Advocaat Badr Hari oppert boete en horecaverbod

Badr Hari komt aan bij de rechtbank in Amsterdam tijdens tweede dag van de hervatting van de rechtszaak hem. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

De rechtbank moet Badr Hari niet opnieuw naar de gevangenis sturen, maar hem een lange voorwaardelijke straf, een horecaverbod en eventueel een boete opleggen. Dat opperde Hari’s advocaat Bénédicte Ficq vanmiddag in de rechtbank.

Het OM eiste gisteren vier jaar celstraf, waarvan één voorwaardelijk.

Als u hem terugstuurt naar de bajes en niet verdisconteert wat er met hem is gebeurd in de beeldvorming, dan is dat onrecht, zei de raadsvrouw tegen de rechter.

“Want er is vergelding geweest. Als u hem terugstuurt, wordt de straf wel heel erg zwaar. Dan kan hij inpakken. Alles waarvoor hij heeft gevochten is dan weg, voor hem zijn de komende drie of vier jaar cruciaal, een lange celstraf is dan niet rechtvaardig.”

AT5-verslaggever Mark Schrader vanuit de rechtszaal:

Twitter avatar markschrader Mark Schrader Ficq doet dringend beroep op rechtbank Hari niet terug te sturen naar gevangenis. ‘Geef hem kans sportman te blijven die hij is’ #badrhari

‘Mediaspektakel’

Ficq wees in haar slotwoorden opnieuw op het “mediaspektakel” rond de kickbokser.

“We hebben er alles aan gedaan de media niet te zoeken. Het is onvoorstelbaar wat over hem is geschreven. Hij werd tot op het bot vernederd, gedemoniseerd, afgebrand en hij heeft nooit gereageerd. Zijn rugzak zit vol met negatieve publiciteit. Niemand verdient het om en strafrechtelijk af te moeten rekenen en daarbij ook nog eens mediarechtelijk.”

Het OM beweert dat Hari de media-aandacht zelf heeft gezocht, maar dat was volgens Ficq reactief. Hari zou alleen in een “panisch moment”, de dag na de mishandeling van Koen Everink, een interview met De Telegraaf hebben gegeven.

Het is te gek voor woorden hoeveel er is getapt, hoeveel onderzoek er is gedaan en hoeveel verhoren en getuigen er zijn geweest, vervolgde Ficq haar verhaal.Zij zei de feiten niet te bagatelliseren, maar noemde het buitenproportioneel dat Badr Hari terechtstaat “alsof hij een monster” is.

Eerder op de dag stelden Ficq en haar collega Marnix van der Werf dat het bewijs tegen Hari in veel gevallen verkeerd is geinterpreteerd en weerlegbaar is. De rol van Hari was volgens de raadslieden in veel gevallen juist sussend en bemiddelend.

‘Geen overtuigend bewijs’

Volgens de raadsvrouw is voor het leeuwendeel van de aanklachten geen overtuigend bewijs, maar heeft justitie zich laten leiden door een tunnelvisie met als beoogd doel de veroordeling van Hari. Ficq stelde dat vrijwel alle feiten op de tenlastelegging - acht geweldsincidenten - vrijspraak moet volgen.

Wat betreft de mishandeling van Everink tijdens dancefeest Sensation White wil zij dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard vanwege onregelmatigheden in het politieonderzoek. Het OM heeft een aantal fouten erkend, maar beoordeelt die niet als cruciaal. Ficq noemde het daarnaast onbestaanbaar dat het OM geen vraagtekens zet bij de verklaringen van Everink, die vanwege zijn drankgebruik en tijdelijke bewusteloosheid veel herinneringen zou hebben gereconstrueerd met hulp van anderen.

Ook de overtuiging van het OM dat de mishandeling in skybox 233 was gepland bestrijdt Ficq. Die is volgens haar alleen gebaseerd op de verklaring van een barmeisje dat werd weggestuurd. De advocaat betoogde dat haar vertrek niet relevant en toevallig was. Voor het medeplegen van de mishandeling van Everink is volgens de raadsvrouw ook geen bewijs.

Voor de beweerde rol van Hari in de gebeurtenissen in uitgaansgelegenheden als Jimmy Woo, Club Air, Cooldown Cafe en Blinq zijn ook geen betrouwbare getuigenverklaringen afgelegd, betoogden Van der Werf en Ficq. Ook veiliggestelde camerabeelden leveren onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van Hari, is hun oordeel.

Het OM reageert maandag op het pleidooi. De rechtbank doet naar verwachting over ruim twee weken uitspraak.

Lees meer over de zaak in ons artikel ‘Na drie maanden onderbreking maakt Badr Hari zijn rentree in de rechtbank’.

(Novum)