‘Jenufa’ in vernieuwende regie Hermanis

Roze plofmouwen, uitbundige rokken en veren, een meterlange carnavalstiara van contrasterend oranjeblauw: oogverblindend over the top is de fleurige klederdracht waarmee Janáceks Jenufa in een nieuwe Brusselse productie is uitgedost. Geprojecteerde patronen en afbeeldingen in Jugendstil vormen een constant krioelende omkadering.

Oogverblindend. Maar is het terecht dat regisseur Alvis Hermanis de folkloristische elementen van Janáceks partituur zo extravagant uitvergroot, daar waar de componist deze Moravische volksmuziek niet als decoratie maar juist als verhoging van de realiteit aanwendde?

De opera Jenufa (1904) is immers de rauwe vertelling van een kosteres die de bastaardbaby van haar stiefdochter verdrinkt, om sociale verstoting uit het dorp te voorkomen.

Hermanis blijkt zich echter niet slechts in folklore te verlustigen. De Letse regisseur, die in Amsterdam harten stal met zijn Ruf der Wildnis (met echte honden!), wil pijn en schoonheid in evenwicht houden. Daarom besloot hij zich de komende jaren volledig te wijden aan opera: waar teksttheater volgens Hermanis te veel door sociaal politiek engagement wordt gedomineerd, daar staat bij muziektheater de schoonheid van muziek voorop.

Mooi is de visuele overdaad bij de Brusselse Munt zeker. Een corps de ballet van zestien danseressen vormt een beweeglijk fries. Dit reliëf van lijven reageert steeds op orkestrale stroom die door de oplettende dirigent Ludovic Morlot gloeiend wordt voortgestuwd. Het is de verklanking én visualisering van de noodlottige rivier waarin de baby wordt verdronken.

Ook verbeeldt dit constante malen de oeverloze liefde van Jenufa. Sopraan Sally Matthews laat haar overtuigend groeien van naïef slachtoffer tot vergevingsgezinde vrouw, door leed wijs geworden.

Matthews wordt daarbij gesteund door de onverwacht briljante ingeving om de quasi-Moravische folklore te combineren met de theatrale poses van het Kabuki-theater. De personages krijgen zo kernachtig gestalte, de psychologische spraakmelodieën doen de rest. Neem Steva (Nicky Spence): de man die Jenufa bezwangert en verlaat, is een clowneske dandy met tragische trekjes.

In de middelste akte, als dorpse rituelen plaatsmaken voor intieme confrontaties, pleegt Hermanis een sobere coup de théâtre: geen kostuums maar moderne kloffies en een armoedig interieur. Dan zit je plots heel dicht op de huiveringwekkende worsteling van de kosteres (Jeanne-Michèle Charbonnet in gepaste ademnood), die mede uit liefde voor Jenufa haar baby doodt.

Dit doffe leed is óók onderdeel van de partituur, beseft Hermanis. Zeldzaam, zo’n getrouwe en toch vernieuwende regie, die esthetisch aantrekkelijk is en tot slot nog een sprankje hoop toelaat ook.