Eén boek, twee meningen

De afgelopen dagen volgde ik met belangstelling hoe de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts, De vrouw die de honden eten gaf, werd ontvangen in Nederland en Vlaanderen. Wat daarbij opviel? In Nederland wordt de roman op juichende kritieken onthaald. Vrij Nederland noemt het boek ‘een ijzingwekkend kunststuk’.De Volkskrant geeft vier sterren en schrijft: ‘Is de roman goed? Jawel. Hemmerechts heeft materiaal gekozen dat uitstekend bij haar past.’ Een interessant zinnetje, dat het hele verschil tussen de Vlaamse en Nederlandse benadering samenvat. Voor de Nederlanders is Michelle Martin ‘het materiaal’ waarmee Kristien Hemmerechts een roman heeft geschreven en die roman is, volgens de Nederlanders, uitstekend. Daarnaast was Hemmerechts te gast in het tv-programma Nieuwsuur naar aanleiding van de commotie in België. Kortom: de literaire recensent recenseerde de roman, en het debat over de werkelijkheid die eraan ten grondslag ligt, werd elders gevoerd.

In Vlaanderen blijkt het lastiger om die twee zaken van elkaar te scheiden. Knack-recensent Maarten Dessing – zelf een Nederlander – benoemt het zelfs in zijn recensie: ‘De inzet maakt het moeilijk om de roman als roman te lezen.’ Vrijwel zijn gehele recensie staat in het teken van de zaak-Dutroux en hoe Michelle Martin ‘in het echt’ denkt en handelt in verhouding tot hoe Kristien Hemmerechts haar middels het personage Odette portretteert. Dat geldt ook voor twee recensies in dagblad De Standaard. Mark Eeckhaut noemt het boek ‘een grandioze mislukking’ en Hemmerechts ‘een psychiater die de patiënt nooit zag’, ook al schrijft zijn wat mildere collega Alexandra De Vos: ‘Overigens is dat romantiseren van de ons omringende werkelijkheid het geboorterecht van de schrijver.’

Schrijven over een nationaal trauma

Inderdaad. Zo is het maar net. Dat het boek van Kristien Hemmerechts emoties losmaakt, is volkomen begrijpelijk. Dat het boek wonden openrijt, dat kan ik snappen. Dat er een enorme mediaheisa ontstond in België was te verwachten en te voorzien. Uiteraard. Maar deze discussie hoort niet thuis in een recensie van een roman. Hoé de schrijver de werkelijkheid heeft verwerkt en ge-roman-tiseerd, is in wezen irrelevant. Het gaat om het eindresultaat. Wanneer het onderwerp minder gevoelig ligt, is er niemand die wakker ligt van hoe de schrijver research heeft gedaan, of wat hij schrijft wel ‘klopt’ en hoe hij ‘het materiaal’ verwerkt heeft. Maar wanneer ‘het materiaal’ een nationaal trauma is, gaat het verwerken van dat materiaal plots wel een rol spelen in de beoordeling.

Marc Reynebeau verwijt Hemmerechts in De Standaard dat haar intenties niet duidelijk genoeg zijn. Haar faction is niet gebaseerd op grondige research, zoals In koelen bloede van Truman Capote, en toch bevat het boek te veel realisme, in tegenstelling tot romans van Don DeLillo of James Ellroy over Kennedy.

Maar is het niet juist door in interviews aan te geven dat zij relatief weinig research heeft gedaan, dat Hemmerechts haar intenties duidelijker maakt? Het boek gaat toch niet over de feiten, op wat biografische gegevens na? Het boek gaat over wat zich in het hoofd van de dader afspeelt, precies datgene waar iederéén het raden naar heeft. Dat is dat befaamde geboorterecht van de schrijver; het onderzoek naar wat er onder de huid van de werkelijkheid verscholen zit. Is dat onduidelijk?

Niet voor de Nederlanders klaarblijkelijk. Natuurlijk is het voor een niet-Belg (of een Belg in het buitenland) gemakkelijker afstand te nemen. De zaak-Dutroux is een drama dat verder gaat dan de gebeurtenissen zelf. In de nasleep ervan kreeg ons hele land een spiegel voorgehouden en it wasn’t pretty.

Posttraumatische Dutroux-stoornis

Misschien helpt het om even te kijken naar het succes van Daar is hij weer van Timur Vermes (De Bezige Bij Antwerpen). Een roman over Hitler – toch nog altijd een net iets wreedaardiger mens dan Martin – die afgelopen jaar in Nederland en Vlaanderen een bestseller werd na eerst 1,2 miljoen exemplaren in Duitsland te hebben verkocht. Van een nationaal trauma gesproken. Maar – naast veel matige recensies – nauwelijks verhitte debatten in het thuisland. Waarom niet? Omdat het boek een onrealistische satire is waarin de oude Hitler een comeback als comedian maakt? Had men Odette gemakkelijker verteerd als Hemmerechts haar had opgevoerd als een nar, een deelneemster aan The Voice bijvoorbeeld, met kinderkoor, ik zeg maar iets? Nee, uiteraard niet.

Ah, de wonderlijke wisselwerking tussen feit en fictie – het blijft voor velen een lastige zaak. Vooral wanneer die fictie gebaseerd is op een werkelijkheid die ons niet zint. Misschien moet onze moeizame verhouding tot die ongemakkelijke werkelijkheid de ware inzet van het debat op televisie, radio en opiniepagina’s zijn, in de hoop dat België ooit ‘uitbehandeld’ raakt van zijn posttraumatische Dutroux-stoornis. Ondertussen kunnen literaire recensenten zich dan in alle rust en sereniteit over de kwaliteiten en gebreken van de roman buigen, in plaats van hem aan de werkelijkheid af te meten en hem daarop te be- en veroordelen.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.