Staken in Nederland is allesbehalve wild

illustratie roel venderbosch

Eén etmaal is er vorige week gestaakt bij Philip Morris in Bergen op Zoom. Voor de sigarettenfabriek betekende de actie een productieverlies van naar schatting 250 tot 300 miljoen sigaretten. De vakbonden eisen een loonsverhoging van 3 procent en compensatie voor een lagere pensioenopbouw. Ze hebben deze week al gedreigd met een staking van 48 uur als de directie afwijzend blijft.

De crisis en de bezuinigingen voeren de spanningen tussen werkgevers en werknemers op. In Wekerom staakt het personeel van skelterfabriek Berg Toys tegen verplaatsing van de productie naar China. Bij verfconcern AkzoNobel in Deventer dreigde deze maand opnieuw een staking tegen de beoogde sluiting. In november legden 150 strafrechtadvocaten het werk neer uit protest tegen de bezuiniging op gesubsidieerde rechtsbijstand – enzovoorts.

Maar verreweg de meeste mensen hebben nog nooit gestaakt en zullen waarschijnlijk nooit staken, want Nederland is geen stakingsland. Voor hen: een stakingswijzer.

Staken is het uiterste middel

Nederland kent geen nationale stakingswet. „Het stakingsrecht, de femme fatale van het arbeidsrecht, luistert naar zowel nationale als internationale normen en jurisprudentie”, aldus Paul van der Heijden, hoogleraar internationaal arbeidsrecht in Leiden. „Het kompas waar we op varen is het recht op collectieve acties uit het Europees Sociaal Handvest.”

Rechters moeten dus terughoudend zijn, maar mogen een staking wel verbieden. Een staking moet altijd het uiterste middel zijn en een legitiem doel hebben dat in verhouding staat tot de schade. Werknemers van Equens, dat jaarlijks miljarden pinbetalingen verwerkt voor banken, mochten hun werk in 2012 bijvoorbeeld niet neerleggen. De rechter vreesde dat het Europese betalingsverkeer ontwricht zou raken.

De meeste stakingen zijn te kort om de gang naar de rechter te maken, vertelt Jan Mathies, juridisch adviseur van werkgeversvereniging AWVN. „De schade is dan te klein om een zaak te hebben. Het is voor werkgevers ook niet handig te snel naar de rechter te stappen. Als de vakbonden winnen staan ze sterker.”

Staken is een bureaucratische dans

Spontane of ‘wilde stakingen’ komen niet veel voor in Nederland. Staken is een bureaucratische dans tussen de werkgever en de werknemer. Na het stuklopen van onderhandelingen kan het nog weken duren, minimaal één, voordat „de boel platgaat”, vertelt Henk van Beers, bestuurder bij CNV Vakmensen.

De bonden openen de dans doorgaans met een reeks kleine acties, zoals een ‘poortactie’: een stoere naam voor wat flyeren en yellen bij de slagboom. Serieus wordt het pas als de onderhandelingen klappen of de bonden een eindbod afwijzen. Als de werkgever niet meer wil onderhandelen, beleggen de bonden een ‘driekwartvergadering’ (driekwart van de aanwezige leden moet instemmen met acties). Komt er actie, dan stellen de bonden een ultimatum en keren ze terug naar hun oorspronkelijke eisen: alle biedingen tot dan toe gaan van tafel.

Het overleg tussen bonden en bazen gaat vaak wel gewoon door. Over veiligheidsvoorschriften bijvoorbeeld, de productie moet verantwoord worden stilgelegd. CNV’er Van Beers: „Er is altijd wel een ploegje dat zorgt dat een paar ketels op doorstroom blijven staan.” Zeker in de petrochemie of bij de hoogovens loop je niet zomaar fluitend de poort uit.

Stakersrellen zijn in Nederland een zeldzaamheid. In 25 vakbondsjaren heeft Van Beers alleen meegemaakt hoe ze bij Philips in Terneuzen voor de poort pallets opstookten – en dat waren de Belgische werknemers.

Voor bedrijfsbezettingen schrikken bonden tegenwoordig ook af. FNV Bondgenoten bezette in 1992 een machinefabriek die na twee weken failliet ging. De eigenaar stelde de bond aansprakelijk voor 41 miljoen euro. In 2007 veroordeelde de rechter de bond uiteindelijk tot het betalen van 16 miljoen euro.

Staken is kleur bekennen

Niemand wil er een zijn, maar stakingbrekers zijn er altijd. Van de 1.400 Philip Morris-medewerkers in Bergen op Zoom bijvoorbeeld staken er 800 níet. Het protest leeft vooral bij de sigarettenmakers, minder bij de tabaksverwerkers. „En Bergen op Zoom ligt vlakbij het Zeeuwse Tholen, van oudsher een protestants bolwerk waar ze ook niet graag staken”, zegt CNV-onderhandelaar Piet Verburg.

Werknemers die niet staken, nemen op stakingsdagen vaak verlof om stakende collega’s te ontlopen. Verhoudingen op de werkvloer kunnen soms blijvend beschadigd raken. Sjaak van der Velden, gepromoveerd op de Nederlandse stakingsgeschiedenis, beschrijft in Werknemers in actie bijvoorbeeld een grote FNV-staking van buschauffeurs in 1995. Leden van het CNV, dat niet meestaakte, werden geïntimideerd en bedreigd door FNV’ers. Eén lid werd uitgescholden voor ‘een vuile, vieze CNV-kankerhoer’, beschreef de Volkskrant destijds. ‘Haar vaste kanomaat zei dat hij haar op het jaarlijkse bedrijfsuitje in de Ardennen zou verzuipen.’

Staken is je hoofd erbij houden

„Waar je goed voor moet zorgen”, zegt havencoördinator Niek Stam van FNV Bondgenoten, „is de inwendige mens. Is je suikerspiegel te laag, heb je honger of dorst, dan word je knorrig en emotioneel. Moet je niet hebben”. Bij grotere stakingen in het havengebied laat de bond daarom catering aanrukken. „Voor koffie, thee, koeken, een patatje of broodje hamburger. Vroeger mochten stakers nog in de kantine wachten, nu moeten ze gelijk de terminal af.”

Zowel stakers als onderhandelaars moeten hun emoties van de inhoud kunnen scheiden. „Je leeft toch mee met de leden en de kaders”, zegt FNV’er Stam. „Iedereen is moe”, zegt Van Beers van CNV. „Je moet tussen de onderhandelingen door echt proberen te slapen of te ontspannen. Ik zeg altijd: ik pas de ‘JBF’ toe. Dat is de strategie van Jan Boeren Fluitjes.”

Staken is geen vetpot

De oorlogskassen van bonden zijn de stakingskassen. Wie lid is en zich in het actiecentrum registreert als staker, kan uit de kas een ‘stakersuitkering’ krijgen. Denk aan ongeveer 60 euro voor een gestaakte dienst, net genoeg om het moreel op peil te houden.

Van de drie vakcentrales in Nederland, heeft alleen de MHP geen centrale stakingskas. Hoeveel er in de kassen van de FNV en CNV zit, is geheim. „Daar zullen we nóóit iets over zeggen’’, zegt een CNV-woordvoerder. „Dan kunnen werkgevers onze stakingen breken.”

Een lange staking kan flink in de papieren lopen. Bij de grote bouwstaking in 1995 legden 25.000 werknemers het werk neer – dat kostte de bonden 2,7 miljoen gulden per dag.

Het jaar 2012 was ook een duur stakingsjaar voor bonden. Er gingen 219.000 arbeidsdagen verloren, met name door de staking van schoonmakers en leraren. Datzelfde jaar berichtte deze krant dat de stakingskas van de FNV, het ‘weerstandsfonds’, bijna leeg was. De vakcentrale wilde bezuinigen op uitkeringen bij stakingen die langer dan een week duren en de contributie voor het fonds verhogen. „Geen zorgen”, zegt cao-coördinator Mariëtte Patijn van de FNV nu. „De stakingskas is goed gevuld.”

Staken is winnen of verliezen... of schikken

Historicus Sjaak van der Velden heeft een online database met 15.117 stakingen van werknemers in Nederland in de periode 1372-2008. Opvallend is dat ongeveer evenveel acties zijn gewonnen als verloren of geschikt. „Statistisch geldt: hoe langer een staking duurt, des te groter de kans op verlies”, zegt Van der Velden. De langste staking in Nederland ooit was bij de zagerij van de gebroeders Loos in Blokzijl in 1924. Na 843 dagen werden alle 87 stakers ontslagen.

Stakingen om de sluiting van een bedrijf te voorkomen, zijn ook moeilijk, zegt juridisch adviseur Jan Mathies van de AWVN. „En soms wil een buitenlands moederbedrijf voor complicaties zorgen. Leg Amerikaanse aandeelhouders maar eens uit wat een sociaal plan is.”

„Waneer heb je gewonnen of verloren?”, vraagt FNV’er Patijn. „Voor ons is het winst als we er meer uitslepen dan zonder staking. Als de leden het gevoel hebben dat ze hebben gewonnen. Als de machtsverhouding tussen werkgever en werknemer weer enigszins hersteld is.”