Een blauw vierkant is niet te plagiëren. Of toch wel?

Bij plagiaat in de kunst is de gedachte simpel: wie iets niet zelf heeft bedacht, mag er ook niet mee pronken. Maar de praktijk is nooit zo simpel. Neem een actuele vraag: mag een portretschilder een foto naschilderen zonder toestemming van de fotograaf? Fotograaf Koos Breukel zegt van niet. Een Amerikaanse rechter oordeelde onlangs van wel. Wie iets ‘toevoegt’ aan een werk, creëert zijn eigen kunst. Een kunstenaar voegt al snel iets toe.

De kwestie Breukel kwam op de agenda enkele dagen na de slotact in een interessantere plagiaatkwestie. De Britse kunstenaar Bridget Riley (82) kwam tot een vergelijk met de Duitser Tobias Rehberger (47). Riley vond dat een werk van de Duitser te veel leek op een werk van haar uit 1961. Ze eiste verwijdering uit de bibliotheekzaal waar het hangt. De werken lijken inderdaad veel op elkaar: het gaat om zwarte en witte vierkanten die smaller worden op één plek. Daardoor ontstaat een optische illusie van beweging.

Riley was woedend, maar trok haar aanklacht in toen na een jaar de belofte kwam, van de tegenpartij, dat onder het werk een bordje komt te hangen met de tekst: „Naar Movement in Squares van Bridget Riley”.

De vraag die de zaak oproept: is kunst zonder ‘handschrift’ eigenlijk wel auteursrechtelijk te beschermen? Want hoe origineel, briljant of tenminste ‘eigen’ was het idee eigenlijk om te variëren met de breedtes van zwarte vierkanten? Nog scherper gesteld: als iemand besluit een metersgrote, groene driehoek te schilderen, kan hij dan iedereen aanklagen die dat na hem ook doet? En wat nu als ik zelf zo’n driehoek maak: mag dat? Eén antwoord: ja, zolang ik de driehoeken niet onder de naam van Ellsworth Kelly op de markt breng – een minimal artist die zoiets al in de jaren vijftig deed. Dan ben ik een vervalser. Koopt iemand zo’n driehoek daarentegen als mijn eigen werk, dan is het in orde – en tegelijk 3 miljoen euro goedkoper (google gerust op Sotheby’s en Kelly).

Een voorwaarde: ik presenteer de driehoek als kunst. Als ik ’m in productie neem en tienduizenden ervan probeer te verkopen in een interieurwinkel, kan Kelly er alsnog aanstoot aan nemen. Of iemand anders die dergelijke decoratie al jaren verkoopt. Al blijft de vraag: is een driehoek wel te beschermen? Ja, blijkt uit een zaak die onder auteursrechtgeleerden enige opzien baarde. Maart 2009. Noordwand versus Spits. Het rolbehang dat Spits maakte was volgens de firma Noordwand een kopie van het eigen behang, uit de serie ‘Topchic’. Streepjesbehang is niet te beschermen, zei Spits, want „een oeroud thema”. De rechter oordeelde anders. Maar alleen omdat de strepen precies dezelfde kleur hadden en precies hetzelfde aantal millimeters breed waren. Spits moest het behang uit de handel halen.