Bijna niemand durfde aangifte te doen, uit angst voor Badr Hari

Badr Hari moet vier jaar gevangenisstraf krijgen, waarvan een jaar voorwaardelijk. Dat is de eis die het Openbaar Ministerie (OM) gisteren formuleerde in het proces tegen de kickbokser. Hij staat terecht voor een reeks mishandelingen, waaronder de zware mishandeling van ondernemer Koen Everink tijdens dancefestival Sensation White.

Het gedrag van Hari volgt een vast patroon, zei officier van justitie Rob Kloos gisteren in het afsluitend deel van het requisitoir: ruzie bij het uitgaan. „Verdachte Hari is hier altijd in het gezelschap van vrienden en zoekt doorgaans zelf de confrontatie op, al dan niet onder het mom van het sussen van een ruzie. Er is sprake van agressief en intimiderend gedrag, met een hoog weet-je-wel-wie-ik-bengehalte.” Hari handelt alsof hij onaantastbaar is, zegt de officier van justitie. „Bijna niemand durft aangifte te doen tegen verdachte of belastend over hem te verklaren, doodsbang als men is voor represailles van Hari zelf of zijn vertrouwde hofhouding.” Het OM noemt het tekenend dat pas na Sensation White aangifte werd gedaan in twee andere zaken.

Het intimideren van slachtoffers en getuigen ziet het OM als strafverzwarende omstandigheden, net als de pogingen camerabeelden van incidenten te laten verdwijnen. De mishandelingen zijn hem ook extra aan te rekenen, juist omdat hij wereldkampioen kickboksen is. „Wat voor een wereldkampioen ben je nu helemaal als je buiten de ring een spoor van mishandelingen trekt door het Amsterdamse uitgaansleven?”

De strafeis geldt voor de acht beschuldigingen bijeen. Het voorarrest, opgeteld bijna vijf maanden, zou daarop in mindering worden gebracht.

De verdediging van Hari zei tijdens het proces dat Hari door de overmatige media-aandacht al voldoende gestraft is. Dat spreekt de officier van justitie tegen: Hari heeft een eerlijk proces gehad.