Biddend en zingend wachten op de bestorming

In Kiev kwam het gisteren tot botsingen tussen de politie en betogers tegen de regering, die hun gebarricadeerde kampement in het centrum hebben opgeslagen. Er vielen ten minste drie doden. Op een podium in het kampement worden missen opgedragen. Een orthodoxe priester (foto boven) probeerde gisteren een confrontatie te voorkomen. Foto’s AFP, AP, Reuters

Komende nacht gaat het gebeuren. De Maidan, het tentenkamp op het Onafhankelijkheidsplein en de Kresjtsjatik Boulevard in Kiev, maakt zich op voor de bestorming door de ordetroepen van president Viktor Janoekovitsj. Viktor, een 46-jarige man uit een buitenwijk van de Oekraïense hoofdstad, twijfelt niet.

De duizenden betogers, die zich ook afgelopen nacht weer in het centrum hebben verzameld, twijfelen evenmin. Via sociale media melden ze elkaar of en waar in de stad de titoesjki weer bezig zijn olie op het vuur te gooien om de regering een nog beter alibi te bieden. Want het zijn volgens de oppositie deze hooligans – vernoemd naar de beruchte voetbalvandaal Vadim Titoesjko – die de dodelijke rellen van eergisteren grotendeels hebben uitgelokt, Maar de oproerpolitie berkoet (zee-arend) gaat de Maidan hoe dan ook bestormen. De drie oppositieleiders hebben tijdens hun vruchteloze crisisgesprek met vertegenwoordigers uit het presidentiële team te verstaan gekregen dat ze nog een ‘etmaal’ kregen om Kiev zelf te ontruimen.

Deze duizenden bereiden zich daarop voor. Het sneeuwt en het vriest in Kiev. Honderden mannen en vrouwen zijn met sneeuwspades, scheppen met plat breed blad, in de weer de sneeuw op hoopjes te vegen en in zandzakken te proppen. Waarna die worden afgevoerd naar een der barricades. Elders wrikken jongeren met koevoeten de klinkers uit de straat. Met dezelfde bestemming. Want er zijn nieuwe barricades opgeworpen, met name bij het Europaplein waar gisteren de eerste doden vielen.

Vijf doden, fluistert men. De regering spreekt nog van twee. Maar drie doden hebben intussen wel een naam: Sergej Nigojan, Michail Zjiznevski en Joeri Verbitski.

De vrolijke popmuziek van vroeger klinkt niet meer. Alleen het volkslied is gepast. Elk uur wordt het een paar keer gezongen. Vrouwen lopen, gebeden en psalmen prevelend, rondjes over straat. Op het podium worden missen opgedragen. Door popes van de Orthodoxe Kerk van het Kievse Patriarchaat en de Grieks-Katholieke Uniatenkerk. De Orthodoxe Kerk van het Moskouse patriarchaat steunt de regering. Die meldde de president gisteren: „U draagt vandaag een zwaar kruis. De kerk is tot het einde met u.”

De eerste doden. En dat in een land waar massaal politiek geweld de laatste vijf decennia juist werd gemeden, ook toen Oekraïne zich in 1991 losmaakte van (Sovjet)Rusland. En toch is er ook na deze doden nog altijd slechts sprake van een dialoog der doofstommen.

Bijna wanhopig vroeg ex-minister Joeri Loetsenko van Binnenlandse Zaken de burgers eerder deze week om het woord „burgeroorlog” niet ijdel in de mond te nemen. Gisteren, nadat er doden waren gevallen, was Loetsenko dat vergeten toen hij de tienduizenden op de Maidan toesprak. „Dit is een oorlog om de bevrijding van Oekraïne van een bloedige sovjetisering en een vijfde colonne die zich bevindt aan de Bankova [residentie van de president]”, zei Loetsenko, die tot april 2013 op ‘politieke gronden’ twee jaar gevangen zat en eerder diende onder oud-premier Joelia Timosjenko die op haar beurt vanuit haar cel in Charkov het volk opriep tot een „opstand”.

Omgekeerd volgt Janoekovitsj een scenario dat mede in Rusland wordt uitgetekend. Dinsdagmorgen al liet minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken vanuit Moskou weten dat de toestand „onbeheersbaar” was geworden. Janoekovitsj zei gistermiddag, ná de doden, dat hij de oppositie „nog een keer uitnodigde om het verzet te staken en rond de tafel te gaan zitten”. Het gesprek leidde tot niets. De regering wil de mensen van straat zonder handreikingen te doen. De oppositie wil verkiezingen, kortom, eist dat de huidige macht wijkt.

De parlementaire oppositie heeft niettemin weinig overwicht op haar gromada, zoals Oekraïners een publieke gemeenschap noemen. Die greep mist ze vanaf het begin, toen niet politici maar studenten op 22 november gingen protesteren tegen het plotselinge regeringsbesluit om het associatieverdrag met de EU af te blazen en te koersen op een akkoord met Rusland.

Of de regering volledige controle heeft over de gewapende machtsstructuren, de siloviki, is de vraag. Nadat de draconische openbare ordewetten waren bekrachtigd – de aanleiding van de escalatie deze week – verlieten de chef-staf van Janoekovitsj en een paar topambtenaren het presidentiële kamp. En de legerleiding liet gisteravond wederom weten dat soldaten zich niet gaan mengen in de crisis.

Die doden zijn nu ieders hypotheek. Ook voor de ‘bende’, zoals de regering op straat wordt betiteld. Een kwalificatie die is gebaseerd op het feit dat Janoekovitsj’ zoons, met name de oudste, zich in sneltreinvaart hebben kunnen verrijken. Niemand minder dan president Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland, bekend als de ‘laatste dictator van Europa’ die nog kortere metten maakt met zijn oppositie dan Janoekovitsj, stipte dat probleem gisteren aan. „Een nachtmerrie: dat krijg je als de kinderen van de president in zaken gaan”.

In een café aan de Sofiastraat, bij de Maidan waar het min 11 is, drinkt men heel vroeg vanmorgen een hartversterkertje. In de kroeg staan jongens en meisjes die het tentenkamp verdedigen. Op de tv verschijnt een ultra, de harde kern van voetbalclub Sjachtar uit Donetsk, thuisbasis van Janoekovitsj. Hij zegt dat hij niets te maken heeft met de titoesjki. Goed nieuws? De jongens aan de bar lachen er alleen maar om.