Gratis bij uw investering: een visum voor Europa

De Avenida de Liberdade Sterrenhotels en luxe winkels moeten het land aantrekkelijk maken voor buitenlandse investeerders. Foto Hollandse Hoogte

De Indiase ondernemer Muthu Nesamanimaram investeerde 50 miljoen euro in drie hotels in de Algarve. De Braziliaanse miljonair Marcelo Faria Lima kocht een wijngaard in de noordelijke Douro. En de Chinese vastgoedinvesteerder Edmund Zhao stak zeven ton in een vakantievilla in Cascais, de mondaine badplaats even buiten Lissabon.

De Braziliaan, de Indiër en de Chinees deden dat niet omdat ze Portugal zo’n fijn land vinden. Althans, niet alleen om die reden. Ze besloten bovenal tot hun investeringen om aanspraak te maken op een ‘gouden visum’. Hiermee kunnen ze zonder papieren rompslomp Portugal binnenkomen én, misschien nog wel belangrijker, vrij reizen door vrijwel alle andere landen in Europa (Schengen-zone).

Wie in Portugal een gouden visum wil, moet ofwel minimaal vijf ton steken in onroerend goed, een kapitaalinjectie van 1 miljoen euro doen, of ten minste tien nieuwe banen scheppen. De verblijfsvergunning geldt dan voor een periode van vijf jaar. Daarna kan die permanente geldigheid krijgen en uiteindelijk zelfs worden omgezet in Portugees staatsburgerschap.

Belangrijkste doel van de maatregel is meer niet-westers kapitaal aan te trekken voor de kwakkelende Portugese economie. In voorjaar 2011 moest het als derde euroland noodleningen aanvragen. Na ruim 2,5 jaar bezuinigen en hervormen kruipt het land aarzelend uit het dal, maar de werkloosheid blijft hoog en het herstel fragiel. De bedoeling is dat Portugal in juni uit het hulpprogramma van het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie stapt, maar de vraag is vooralsnog of het land tegen die tijd volledig zelfstandig op de markt kan lenen.

Portugal is niet de eerste lidstaat van de EU met een goudenvisumregeling – en zeker ook niet de laatste. Meer lidstaten hebben soortgelijke regelingen of staan op het punt deze te introduceren, waaronder Nederland. En bij gebrek aan een overkoepelend EU-beleid bieden regeringen daarbij in toenemende mate tegen elkaar op.

Studeren in schone lucht

De groeiende gerichtheid op niet-westerse investeerders is in Portugal onder meer zichtbaar op de Avenida da Liberdade. Aan deze Champs-Élysées van Lissabon is naast een uitdijend aantal vijfsterrenhotels, luxe modewinkels en juweliers, sinds kort de Portugese vastgoedgroep Libertas gevestigd. Op de begane grond van een groot monumentaal pand heeft die een showroom ingericht onder het merk Casa em Portugal, dat in nog vijf andere talen van de gevel spat. Binnen tonen maquettes en glimmende brochures vakantievilla’s te midden van glooiende golfbanen en prachtige stranden. Yansi Xu is aangesteld als verkoper om Chinese klanten in hun eigen taal te kunnen verleiden. Hij werkt sinds zeven jaar in de Europese investeringsindustrie en is enthousiast over het Portugese gouden visum. „Er is op dit moment geen betere keuze in de Schengen-zone”, zeg hij.

Xu’s klanten hebben geen eenduidig profiel, legt hij uit. Er zijn Chinezen die in de Algarve van hun pensioen willen genieten. Anderen willen hun kind laten studeren in Europa – in schone lucht. Weer anderen willen de winst beleggen die ze hebben gemaakt op de bloeiende huizenmarkten van Shanghai of Beijing.

Het is dan ook niet alleen de elite of de hogere middenklasse die interesse toont, zegt Xu. „De prijzen in Beijing of Shanghai liggen extreem hoog. Een appartement van vijftig vierkante meter op een goede locatie kan duurder zijn dan een huis, waarvoor je hier een gouden visum krijgt. Ook een ontbijtverkoper kan miljonair worden.”

In de perifere eurolanden Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje – door Xu aangeduid met het enigszins minachtende Angelsaksische acroniem PIIGS – zijn de vastgoedprijzen sinds de kredietcrisis juist gekelderd. „Chinezen denken dat de prijzen nu laag genoeg zijn.” Anders dan Spanje en Ierland blies Portugal bovendien geen enorme huizenzeepbel op. Spanje heeft een veel grotere voorraad onverkocht vastgoed weg te werken. „Vastgoed in Portugal is waardevaster”, meent Xu.

Vervelende visumplicht

Maar „het meest aantrekkelijke aspect” is toch het gouden visum. In Portugal hoeven kopers nauwelijks in het land te verblijven om hun visum te behouden. Eerst was die periode twee weken per jaar. Na klachten van kopers en verkopers heeft de regering dit teruggebracht tot gemiddeld één week per jaar.

Vooral sinds die aanpassing signaleert Karin van den Hemel een groeiende belangstelling uit niet-EU-landen, zoals Zuid-Afrika, Turkije en China. De Nederlandse Van den Hemel werkt als verkoopmanager op een vijfsterrencomplex van de Sheraton-keten in de Algarve. Op het uitgestrekte terrein met eigen golfbaan, vlak aan zee, zijn verschillende appartementen en villa’s te koop, variërend in prijs van zeven ton tot enkele miljoenen.

Haar klanten zoeken investeringen voor de middenlange termijn, vertelt ze aan de telefoon. De meeste kopers zijn maar enkele weken per jaar in de huizen, de rest van de tijd verhuren ze die via het resort aan toeristen. „Voor hen is Sheraton net zo’n bekend merk als bijvoorbeeld Louis Vuitton. Dat willen ze graag.” Het gouden visum is voor de inwoners van niet-westerse landen een doorslaggevend argument om voor Portugal te kiezen. „Het zijn mensen die kunnen kopen wat ze willen. Maar ze kunnen niet even naar Europa vliegen. Als ze zo van die vervelende visumplicht kunnen afkomen, is dat meer dan mooi meegenomen.”

Bootjes met migranten stoppen

Sinds Portugal de regeling eind 2012 introduceerde, verstrekte het 478 gouden visa, meldt het ministerie van Buitenlandse Handel desgevraagd. De meeste werden verstrekt aan Chinezen (382 visa, ofwel 80 procent van het totaal). De overige gingen naar mensen van 28 verschillende nationaliteiten: van Irak tot Birma, van Saint Kitts & Nevis tot Guinee-Bissau. Na Chinezen kregen de meeste Russen (23), Brazilianen (13) en Angolezen (12) visa. Alle gouden visa gingen naar investeerders die vastgoed kochten of minstens een miljoen investeerden. Portugal wil de regeling in stand houden ook nu andere landen in de EU met soortgelijke initiatieven komen. Het harkte er tot nu toe ruim 306 miljoen euro mee binnen; een kapitaalinjectie van bijna 0,2 procent van het bbp.

Er is ook kritiek. De lokkertjes voor rijke investeerders staan in scherp contrast met de Europese pogingen de komst van minder gefortuneerde buitenlanders tegen te gaan. Griekenland bouwt aan een grensmuur die de zogenoemde Balkanroute moet afsluiten. Op de Middellandse Zee wordt het aantal patrouilles opgevoerd om bootjes met migranten naar Italië en Malta te stoppen. En om de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla in Marokko bouwt de regering steeds afschrikwekkender hekken. „De wet beloont en lokt investeerders, terwijl de toegang van andere groepen wordt beperkt”, zegt Vanessa Carmina, een Braziliaanse advocate in Lissabon gespecialiseerd in migratierecht. Zij ziet dat cliënten die geen aanspraak kunnen maken op een gouden visum juist te maken krijgen met steeds strengere regels.

Oneerlijke behandeling

„Toegegeven, in de huidige financiële situatie kan het voor Europese landen aantrekkelijk zijn meer kapitaal van ondernemers en investeerders te trekken”, zegt zij. „Maar de beperkingen en moeilijkheden waarmee andere immigranten geconfronteerd worden, maken dat sprake is van een zeer oneerlijke behandeling.”

Volgens verkoper Yansi Xu heeft Europa geen andere keuze, het heeft „meer kapitaal nodig om zijn luie systeem weer aan de praat te krijgen.” Hij meent dat landen zich nog wel aantrekkelijker kunnen maken, ook om te kunnen concurreren met de VS en Canada. „Het zou de vraag van de markt zeker aanwakkeren.” Xu, die aan de universiteit van Gotenburg op dit onderwerp afstudeerde, betwijfelt of Europa hiertoe bereid is. „Het is de vraag of racistische Europeanen zitten te wachten op migranten uit niet-EU-landen zoals China.” Hij baseert dit oordeel onder meer op zijn studietijd in Zweden. Toen het Chinese bedrijf Geely daar Volvo overnam, schrok hij van de chauvinistische reacties onder zijn medestudenten. „Niet alle landen openen zo makkelijk hun deuren als Portugal nu doet.”