Column

Het geheim van De Slimste Mens

Een kennis vertelde me eens over zijn optreden in Ik hou van Holland. Tijdens een pauze kreeg hij ingefluisterd: „Als ik jou was, zou ik bij de laatste vraag in de buurt gaan zitten van de 71 procent.” Zijn team kwam terug in de wedstrijd – spectaculaire tv.

Geen wereld zo ziek als de televisiequiz. Toch zou ik verscheurd raken van verdriet als ik hoorde dat mijn favoriete quiz, De Slimste Mens, ook corrupt is. Morgenavond is de winnaar bekend. In deze finaleweek zijn er ruim een miljoen kijkers. Ik weet zeker: de Slimste Mens is echt. En ik denk te weten wie de Slimste Nederlander wordt (fluister ik u zo in). Eerst het geheim van het succes: dit van oorsprong Vlaamse programma legt feilloos de drie paradoxen van het moderne Nederland bloot.

1 Doe maar gewoon (en heel speciaal)

Philip Freriks presenteerde het Journaal altijd met een prettige achteloosheid, alsof elk item over Nationale Vogelteldag ging. Maarten van Rossem is een ultieme relativator. Samen geven de twee blanke mannelijke babyboomers de show een draaglijke traagheid, soms bijna awkward. Ze stralen sowieso uit: hier staat niets op het spel, doe maar normaal. Tegelijk is zeker boegbeeld Van Rossem niet vies van wat roem. Hij is vrijwel dagelijks op tv. Hij is de enige man met een eigen tijdschrift! Hij is de verpersoonlijking van de paradox dat je in Nederland roem krijgt als je ‘gewoon blijft’. Maarten is de Hazes der historici.

2 Kennis is leuk (maar met mate)

Eindelijk, primetimetelevisie die niet draait om talenten als schansspringen, maar om kennis! Alleen: er zit een kennisbegrenzer in de quiz. Je moet niet te veel weten. Neem nu deze vraag: ‘Wat weet je van scheikunde?’ Kenners noemen dan bijvoorbeeld het periodiek systeem. Maar dan ben je af. De goede antwoorden: ‘Proefjes, chemicaliën, laboratorium, formules, natuurwetenschap’. Alsof je op de vraag ‘wat weet je van literatuur’ moet antwoorden: ‘Boekjes, iets met letters, moeilijk’. De vragen verheffen niet, maar sluiten aan bij de doelgroep (‘Noem 20 acteurs uit Goede tijden’). Kennis is een handicap. Dat zie je het best in de finaleronde, waar degene met de minste punten, de dómste dus, als eerste begint, wat een riant voordeel is. Een vorm van intellectuele nivellering die heel Nederlands is (zie alle onderwijshervormingen).

3 Iedereen is gelijk (behalve de elite)

Ruim 135.000 Nederlanders spelen mee via de app. Klinkt democratisch. Maar hun weekprijs is een mok en de Slimste zullen ze nooit worden. Want het tv-spel rekruteert kandidaten slechts uit televisieland. Mensen van tv beantwoorden op tv vragen over tv. Er bestaat een quizshowelite. De échte slimste Nederlander is, denk ik, eerder een van onze sterrenkundigen, zeg, de Leidse hoogleraar Ewine F. van Dishoeck. Maar de quiz draait om televisiesluwheid: ad rem, associatief en humoristisch zijn, niet al te veel weten – een moderne kerncompetentie.

De Slimste draait niet om slimheid. No shit. Alleen mensen met humor hadden dat door. Daarom waren de afgelopen winnaars steeds slimme komieken: Arjen Lubach, Pieter Derks. En daarom wint morgenavond Owen Schumacher.