DNB leerde weinig van Icesave en DSB

De commissie-Frijns presenteerde vanochtend in Den Haag haar onderzoek naar de nationalisatie van SNS Reaal. Van links naar rechts Jean Frijns, Rein Jan Hoekstra en Bert Kreemers. Foto David van Dam

In oktober 2008 werd de IJslandse bank Icesave genationaliseerd. Die bank was een paar maanden daarvoor in Nederland actief geworden en had met stuntrentes tienduizenden Nederlandse spaarders gelokt. De bank viel kort daarna om doordat leningen die zij had verstrekt met spaargeld, als gevolg van de kredietcrisis waardeloos waren geworden. Nederlanders dreigden al hun spaargeld kwijt te raken maar al snel stelde de staat zich garant.

In opdracht van toenmalig minister van Financiën Wouter Bos kwamen twee prominente rechtsgeleerden, hoogleraren Edgar du Perron en Adrienne de Moor, in 2009 met een onderzoeksrapport waarin stond dat De Nederlandsche Bank Icesave te gemakkelijk had toegelaten tot de Nederlandse markt. DNB had weliswaar geen wettelijke grond om Icesave te weigeren, maar binnen de regels zou er wel ruimte zijn geweest om anders op te treden. DNB had Icesave „welwillend, procedureel en voorzichtig” behandeld, aldus de geleerden. DNB had grote zorgen gehad over Icesave, maar daar publiekelijk niets over gezegd.

DNB-president Nout Wellink ging fel in de verdediging. Hij stelde dat hij als toezichthouder alleen aanvullende eisen voor toetreding had kunnen stellen als de wetgever die extra regels eerst opstelde. Ze waren er tot dan helemaal niet. En dus kon DNB niet strenger zijn voor Icesave, zei Wellink. Hij stelt dat instellingen onder toezicht eerder dreigen met claims. En Icesave had hem „voorgelogen”.

Een run op DSB Bank

In oktober 2009 viel de bank van ondernemer Dirk Scheringa om. Spaarders hadden daarvoor massaal hun geld weggehaald bij DSB Bank, na een oproep van Pieter Lakeman van de Stichting Hypotheekleed. Volgens Lakeman heeft Scheringa tienduizenden klanten gedupeerd door hun dure hypotheken en woekerpolissen te verkopen. De bank verkeerde daarvoor al in grote financiële problemen. Door het faillissement raakten nog eens tienduizenden klanten hun geld kwijt.

In juni 2010 kwam de commissie-Scheltema met haar rapport over het DSB-drama. Zij concludeerde dat DNB onvoldoende daadkrachtig toezicht had gehouden. „DNB liet te weinig haar tanden zien.” De hardste kritiek was dat DNB Scheringa in 2005 nooit een bankvergunning had mogen geven. Maar ook in de jaren daarna was DNB te soepel geweest voor DSB. Daardoor konden de problemen voortetteren en uiteindelijk escaleren in een faillissement.

Nout Wellink bood zijn excuses aan. „Het had beter gekund”, aldus de DNB-president Die ruiterlijke erkenning was een breuk met het verleden, toen hij de verdediging koos. Wellink haalde zich later weer de woede van de Kamer op de hals toen hij zei dat hij DSB „niet zomaar” een vergunning had mogen krijgen. Politici associëren Wellink sindsdien met slecht toezicht.