Droevige teksten, vrolijke liedjes

foto roger cremers

Pas toen ze de teksten van haar solodebuut eens goed bekeek, drong het tot Lilian Vieira (47) door: ze woont langer in Nederland dan ze ooit in Brazilië woonde, al 25 jaar. Ze verlangt vaak naar haar moederland en dat is te horen op haar album. Ze noemt het zelf liever een ‘document’, een soort autobiografie.

De Braziliaanse zangeres maakte sinds 1999 furore met de dansbare ‘brazilectro’ van de succesvolle groep Zuco 103. Met de combinatie van haar Braziliaanse zang en de elektronische dancesound van dj-producers bouwde ze niet alleen een Nederlandse fanschare op, ze bereikte ook een internationaal publiek. Maar drie jaar geleden trok de band de stekker er tijdelijk uit.

Voor Vieira, zelfverklaard laatbloeier, heeft dat op 47-jarige leeftijd geleid tot een eerste soloalbum. Dat klinkt minder elektronisch dan Zuco 103, en Braziliaanser. „Ik heb me afgevraagd of ik mijn luisteraars moest vermoeien met die persoonlijke verhalen.”

Wat kon niet bij Zuco 103 dat solo wel kan?

„Voordat Zuco begon, zong ik met iedereen, in alle stijlen. Daar verlangde ik weer naar, dus ik heb de afgelopen drie jaar veel verschillende projecten gedaan. Na een tijdje kwamen er steeds meer melodieën bij me binnen. Die heb ik opgenomen. Het werd steeds persoonlijker.”

Inclusief een lied van je moeder en een geluidsfragment van je vader. Is het een heimweeplaat?

„Mijn vader ging soms vreemd. Als mijn moeder twijfels had, stond ze de volgende dag altijd boos de pannen te schrobben. Ze zong dan het liedje ‘Nunca’, ‘nooit zal ik je vergeven’. Op de opname hoor je de vogels van het dorp in de mangoboom meezingen. Ze was vroeger zangeres. Haar droom was rijk worden en een huis voor haar moeder te kopen. Ze zegt me vaak dat ik haar droom heb waargemaakt.

„Mijn vader heeft veel fouten gemaakt, maar daar kijk ik nu anders tegen aan. Altijd als ik wegga uit Brazilië vraag ik mijn vader om een zegen voor de reis, dat is traditie. In 2010 was hij heel ziek, de zegen die hij toen gaf is de afsluiter van de cd.”

Heb je veel heimwee gekend?

„Heel veel. Er zijn veel mensen om wie ik gaf gestorven in Brazilië. In de periode van Zuco voelde ik me vaak schuldig als ik plezier had. Hoewel de liedjes van toen niet zo klinken, zijn de teksten veel zwaarder dan mijn nieuwe liedjes. Dat is iets Braziliaans: je schrijft iets droevigs en maakt er een vrolijk liedje van. Elke winter wil ik terug naar Brazilië, maar het verlangen wordt rustiger met de jaren.”

Ook muzikaal grijp je terug op je jeugd, de samba soul uit de jaren zeventig. Wat voor tijd was dat?

„Ik heb altijd het idee gehad dat ik tien jaar te laat ben geboren. Ik was ongeveer negen op het hoogtepunt van de samba soul. Je moet denken aan Earth, Wind & Fire met samba. Ik wilde dansen en uitgaan, maar ik mocht niet.

„Voor dit album had ik de kans om samen te spelen met João Parahybe, een van de grondleggers. Hij heeft me verzekerd dat ik samba soul maak. Voor mij is dat een groot compliment.’’