Opgeslokt

De boerderijen die voor de uitbreiding van de A1 bij Muiden moeten wijken.

Elke ochtend slaat een krantenjongen bij Muiden de polder in. Voor de bezorging van één krant rijdt hij langs sloten en weiland tot aan de A1, waar hij parallel aan het geluidsscherm een modderig pad op rijdt. Hier, pal aan de snelweg, liggen tien boerderijen, sommige meer dan honderd jaar oud. Huizen waar je als voorbijrazende automobilist met verbazing naar kan kijken – hoe kun je hier leven. Op de gevels staan namen als Zeldenrust en Zinnigveld. Alle ruiten liggen aan diggelen, glasscherven rondom. Te midden van die boerderijen, aan de binnenkant volledig gestript, rookt in één huis de schoorsteen nog. Hier bezorgt hij nog deze maand de krant. Daarna wissen bulldozers de laatste restjes geschiedenis uit.

„Koffie?”

Dirk van Bolhuis (66) reikt zijn mok aan, zijn broer Age (62) schenkt in. Kat voor de kachel, broers voor het raam. Kanten gordijntjes. Op het gebloemde tafelkleed, oud-Hollandse dikte, ligt prominent De Telegraaf.

De inrichting van het ouderlijk huis is in de 38 jaar dat Age van Bolhuis er woont niet veranderd. De omgeving des te meer. Een snelweg met acht banen in de voortuin, een reus van een elektriciteitsmast in de achtertuin en bij westenwind elke 2,5 minuut een vliegtuig vlak over zijn hoofd.

Straks is alles voorbij. De tien boerderijen in Muiden moeten wijken voor verbreding van de A1 en de bouw van een aquaduct onder de Vecht, het grootste van Europa. Rondom het huis van Age is een leger van mannen in oranje pakken vast aan het werk. Grijparmen slopen de daken, vrachtwagens rijden af en aan. „Dit is gewoon oorlogsgebied”, zegt Dirk, kijkend uit het raam. „Alsof er een bom is ontploft”, zegt Age.

Vrijwel alle bewoners zijn hier sinds september weg. Ze gingen akkoord met de vergoeding van Rijkswaterstaat. Age vertrekt iets later, hij had nog veel aan zijn hoofd. Opruimen, het overlijden van zijn vrouw, kanker. „Maar zachtjes ben ik het wel een beetje zat hier.”

Grenzeloze groei

Een samenleving verandert als een lichaam. Die analogie gebruikten de oude Grieken en Chinezen al om over zoiets ontastbaars als samenlevingen te denken, schrijft socioloog Willem Schinkel in De samenleving als metafoor (2011). Maar terwijl ze in de Oudheid dat lichaam nog beschreven als een natuurlijke cyclus van geboorte, groei, verval en ondergang, is de metafoor in de industriële tijd vervangen door een lichaam van grenzeloze groei, lineair en richtingloos, met centraal de economie. Het ideaal van onze moderne samenleving, schrijft Schinkel, ‘is dat van de dikzak’.

Het hart van die dikzak ligt in Muiden, bij de boerderijen aan de A1. Hier, in het economisch centrum van Nederland, tussen Schiphol, Almere en Amsterdam, aan de hoofdader tussen de Randstad en het Europese achterland, zagen ze Nederland vet worden vanuit het raam.

Terwijl Age zijn verhuisdozen pakt, verlaat een stel koeien aan het begin van de weg definitief hun stal. Ria van Ginkel (76) doet na 58 jaar het licht uit in ‘De Buffelhoeve’, haar boerderij. Het was „werken, werken, werken”, zegt Ria. „Je had nooit ergens tijd voor.” Vandaar de naam.

Zo mager als Nederland in 1955 was, net zo mager waren Henk en Ria van Ginkel toen ze destijds aan de A1 gingen boeren. De weg, al A1 geheten, was een oude rijksweg met in de verte een vaart. Een tweebaansweg met aan de overkant kastanjebomen, over te steken met paard en wagen.

Henk van Ginkel, inmiddels overleden, was een stadsjongen die veeboer wilde worden. Hij kreeg de kans toen zijn oom overleed en geen opvolger had. Hij leende geld voor zes koeien en pachtte een stuk drassige veengrond van grootgrondbezitter Abraham Bredius. Naast een scheefgezakte schuur bouwde hij ‘De Buffelhoeve’.

Hoe vaak Henk niet naar de Rabobank ging om geld te lenen, gek werd Ria ervan. Hij wilde dikker worden, net als Nederland en nam risico. Niet langer handmelken, maar investeren in een melkmachine. Kwamen die beesten naar jou toe in plaats van andersom, hoefde je ook niet meer om vier uur op. Henk boerde, zei hij zelf, op het scherpst van de snede en ging van zes naar tien, naar twintig koeien.

De omvang van zijn veestapel groeide. Maar de samenleving groeide harder. Stijgende welvaart, vrouwenemancipatie, bevolkingsgroei en toenemend woon-werkverkeer leidden tussen de jaren 60 en 70 tot een ‘mobiliteitsexplosie’. Er kwamen bredere wegen, veel ongelukken. Recordjaar 1972 telde zo’n 3.300 verkeersdoden op Nederlandse wegen. Negen doden per dag.

Voor hun boerderij verscheen een benzinepomp. De weg werd vierbaans met een vangrail en een middenberm. Aan de achterkant, bij de stal, kwam een hoogspanningsmast vanwege de nieuwe centrale verderop. Toch kon je de A1 in die tijd nog oversteken, zegt Ria, „als je goed uitkeek”. Iedereen deed het, alleen al om de bushalte te bereiken.

Meer melk in minder tijd

Van Ginkel groeide door en was in 1974 de eerste aan de weg met een ligboxenstal. Meer melk in minder tijd zonder door de knieën te hoeven, een revolutie. Ria herinnert zich de reacties van vooral oudere boeren in het rijtje. ‘Zo, die durft.’ Maar als boer móést je wel groeien, zegt ze, want de kosten stegen. „Alles draait om schaalvergroting.”

Tien jaar later kon je een oversteek over de A1 wel vergeten. De ontwikkeling van Almere zag Ria aan haar dakgoot. Almere Haven, toen Stad, toen Buiten; de goot werd zwarter en zwarter van het roet. Elk etmaal reden voor de deur nu 80.000 auto’s langs, midden jaren 80. Elke seconde één auto. Maar klagen over het geluid, de drukte, deed niemand. Voor wie er bovenop zit gaan veranderingen langzaam, onmerkbaar. „We groeiden mee met het geluid.”

De A1 kreeg vlucht- en carpoolstroken. Er kwam een geluidsscherm dat de bewoners bij Muiden het uitzicht ontnam. Rijkswaterstaat voorzag alle boerderijen van driedubbel glas en ventilatiekastjes, zodat ramen niet meer open hoefden. Naast de telefoon zette Ria een bakje voor vrijwillige bijdrages van automobilisten met pech.

De samenleving werd dikker, maar bij de Van Ginkels was de rek eruit. Ze hadden zestig koeien en meer land was nodig om te blijven meedoen. Dat land was er in Muiden niet. Aan de horizon verschenen torenflats, aan de overkant een megastore. Buren gaven op en vertrokken naar het noorden of naar Duitsland. Henk van Ginkel wilde blijven.

De dagelijkse files vanaf de jaren 90 werden ook in Muiden merkbaar. De stilte van de jaren 50 was soms weer terug, dan stond het vast. Elk etmaal 160.000 auto’s, twee per seconde. De bewoners van het weggetje hoorden voor het eerst over grote bouwplannen. Het verkeer tussen Schiphol, Almere en Amsterdam moest weer op gang komen. Dat kon met een nieuwe tunnel door het natuurgebied, rakelings langs het Naardermeer, of met verbreding van de A1, ten koste van hun boerderijen.

Voor de bewoners brak een periode van jarenlange onzekerheid aan. Het besluit van de overheid – wel verbreden, niet verbreden – veranderde telkens, dus was investeren in hun bedrijven niet meer verstandig.

Henk kreeg blaaskanker, in 1997. Hij was niet de enige in het rijtje met kanker. Van de tien boerderijen heeft de ziekte zeker acht mensen getroffen. Was het toeval? Ria, die zelf ook kanker heeft gehad, is nuchter. Ja, achteraf is het frappant, zegt ze, dat ze de ijzeren plaat van de staldeur niet kon aanraken. Die stond altijd onder stroom. En dat de bomen van de windsingel om hun huis bij de hoogspanningsmast minder hard groeiden dan verderop. „Maar het zal altijd wel een raadsel blijven.”

Tien rijbanen en een wisselstrook

Tien dagen voordat haar man overleed, aan kanker in 2010, legden twee mannen van Rijkswaterstaat, keurig in stropdas, de plattegronden bij Van Ginkel op de keukentafel. Het was definitief, zeiden ze, ze gingen de boel in gang zetten. Tien banen en een dubbele wisselstrook. Niemand van het rijtje boerderijen in Muiden protesteerde. „We zagen het al jaren aankomen”, zegt Ria. „Het was een gelopen race.”

„Nog koffie?”, vraagt Age van Bolhuis. Broer Dirk kijkt uit het raam. Een vorkheftruck legt de stenen fundering van de buren in brokken op een stapel. „Wat hebben die kranen toch een kracht hè.”

Was de tunnel bij het Naardermeer er maar gekomen, zeggen de broers. Dan hoefden zij niet weg en reden de automobilisten minder om.

„Hij stond zelfs al ingetekend”, zegt Dirk.

„De milieubeweging hè,” zegt Dirk, „die heeft geprotesteerd. Iedereen denkt aan zijn eigen belang.” „De beestjes gaan voor op de mensen”, zegt Age.

Toen in januari vorig jaar het besluit ook politiek definitief was, is de ontmanteling van de boerderijen rap gegaan. Eind zomer kwam een vriend van Age op visite en zei: ‘Ziet er lekker uit allemaal’. Bleek dat slopers de dag ervoor overal de ruiten eruit hadden geslagen om de boerderijen voor krakers minder aantrekkelijk te maken. „Ik wist nog van niks.”

In de weken daarop zag hij ongure types in witte bestelbusjes, aasgieren, de huizen leegroven. Koper, dakpannen, parketvloer, antieke stalraampjes, alles namen ze mee. Eén keer stonden ze ook bij Age op het erf, twee jonge knapen. ‘Wat moeten jullie hier!’ riep hij. ‘Oh, oh, woont u hier nog?’ ‘Ja, wat denk je nou? Je ziet toch gordijnen, een auto?’

En laatst, op een zondagochtend, hoorde hij een vreemd geluid. ‘Boem boem boem.’ In één van de boerderijen was een illegale houseparty aan de gang.

Inmiddels zijn de boerderijen een toeristische attractie. Mensen in de file maken foto’s vanaf de weg, gezinnen en voormalige bewoners lopen rond tussen het glas. Ze komen nog één keer kijken. Er zijn best wat oud-bewoners die het allemaal prima vinden, zegt Age. De oude garde was grotendeels toch al weg. Sommigen zagen elders kansen, boeren op een grotere lap grond. Voor een buurman in scheiding met hypotheek kwam de onteigening als geschenk uit de hemel.

De boeren waren het liefst gebleven

Rijkswaterstaat heeft uiteindelijk, na lang onderhandelen, goed voor hem gezorgd, zegt Age. Eerst kwamen drie taxateurs bij hem de boel opmeten. Toen ze het over de prijs niet eens konden worden en Age het niet voor de rechter wilde laten komen, te riskant, ging hij akkoord met een ‘ruiling’. Zijn huis, niet in beste staat, ruilt hij in tegen een wit boerderijtje aan het water in Naarden met knotwilgen en een boomgaard. Juridische bijstand, verhuis-, inrichtings-, overdrachtskosten, alles heeft de overheid betaald.

En toch, zegt Age, was hij liever gebleven. „We hielden hier stalfeesten met de buren, vierden hier onze verjaardagen. Nooit was er haat en nijd. Hier ligt ons gevoel.”

Ook Ria van Ginkel met haar gezin was liever gebleven. „Dit was ons levenswerk”, zegt ze. „We hebben hier gelukkig geleefd.” Ze houdt even in. „Sorry, ik word wat emotioneel.”

Boos zijn de bewoners niet. Boos op wie? Eerder voelt het als een rouwproces, zegt Ria. Rouwen om de dood van een levenswerk, verzwolgen door een dikzak die samenleving heet.