Clubs van 100 bieden toegang tot VVD-politici

Illustratie Studio nrc

Het was een unieke bijeenkomst, vonden de aanwezigen zelf. De leden van de ‘Clubs van 100’ van Amsterdam en Rotterdam hadden een netwerkmoment georganiseerd. Ze waren „te gast” in Breukelen, in het Koetshuis van Cor van Zadelhoff, een van de rijkste vastgoedhandelaren van Nederland. Bijna alle ruim 120 aanwezigen hadden toegezegd vijf jaar lang 1.000 euro per jaar aan hun club van 100 te schenken. De 500.000 euro die zo werd verzameld, was bedoeld voor de VVD.

De partij had belangrijke sprekers beloofd: minister Melanie Schultz van Haegen en partijvoorzitter Benk Korthals. Maar die hadden vanwege de ‘politieke actualiteit’ afgezegd. Het was 23 april 2012: twee dagen eerder was het eerste kabinet van VVD-leider Mark Rutte gevallen.

Teleurgesteld zullen de aanwezigen in het Koetshuis niet zijn geweest. De VVD-delegatie die ze ervoor in de plaats kregen, was een stuk omvangrijker: minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal, staatssecretaris Sociale Zaken Paul de Krom, VVD-senator Loek Hermans en twee Tweede Kamerleden. Last but not least: premier en partijleider Mark Rutte zelf, die dezelfde dag een bezoek aan de koningin had gebracht om zijn ontslag als premier aan te bieden. In het jaarverslag van de Club van 100 Rotterdam staat: „De donateurs kregen van de sprekers een inkijkje in de gebeurtenissen rondom de val van het kabinet.” Zo behoorden de aanwezigen tot de eersten in Nederland die hoorden wat er was gebeurd. Een mooie bijvangst van hun donatie.

In 2011 concludeerde de Algemene Rekenkamer dat op het gebied van donaties aan politieke partijen eigenlijk alles mogelijk was, ook anoniem. Eerder waarschuwde de Raad van Europa dat het ontbreken van regels in Nederland ongewenste beïnvloeding door anonieme geldschieters mogelijk maakte. Juist op lokaal niveau, waar de Clubs van 100 opereren, is het risico van beïnvloeding door geldschieters het grootst, blijkt uit onderzoek. Bijvoorbeeld omdat ondernemers afhankelijk zijn van lokale bestuurders voor allerlei vergunningen.

De VVD is van alle partijen verreweg het succesvolst in het werven van fondsen, zowel landelijk als lokaal. De partij haalde in 2012, het laatste jaar waarvan cijfers bekend zijn, 1,4 miljoen euro op, de helft via vijf landelijke stichting, de andere helft via een inzamelingsactie onder leden. Daar bovenop droegen allerlei lokale afdelingen en organisaties nog 1 miljoen euro af aan de partij. Ter vergelijking, het CDA en de PvdA haalden in verkiezingsjaar 2012 zo’n half miljoen op.

Waar die 2,5 miljoen euro van de VVD vandaan komt, is bijna geheel onbekend. Doordat het geld werd ingezameld via landelijke en lokale stichtingen, golden de weinige wettelijke verplichtingen tot openbaarmaking niet. En eigen regels had de VVD, anders dan andere partijen, nauwelijks. Maar nadat prominente VVD-leden werden verdacht (en soms veroordeeld) voor belangenverstrengeling op lokaal en regionaal niveau, waait in de partij een nieuwe wind.

Niet alles openbaar

Mark Rutte zei begin vorig jaar dat zijn partij voorop zou gaan lopen op het gebied van bestuurlijke integriteit, en maximale openheid zou geven over de geldstromen binnen de partij. Vorig jaar kwamen er een integriteitscommissie en „vuistregels” voor politici. Het ‘Giftenreglement’, dat het VVD-bestuur vandaag bekendmaakt, is de volgende stap. Inzicht in de herkomst van donaties van de Clubs van 100 zullen de nieuwe regels niet geven: de leden blijven met hun vaste bijdrage van 1.000 euro per jaar onder nieuwe ‘openbaringsgrens’ van 4.500 euro. Maar meer dan vroeger geven de Clubs welwillend antwoord op vragen van journalisten, op advies van het partijbureau.

Uit het jaarverslag 2012 van de Rotterdamse Club blijkt onder meer dat havenwethouder Jeanette Baljeu en commissaris van de koningin Jan Franssen lid waren van het Comité van Aanbeveling. Dat heeft de taak donateurs te werven. De Club doneerde 80.000 euro aan de lokale VVD, voor de landelijke campagne. Ook blijkt dat minister van Justitie en voormalig burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten bij twee van de drie activiteiten dat jaar sprak. „Hij gaf inzicht in de lopende zaken in de landelijke politiek en op het Ministerie.” Eenmaal sprak hij over „de aankomende verkiezingen, de verwachtingen en mogelijkheden voor Kabinet Rutte-II, de Eurocrisis, Ondernemend Nederland.” Bezoeken van Kamerleden en bewindspersonen zijn ook bij andere Clubs zoals in Drenthe en Utrecht lokkertjes.

Het jaarverslag van de Club in Amsterdam over 2012 is nog niet af, vertelt voorzitter Edward Asscher. Zijn club telt nu 50 leden, de helft laat het eigen bedrijf betalen voor het lidmaatschap. Dat geld draagt de Club af aan de lokale VVD, uitsluitend ter financiering van lokale campagnes. Dit jaar zal dat meer dan een 100.000 euro zijn. De Club biedt leden vermaak en sprekers, zegt Asscher. Onlangs namen ze met de lokale VVD-top het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst door. Maar invloed hebben ze beslist niet op de koers, zegt Asscher: „Het programma was al vastgesteld voor het gesprek.”

Dat is niet altijd het geval. De Utrechtse Club van 100 bood leden vorig najaar de kans te „sparren met bestuurders en ondernemende liberalen over de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraden en samen benoemen welke elementen hierin niet mogen ontbreken”.

Zakelijke bijeenkomsten

Van de kans met „lokale en landelijke politici de dialoog aan te gaan in een besloten omgeving”, moet men zich niet te veel voorstellen, zegt Asscher. „Zo’n een-tweetje van een paar minuten met een minister of staatssecretaris stelt niet zoveel voor. Als je tijdens een politiek café een wethouder of gemeenteraadslid spreekt, heb je dezelfde invloed.”

Maar als de VVD-donateurs geen invloed hebben, wat krijgen ze dan wel? Caroline Nagtegaal van Doorn legt het uit. Zij is lobbyist in Brussel voor het Havenbedrijf, kandidaat-Europarlementariër voor de VVD, en secretaris van de Club van 100 in Rotterdam, dat 100.000 euro aan de plaatselijke VVD denkt te geven voor de aankomende lokale verkiezingen. „Zo’n drie tot vier keer per jaar organiseren we een bijeenkomst, waar landelijke VVD-politici komen spreken. Verder treffen donateurs natuurlijk elkaar. Het zijn vooral zakelijke bijeenkomsten”.

De transparantie bij de Clubs strekt zich nog niet uit tot het melden wie geld doneert. Namen willen de voorzitters van de Clubs niet geven. Deze mensen is privacy toegezegd, en zolang de wet dat toelaat, geldt die toezegging.

In het vorige maand gepubliceerde jaarverslag over 2012 van de Stichting Ondersteuning VVD Tweede Kamerverkiezingen wordt gemeld dat ‘K.J. de Clerq’ 15.000 euro gaf. De penningmeester bevestigt dat het om Klaus de Clercq Zubli gaat, met tikfout. Hij is de directeur in Nederland van Vitol, ’s werelds grootste onafhankelijke oliehandelsbedrijf, met grote belangen in de Rotterdamse haven. Vitol vestigde de aandacht op zich door omstreden oliedeals in Irak, Servië en Libië. In 2007 kreeg Vitol in de VS een boete van 17,5 miljoen dollar voor betalingen, in ruil voor oliecontracten, aan Iraakse functionarissen onder Saddam Hoessein. De Clercq Zubli blijkt ook donateur van de Club van 100 in Rotterdam.

Wie de andere 81 donateurs zijn, blijft geheim zolang de wet openbaarmaking niet verplicht.