‘Op die stoel zat Fassbinder altijd’

Nederlandse regisseurs beantwoorden doorgaans met plezier de vraag van Duitse theaters, maar het is niet altijd hosanna. Zoals bij Thibaud Delpeut, die afgelopen najaar bij Schauspiel Frankfurt Sophocles’ Ajax regisseerde. „Hun uitnodiging was kort op de bal gespeeld: kom eens bij ons regisseren”, zegt Delpeut, inmiddels artistiek leider van De Utrechtse Spelen. „De intendant zag van mij Nora en Al mijn zonen bij Toneelgroep Amsterdam. Hij was enthousiast over de emotionele speelstijl en fysieke overgave. Na overleg kwamen we expliciet uit op de klassieke tragedie Ajax. De premièredatum lag vast. Ik kreeg een kring van dramaturgen om me heen. Ik had liever gehad dat ze me met openheid zouden benaderen: dit is ons huis, wat denk je ervan, wat wil je bij ons brengen?”

Delpeut geeft toe dat het hem maar deels is gelukt te aarden bij het Frankfurter gezelschap, waar 1.200 mensen werken. De productiedwang van een dergelijk huis is groot. Delpeut: „Duitse acteurs staan soms in zes producties tegelijk. Ik had het idee dat ze daardoor bij mij slechts met eenzesde overgave konden repeteren. Als regisseur van buitenaf hoop je natuurlijk een schokje van vernieuwing teweeg te brengen. Ik transformeerde de oorlogstragedie Ajax naar de aanwezigheid van de Duitse krijgsmacht in Afghanistan. Dat was voor sommige spelers en dramaturgen oncomfortabel. Duitsers leven nog altijd met het trauma van hun grote verhaal, het Derde Rijk. Dat heeft de repetities mede gekleurd; het is lastig bespreekbaar. Duitse acteurs kunnen slechts met moeite hun eigen biografie aanspreken. Ze houden een vakmatige distantie tot hun personage.”

Gelukkig trof Delpeut ook „helden” onder zijn spelers: acteurs die elke avond groeien in hun rol. De pers was kritisch. Toch werd Ajax goed bezocht: vijftien speelbeurten voor gemiddeld 400 bezoekers.

De ervaringen van Alize Zandwijk bij Theater Bremen zijn heel anders: „Voor mij is het werken in Duitsland zeer verrijkend”, zegt ze. Zandwijk regisseert al sinds 1998 in Duitsland, zowel bij het Deutsches Theater in Berlijn als bij Theater Bremen. Ook was van haar hand Gorki’s Nachtasyl te zien tijdens de Wiener Festwochen. „Duitse acteurs zijn afhankelijker van de regisseur dan Nederlandse acteurs; ze hebben minder geleerd uit hun verbeelding te putten. Daar staat tegenover dat hun tekstbehandeling fenomenaal is.”

Zandwijk heeft het aan haar regies in Duitsland te danken dat ze voor Nederland een nieuwe toneelschrijfster heeft ontdekt, Dea Loher. Van haar bracht ze ook voorstellingen bij haar eigen Ro Theater. Ook neemt ze eigen spelers, onder wie Fania Sorel, mee naar Duitsland: „Daardoor ontstaat een waardevolle versmelting tussen het Duitse en Nederlandse acteren.”

Wat regisseur Eric de Vroedt het meest opvalt in Duitsland is de grote aandacht voor geschiedenis. „Laatst zei de dramaturg tegen me: ‘Op die stoel zat Fassbinder altijd.’ Het Schauspielhaus Bochum is een Traditionshaus, waar regisseurs als Peter Zadek en Claus Peymann werkten. In Nederland vergeten we het liefst de geschiedenis, hier lééft die. De schouwburg van Bochum biedt een rijk palet: de ene avond Othello, de volgende een uitvoering met Duitse schlagers in de vorm van een toneelstuk.” Inmiddels heeft Anselm Weber De Vroedt uitgenodigd om in Bochum in 2015 Leedvermaak van Judith Herzberg te maken en in 2016 een toneelversie van Günther Grass’ Die Blechtrommel.

De Vroedt: „Meer dan Nederlandse acteurs gedijen Duitse acteurs bij precisie, bij overtuiging van de regisseur. Je moet overduidelijk zijn in je visie, niet verlegen of terughoudend. Niemand hier kent Freitag van Claus. Ik situeer het in de jaren negentig in het Ruhrgebied, zodat er voor de toeschouwers veel herkenning is. Mijn spelers zien het als een provocatief stuk over goed en kwaad. Ook voor hen is het een waagstuk. Dat geeft ons een soort bondgenootschap. Tijdens de repetities gaan ze voluit voor hun rol, dat is bijzonder.”