Niemand mag onverschillig zijn

„Ik vind het heel fout als mensen zeggen: het Palestijns-Israëlisch conflict is ontzettend ingewikkeld en daarom wil ik er niet over praten.” Foto Roger Cremers

Als jij geen puf hebt om je iets aan te trekken van het conflict in Syrië, de oorlog in Mali of de mensenrechten in Rusland, dan ben je de wereld onwaardig. Dat vindt de Marokkaanse filmmaker Yassine El Idrissi. „Zie je die man daar op straat? Wat zou je doen als hij nu, terwijl we naar hem kijken, wordt neergestoken? Je zou hem helpen. Je zou je schuldig voelen als je niets zou doen. Diezelfde betrokkenheid moeten we hebben met mensen die duizenden kilometers verderop wonen en lijden.” El Idrissi (30) werd, na een afgebroken studie bedrijfskunde en een korte carrière als grafisch ontwerper, fotojournalist voor ANP en Al-Massae, een populaire Marokkaanse krant. Hij fotografeerde de drugsindustrie van Rabat en legde gewelddadige demonstraties vast. Maar omdat hij als journalist te weinig zijn eigen mening in zijn werk kwijt kon, besloot hij filmmaker te worden. El Idrissi had geen geld, geen opleiding en geen materiaal, maar wel ideeën. Hij liep naar het kantoor van Al Jazeera in Rabat, babbelde met wat cameramannen en kreeg een van hen zover om gratis voor hem te werken. Twee jaar later was El Idrissi’s debuut-documentaire een internationaal succes: Waiting for the Snow (2009) draaide op vijftien filmfestivals. De documentaire gaat over een arm Marokkaans dorpje vlakbij een populair skigebied. „Als ’s winters de eerste sneeuwvlokken vallen, berichten media altijd jubelend over het skigebied. Maar in de omliggende dorpen wachten mensen met angst en beven de winter af; zij zijn arm en voor hen betekent de kou dat ze zullen lijden. Die tegenstelling wilde ik laten zien.” In 2011 ging El Idrissi naar Nederland om een master aan de filmacademie te volgen. Vanavond gaat zijn afstudeerfilm in première op het International Film Festival Rotterdam (IFFR), als onderdeel van Bright Future, waarvoor veelbelovende filmmakers worden geselecteerd. In The Iranian Film bekritiseert El Idrissi het culturele en politieke klimaat van Marokko. Net als in zijn eerdere films ligt maatschappijkritiek er dik bovenop. „Anders kan ik net zo goed niets doen.”

Sommige mensen willen niet over andermans ellende nadenken. Vind jij dat laakbaar?

„Niemand mag onverschillig zijn. Ik vind het heel fout als mensen zeggen: het Palestijns-Israëlisch conflict is ontzettend ingewikkeld en daarom wil ik er niet over praten. Als je je mond houdt terwijl je weet dat ergens een misdrijf plaatsvindt, ben je zelf ook een crimineel. Je moet slachtoffers helpen. Dat is de belasting die je als mens moet betalen. Je kunt niet simpelweg beweren dat je niet weet wat je moet doen. Je moet je in een probleem verdiepen en dan moet je een standpunt innemen. Als mens ben je verplicht om ergens iets van te vinden.”

Maar met het hebben van een mening verbeter je de wereld niet.

„Misschien niet, maar met onverschilligheid al helemaal niet; onverschilligen veranderen namelijk niets. Ik hoop dat mensen door het zien van mijn films de wereld anders gaan waarnemen, dat ze nadenken en met elkaar praten. Ik wil iets laten zien dat de samenleving, of misschien de overheid, niet wil zien.’’

Ben je een idealist?

„Ik heb altijd al een hekel gehad aan onrechtvaardigheid. Vroeger dacht ik dat ik de mensheid kon veranderen, dat heb ik niet meer. Maar ik doe wat ik kan door mijn mening te delen in films en in gesprekken met mensen.”

Wat is de boodschap van je nieuwe film?

The Iranian Film is een fictief verhaal dat is gebaseerd op mijn werkelijkheid. Het gaat over een jonge filmmaker, gespeeld door mijzelf. De filmmaker wil naar Iran om te leren hoe daar films worden gemaakt. Hij vraagt zich af waarom in Iran wel goede films worden gemaakt en in Marokko niet, terwijl de landen veel met elkaar gemeen hebben.”

Vindt de filmmaker het antwoord op zijn vraag?

„Het Marokkaanse politieke systeem is sinds de jaren zestig ongeveer hetzelfde gebleven. De geschiedenis van Iran is woeliger. Tijdens de oorlog met Irak werden er bijvoorbeeld propagandafilms gemaakt en ontstond er ook een tegenbeweging van kunstenaars die andere manieren zochten om films te maken. Als er veel verandert in een land, moeten filmmakers zichzelf steeds opnieuw uitvinden. In Marokko lijkt iedereen een beetje achterover te leunen. Per jaar komen er 24 films in de bioscoop waarvan er misschien twee goed zijn. Maar die films zijn ook weer niet zo goed dat ze over de hele wereld op festivals worden vertoond, zoals Iraanse films.”

Voor wie is The Iranian Film bedoeld?

„Ik droom ervan dat iedereen mijn film ziet, maar dat zal niet gebeuren. In Marokko zal bijna niemand mijn film zien; ik lever kritiek op mensen die films keuren voordat ze in de bioscoop komen. Ik hoop dat Nederlanders die de film zien hun clichébeeld van Marokkanen bijstellen. Mensen lijken zich hier bedreigd te voelen door Marokkaanse immigranten en hun kinderen; sommige Nederlanders denken dat alle Marokkanen crimineel zijn.

„Ik vind het vreemd dat Nederlanders zo weinig met vakantie gaan naar Marokko. Als ik mijn hele leven in Nederland zou wonen en veel mensen zou zien met wortels in Marokko, dan zou ik eens poolshoogte in dat land gaan nemen. Hoe is het leven in het land waar zij, hun ouders of hun grootouders, vandaan komen? Je moet je meningen niet alleen vormen, maar ook onderzoeken.”

Je zou bedrijfskundige worden, maar koos voor een onzekere toekomst als filmmaker. Hoe reageerde je omgeving?

„Ik kom uit een arm gezin: mijn moeder was huishoudster en mijn vader verkocht groente. Zij wilden vooral dat ik geld zou verdienen en het leek ze niet slim om dat met documentaires maken te proberen. In Marokko is het belangrijk om geld te verdienen en minder belangrijk om gepassioneerd of idealistisch te zijn. Als je iets creatiefs wil doen, trekken mensen hun wenkbrauwen op.”

Waarom heeft de scepsis van je omgeving je niet tegengehouden?

„Ik geloof niet in stabiliteit en geluk door bezit. Als je een huis hebt dat je in twintig jaar moet afbetalen, dan ben je een slaaf van je huis. Als je geld hebt geleend voor een auto, dan ben je een slaaf van je auto. Als je geen geld hebt, heb je niets te verliezen. Zonder bezittingen ben je vrij en heb je de ruimte om iets groots te doen.”