Ook insecten moet je liefhebben

Sciencefiction //

Ender’s Game

In de toekomst heeft de aarde een invasie afgeslagen van Formics, een buitenaardse insectenzwerm. Tieners, die complexe data razendsnel verwerken, gaan voorop in de strijd, op afstand gemanipuleerd door digibete ouderen. In een om de aarde cirkelend ruimtekamp moet de jonge Ender Wiggins door videogames bewijzen dat hij De Ene is: het genie met de ideale combinatie van intelligentie, agressie en empathie om de oorlog te winnen.

Gebaseerd op de sf-roman van aartsreactionair Orson Scott Card, herinnert Ender’s Game aan Harry Potter. De actie speelt zich af op een – gemilitariseerde – kostschool, met teams, een rivaal, een bovenmeester en ‘het meisje’. Je bewijst je met sport – gewichtloos paintball – en aan het eind is er een pittig examen: hier Formics, geen Voldemort.

Nu is Zweinstein ook een verhuld ‘boot camp’: het draait om opleiden en disciplineren. Zoals in rekruteringsfilms die in Hollywoodstijl in de jaren veertig tot bloei kwamen. In zo’n film kneedt een grofgebekte maar goedhartige drilsergeant – liefst John Wayne – een groep egocentrische papkinderen om tot vechtmachines. In het peloton staat een geboren leider op die een zwakte overwint bij zijn vuurdoop in de heuvels van Korea of het zand van Iwo Jima.

In Ender’s Game is de vijand een zwerm buitenaardse sprinkhanen. De film liep in in de VS matig, mogelijk omdat de kille strateeg Ender (Asa Butterfield) de innemende zwaktes van Harry Potter mist. Hij is een solistische gamer die danst aan de touwtjes van commandant Harrison Ford. Enders conformisme en ambitie vallen wellicht slecht bij tieners, die sinds Tom Cruise gewend zijn aan pseudorebellen in uniform. Jammer, want Ender’s Game biedt sciencefiction met een duistere ondertoon waarin het gezag een neiging tot genocide blijkt te hebben. Ook insecten moet je liefhebben: meer een boodschap voor de zondagsschool dan voor boot camp.