Column

Boeken op proef

Het e-book schijnt een ideaal lokmiddeltje te zijn. Veel uitgevers kennen inmiddels de truc waarbij je een nieuwe roman een dag lang gratis als e-book beschikbaar stelt, wat de verkoop van het fysieke boek een duwtje blijkt te geven.

De bibliotheken hebben het ook ontdekt. Ze gaan vijfduizend e-books gratis uitlenen, via een app, waarop je dan – dat is het eigenlijke doel waarvoor die e-books het glijmiddel zijn – informatie krijgt over activiteiten in de bieb. Het succes van zo’n mailinglist zal moeten blijken.

Toen ik minister Jet Bussemaker het eerste e-book zag downloaden, kreeg ik een plannetje dat, in alle bescheidenheid, nogal briljant is. Ik dacht: waarom laten we dit niet door de boekhandels doen, die het nu zo moeilijk hebben? Laat lezers dáár voor niks of voor een habbekrats een bestandje kopen dat zichzelf na drie weken opblaast, tenzij ze het boek willen hebben en alsnog met korting kopen.

Een boek op proef. Daarmee hoef je gelijk de bibliotheken, die het ook moeilijk hebben, niet op te zadelen met nieuwe taken. Bibliotheken zijn namelijk duur, te duur blijkbaar voor veel gemeenten. Dat is sneu, zoals een rapport concludeerde dat een commissie onder leiding van Job Cohen uitbracht. Bibliotheken gaan laaggeletterdheid tegen, zijn culturele ontmoetingsplekken, onmisbaar voor onze kenniseconomie, innovatie, debat, kunst en cultuur… Het bekende liedje. Zeker, dat is allemaal erg belangrijk, maar gemeenten staan voor praktische dilemma’s: sluiten we de sportvereniging, het zwembad, of de bieb? Als die clubs allemaal rapporten schrijven over hun onmisbaarheid, komen we niet veel verder.

Bibliotheken en boekwinkels azen niet alleen op hetzelfde publiek, ze hanteren ook dezelfde strategie om de leegloop tegen te gaan: zo draait het op beide plekken tegenwoordig om ‘de beleving’, en daarom zijn er hippe koffiebarretjes, knusse leeshoekjes, lezingenavondjes met schrijvers, enzovoorts.

Waarom elkaar nog langer kapot concurreren? Waarom dat toch al uitdunnende publiek uitsmeren over meerdere locaties?

De oplossing is een nauwere samenwerking. De bibliotheken moeten minder bang worden voor commerciële partijen: Polare pakt dat briljante e-bookplannetje op, Starbucks schenkt koffie, en nieuwe hippe bedrijfjes gaan geluidsdichte werkcellen voor zzp’ers verhuren, cursussen haikuschrijven organiseren, enzovoorts. Nu ontplooien die bibliotheken allerlei activiteiten die commerciële partijen beter kunnen: cappuccino maken, e-books verhandelen, kantoorruimte verhuren.

Net als de kunstsector zal ook de bibliotheek op zoek moeten naar commerciële sponsoring, modern mecenaat. Dat hoeft niet op een totale privatisering van de bibliotheken uit te draaien: voor sommige maatschappelijke kerntaken en onderwijsprogramma’s kan een bescheiden subsidiebudget blijven bestaan.

De gedachte dat de wereld louter bestaat uit commerciële geldwolven en armzalige subsidieslurpers is achterhaald.