Een liefdesgeschiedenis in een wereld die kapotgaat

Laura de Boer enTeun Kuilboer. Foto Rik Engelgeer

In de laatste vijf minuten van de voorstelling Longen (2011) van de Britse toneelschrijver Duncan Macmillan maakt de toeschouwer geboorte mee, logeerpartijtje, het ziekbed van vader, een klimaatramp. Een heel leven in een dialoog – tussen een man en vrouw, de ouders – die uiteindelijk een monoloog wordt.

Teunkie van der Sluijs (1981) regisseert Longen bij het Compagnietheater in Amsterdam. „Het begint als een relatiekomedie, maar zoomt uit tot een maatschappelijk vraagstuk. Met als leidende vraag: wat voor planeet geven we door aan onze kinderen?”

Want de man (Teun Kuilboer) en de vrouw (Laura de Boer) willen een kind. Of niet? Van de CO2-uitstoot die zo’n kind genereert kun je zeven jaar lang elke dag naar New York vliegen! Maar misschien lost juist dit kind later alle problemen wel op. En anders krijgen alleen de domme mensen nog kinderen, toch? Ho, wacht, wat?

In één lange stroom woorden, zonder scène-indeling, smijt Macmillan hun twijfel op papier. Ze weifelen, aarzelen, maken zinnen niet af. Elke zin die ze uitspreken nemen ze weer terug, ieder woord wordt gewogen. Van der Sluijs: „Het is een ode aan de twijfel, zoals dat alleen in het theater kan. Ik vind dat belangrijk, omdat de laatste tien jaar stelligheid domineert in het maatschappelijk debat. Tegelijk toont dit stuk ook het onvermogen van een generatie. Als je de twijfel eenmaal toelaat, kom je tot niets.”

Van der Sluijs is in Nederland relatief onbekend, maar heeft een achtenswaardige carrière in het Britse toneel. Na zijn opleiding aan het Rose Bruford College of Theatre & Performance was hij resident director bij het Orange Tree Theater en inmiddels stafregisseur bij het National Theatre. Daarnaast maakt Van der Sluijs eigen producties, ook in Nederland. „Het Britse theater kent geen regiecultuur zoals hier. In Groot-Brittannië word je als regisseur echt opgeleid voor een ambacht. Ik vind het leuk om de twee tradities te verenigen. Dáár kan ik een soort ‘Europees’ experiment introduceren, hier breng ik teksttoneel van schrijvers die men nog niet kent.”

Van der Sluijs koos Longen omdat het klimaatvraagstuk hem sterk bezighoudt. Macmillan schetst daarvan een rampzalige uitkomst. Van der Sluijs laat zijn acteurs spelen op een schuimrubberen vloer, waarin, als afgedankt verpakkingsmateriaal, nog hun contouren zichtbaar zijn. Het is een somber, fatalistisch beeld. Ze zakken weg in het materiaal, vechten ertegen. Toch vindt Van der Sluijs het geen pessimistisch stuk. „Deze mensen blijven bij elkaar, blijven in gesprek, terwijl om hen heen de rampen elkaar opvolgen. Dat vind ik optimistisch. Het is een liefdesgeschiedenis in een wereld die kapotgaat.”