitie van het festival blijft om de weg terug naar groei te vinden.

Qissa werd voorafgegaan door een knullig filmpje dat de thema’s van het festival dit jaar op een rijtje zette: met evangelisch aandoende nadruk op het enorme belang van het thema Europa, met onder meer aandacht voor de Europese auteursfilm en voor films over de positie van migranten en illegalen in Europa.