‘Duitsers verstoken meer bruinkool door windmolens’

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Als het over windmolens gaat, lopen de emoties soms hoog op. Geldverspilling, horizonvervuiling, not in my backyard! Hans Wiegel ziet er ook niet veel in. In een opinie-artikel in NRC Handelsblad schreef hij vorige week dat windenergie helemaal niet zo schoon is: ‘Het waait nu eenmaal niet altijd. In Duitsland wordt hierdoor meer sterk vervuilende bruinkool verstookt dan ooit. Zo kun je door subsidies gewoon verkeerde dingen laten gebeuren’. Dus: investeren in schone windenergie leidt tot meer vervuiling van bruinkool? Dat klinkt tegenstrijdig. ‘Klopt het?’ vragen enkele lezers.

Waar is het op gebaseerd?

De voormalige VVD-leider staat next.checkt vriendelijk te woord. Hij heeft zich gebaseerd op een artikel dat onlangs in „één van de couranten” verscheen, zegt hij, doelend op NRC Handelsblad en de Volkskrant. In het archief is het betreffende artikel snel gevonden. Eerder deze maand vroeg politiek commentator Martin Sommer van de Volkskrant zich af of windmolens wel zo goedkoop kunnen worden gebouwd als voorstanders van windenergie hopen. En windenergie is ‘onbetrouwbaar’ schreef hij. ‘Kijk naar het geliefde Duitsland met al zijn windmolens, dat op dit moment meer vieze bruinkool stookt dan ooit’.

En, klopt het?

De redenering is dus: als al die windmolens in Duitsland niet draaien, wordt er stroom geproduceerd met bruinkool, en dat leidt tot een groeiende vraag naar kolen. Kort samengevat: meer windmolens = meer bruinkool. We vragen aan drie hoogleraren die verstand hebben van energie of de stelling klopt.

Mart van der Meijden (TU Delft) antwoordt per mail: het omgekeerde is het geval. Als er meer energie kan worden gehaald uit duurzame bronnen, zoals wind en zon, dan zal er minder energie worden gehaald uit andere bronnen. Zijn redenering is als volgt: de variabele productiekosten van een windmolen zijn nul. Hij bedoelt: als een windmolen eenmaal gebouwd is, dan is het wel zo efficiënt om hem te gebruiken. Je hoeft geen kosten meer te maken om er brandstof in te stoppen. Dus investeren in windmolens leidt vanzelfsprekend tot productie van meer windenergie, en minder energie van centrales waar je wél brandstof in moet stoppen. Dat wil zeggen: minder kernenergie, en minder energie uit centrales die bruinkool, steenkool of gas verstoken. ‘En dat is toch de bedoeling van de Energiewende?’

Het klopt wel dat de Duitsers de laatste jaren meer bruinkool en ook steenkool gebruiken, zegt Catrinus Jepma (Rijksuniversiteit Groningen). Maar dat heeft niks met windmolens te maken. Bruinkool én steenkool hebben terrein gewonnen, maar deden dat ten koste van gas als energiebron. Dat komt onder andere doordat het Europese emissiehandelssysteem niet goed functioneert. Het idee ervan was: bedrijven die vervuilen moeten emissierechten kopen. Maar er zijn zo veel emissierechten in omloop en die zijn zo goedkoop dat bruinkool en steenkool niet duur genoeg worden om het te verliezen van gas, hoewel dat schoner is.

Een andere (en momenteel belangrijkere) oorzaak dat gas terrein verliest, zegt Jepma, is de schaliegasrevolutie in de VS. Die heeft ertoe geleid dat de Amerikanen meer gas hebben en dat ze veel minder steenkool gebruiken. Daardoor is de prijs van steenkool op de internationale markt gedaald. Steenkool kun je met grote schepen gemakkelijk naar Europa vervoeren, en dat gebeurt dus ook. De Europese gasmarkt is niet verbonden met de Amerikaanse. Europese gascentrales zijn daardoor relatief duur en worden gesloten. „Een drama”, zegt Jepma, „want gas is véél schoner”.

Het lijkt erop dat Wiegel een paar dingen door elkaar haalt, zegt Ad van Wijk (ook van de TU Delft). Want inderdaad: het waait niet altijd. Een nadeel van windenergie is dat je, tja, afhankelijk bent van wind. Omdat je elektriciteit niet makkelijk in grote hoeveelheden kunt opslaan, moet je iets verzinnen voor windstille periodes. Bijvoorbeeld: energiecentrales die op een andere manier stroom opwekken. Bruinkool dus? Nou nee, zegt Van Wijk, bruinkoolcentrales zijn daar nu net niet zo geschikt voor. Daarvoor heb je toch een aantal gascentrales nodig, want die kun je snel aan- en uitzetten. „Als je een bruinkoolcentrale aan wil zetten, ben je al gauw 6 à 8 uur verder.”

Conclusie

Het klopt dat de populariteit van bruinkool in Duitsland de afgelopen jaren is gegroeid. En het klopt ook, zoals Wiegel schrijft, dat het niet altijd waait. Maar het verband dat hij ziet, is er niet, zeggen deskundigen. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.