Ondertussen op kantoor

Anders dan mannen, die een hulpeloze indruk kunnen maken waar het uiterlijk betreft, weten vrouwen dondersgoed wat wel, en wat niet kan op kantoor. Natuurlijk zie je weleens hangbillen met leggings, Uggs en lange vesten waarvan het idee is dat ze afkleden maar dat helaas niet doen. Of diepe decolletés waar je ogen als een lange ketting in verdwijnen. Te strakke korte jurkjes die de verkeerde bulten accentueren, opkruipend tricot, lichtzwarte, goedkope panty’s waar het beenhaar doorheen schemert, snorren en uitgegroeide haarverf. Maar dat alles wordt meestal snel gecorrigeerd.

Dat is het voordeel van vrouw zijn in de kantoorjungle: als je iets draagt wat niet goed is laten andere vrouwen dat weten. Mannen hebben advies nodig, vrouwen ‘helpen’ elkaar. Dan zeggen ze dat ze die jurk ook jaren hebben gedragen – in de vorige eeuw. Of ze vragen of het licht in je slaapkamer kapot is, of je wordt begroet met ijzig stilzwijgen – dat is het ergste. Vrouwen kleden zich niet voor de mannen op kantoor, vrouwen kleden zich voor elkaar.

Een vrouw die er langer dan een week bijloopt als een sloerie, een verzopen kat of een trapezewerker laat zien: ik ben te eigenwijs of te bitchy om hieraan mee te doen, óf ik word genegeerd door de andere vrouwen op de leeuwinnenrots. De leeuwinnenrots is hard, want naast inhoud gaat het er ook nog om vorm. Slechtgeklede vrouwen mogen alleen nog op de apenrots.

Gelukkig is het voor een vrouw best lastig om slechtgekleed te gaan. Ik had ooit een baas die klaagde dat het ‘hier wel een catwalk leek’, zo flamboyant liepen de vrouwen rond. Zo zou het natuurlijk overal moeten zijn. Kantoor ís een catwalk, mensen. Het zou zonde zijn al die uren die je er doorbrengt niet te gebruiken om het feest des levens te vieren.

Ik pleit daarom voor een eigen stylist, een personal dresser, visagie, en een kamer met inloopkast voor elke vrouw op kantoor. En dan drie keer per dag verkleden. Ik wil stoeltjes langs de looppaden en windmachines in elke gang. Verder een kapper, een naaiatelier en een schoenmaker die de hakken even bijpunt. En oh ja, een stijlicoon is ook wel handig om te hebben. Een voorbeeldvrouw. Een Doutzen, een Ien Dales, een Halle Berry. Van wie je een grote kartonnen pop naast je spiegel zet, die je zwijgend beoordeelt als je bent aangekleed. Ik heb nog wel een advies voor vrouwelijke bazen: schep verwarring. Kleed je ronduit sletterig de ene, en ingetogen truttig de volgende dag. Zo geef je het signaal dat elke vrouw vrij is te dragen wat ze wil.

Eigenlijk is het enige puntje waar ik streng op ben: hakken. Hakken MOETEN op kantoor dames. Een kantoorvrouw op platte schoenen is een vrouw zonder overzicht, zonder ambitie. Alleen de héle groten kunnen zich platte schoenen veroorloven. Torenen moeten alle anderen, hoog boven alle somberheid uit. Vrouwen met platte schoenen op kantoor horen in het magazijn – tussen de andere dozen. Ik kan het even niet mooier maken dan het is.