De paden op, met Atte Jongstra naar het paradijs

De afdeling ‘Hygiënebureau’ in Rijksmuseum Twenthe, links, met kunstenaarsportretten in sanitaire opstelling; rechts dieren uit het paradijs Foto rijksmuseum twenthe

Hoe rein moet je zijn, om het paradijs te mogen betreden? En ruikt heiligheid naar bloemkool? Die vragen roept schrijver Atte Jongstra op in de expositie die hij heeft samengesteld over het paradijs in Rijksmuseum Twenthe. Of beter gezegd – over de vele wegen die leiden tot het paradijs, de hemel, de Hof van Eden, of hoe je het noemen wilt. Want het paradijs is vooral een belofte, een ideaal, en de mens is vooral doende om het te bereiken. Vandaar is de titel van Jongstra’s expositie De Paden naar het Paradijs.

Met topstukken uit het museum, kunst uit het depot, plus nog wat speciaal uit andere musea geleend werk heeft hij een opmerkelijke en speelse tentoonstelling samengesteld rond paradijselijke thema’s.

Niet alleen de keuze van die werken is bijzonder, ook hoe Jongstra ze presenteert. Ze hangen of staan in ongebruikelijke combinaties thematisch bij elkaar, oud en nieuw, rijp en groen door elkaar, waardoor je echt anders, met een frisse blik gaat kijken naar de schilderijen, prenten, beelden en objecten, op zoek naar verbanden die je eerder niet had vermoed. Zo is er bijvoorbeeld een ronde vitrine met houten heiligenbeelden, manshoog soms, die in een kringetje rond een bloemkool – een echte – staan. De plichtmatige eerbied waarmee je normaal gotische en andere religieuze beelden bekijkt valt helemaal weg bij zo’n opstelling. Je bekijkt het wonderlijke tafereel en de beelden met nieuwe ogen. Heiligheid is niet de enige notie die aangetast wordt door Jongstra’s ingrepen.

Zo is er een geweldige opstelling waarbij (zelf)portretten van kunstenaars uit alle tijden, van Holbein de Jongere (uit 1533) tot Dick Ket en Emo Verkerk, op ooghoogte boven een rij wasbakken met kranen hangen – alsof het spiegels zijn waarin je kijkt, terwijl je je handen wast.

Achterliggende vraag bij deze wasbakkenopstelling is: hoe rein moet je zijn om het paradijs te mogen betreden? Het is de afdeling Hygiënebureau van De Paden naar het Paradijs. Jongstra heeft de expositie namelijk ingedeeld volgens de principes van surreële ‘wetenschap’ van de Patafysica. Dat is een kunst- en wetenschapsopvatting gebaseerd op de filosofieën van de Franse surrealistische schrijver Alfred Jarry (1873-1907). Volgens Jongstra, lid van de Nederlandse Academie voor Patafysica (NAP) neemt deze ‘neo-wetenschap […] humor doodernstig, en lacht als het serieus wordt’. Aanhangers onderzoeken onder meer ‘de oppervlakte van God’ of ‘de zijwindgevoeligheid van een optelsom’.

Omdat niemand weet waar het paradijs is, en de mens eigenlijk altijd op weg is naar het paradijs is er een afdeling Schoeiselstudies met schoenen en klompen. Er is een afdeling van ‘werkgroep De Inwendige Ziel’ met stillevens van voedsel, met een Van Gogh-tekening De soepuitdeling uit 1833.

Traditioneler is de afdeling Houtweg, waarin de kruisiging van Jezus aan bod komt, in lijn met de stelling van ‘mede-neowetenschapper’ Multatuli, die over de wegen naar de hemel en het paradijs schreef: „Er is maar één weg ten hemel: Golgotha. Wie er wil komen langs andere weg, is ’n infame smokkelaar.”

Er staat een prachtig kleurig houten beeld uit 1300 van Jezus, Christus Koning gezeten op een ezel op wieltjes, die in palmpaasoptochten werd meegetrokken – indachtig Jezus’ woorden: „Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig en rijdend op een ezel.”

Zo zijn er ook afdelingen met schilderijen en prenten van Adam en Eva (onder meer van Jan Sluijters), naakten, landschappen, dieren, en een mooie begeleidende glossy bij de expositie, met neo-wetenschappelijke artikelen over bijvoorbeeld de vraag: was de aarsmade al aanwezig in het paradijs?

Ook is er een audiorondleiding waarbij Jongstra te horen is, die onnavolgbare neo-wetenschappelijke uiteenzettingen bij de kunstwerken geeft. Jongstra heeft iets bijzonders geschapen in het Rijksmuseum Twenthe. Zijn expositie beslaat de helft van het museum, en blijft tot januari 2015 staan – daarnaast zijn er wisseltentoonstellingen, zoals Permeke en de Vlaamse expressionisten (tot 16 maart).