Nee, geen recht op euthanasie

In NRC van afgelopen zaterdag werd uitvoerig aandacht besteed aan de Levenseindekliniek. In die kliniek, zo vertelde psychiater Gerty Casteelen, had zij in één jaar tijd al bij vier psychiatrische patiënten euthanasie verleend. De vraag om euthanasie vanuit de psychiatrische hoek is groot; één op de drie verzoeken die bij de Levenseindekliniek binnenkomen, komt van een psychiatrisch patiënt. Psychiaters willen er doorgaans niet aan, zij zouden er ‘huiverig’ voor zijn.

Het artikel past in een al jaren voortgaand debat over het al dan niet verruimen van de Euthanasiewet. Met de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) voorop, wordt door diverse partijen – waaronder GroenLinks en D66, maar ook het Humanistisch Verbond – op verruiming aangedrongen. De wet zou vele mensen ‘in de kou laten staan’: niet alleen chronisch psychiatrische patiënten met een doodswens, maar ook ouderen die niet medisch ondraaglijk lijden, maar wel klaar met leven zijn. En de groep mensen met dementie, die juist in een vroeg dan wel in een laat ziektestadium – waarin wilsonbekwaamheid aan de orde is – via euthanasie ‘geholpen’ zouden moeten worden bij het realiseren van hun doodswens. Een gewenste verruiming die eveneens in dit rijtje past is de gedachte dat artsen die zelf geen euthanasie willen toepassen, verplicht moeten worden de euthanasievrager door te verwijzen naar een andere, welwillende arts.

Als alle onrust over de uitvoering van de euthanasiewet ons iets duidelijk maakt, is het dat die wet niet de oplossing biedt waarvoor hij bedoeld is, maar een probleem an sich is geworden. Afschaffen dus, en terug naar af. Daar zijn de nodige argumenten voor te vinden. Na zo’n twaalf jaar ervaring met de Euthanasiewet blijkt het niet mogelijk een basale eis als ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ vast te leggen. Misschien is dat nog wel te doen bij de klassieke euthanasiecasussen (mensen van rond de zeventig jaar met uitbehandelde vormen van kanker), maar blijkbaar zijn wij als maatschappij niet in staat om om te gaan met iedereen die daarbuiten valt. Wélke eisen ook aan legale euthanasie zullen worden gesteld, er zal altijd aan getornd worden, met maatschappelijke onrust tot gevolg.

De praktijk rond het levenseinde wordt op twee manieren gedetailleerd in de gaten gehouden. Beide hebben geen wezenlijke waarde. Alle gevallen van euthanasie moeten door artsen worden gemeld bij een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. De RTE’s vormen een buffer tussen dokter en justitie. De gevallen van euthanasie die een RTE onzorgvuldig acht, worden doorgestuurd, maar dat gebeurt zelden: zo’n 0,002% van de gemelde euthanasieën gaan naar het Openbaar Ministerie. Een wassen neus dus, dit controlesysteem. Artsen melden alleen de gevallen van euthanasie waarvan zij weten dat het ‘goed uitgevoerde’ euthanasieën zijn.

Een tweede controlerende manier is de vijfjaarlijkse evaluatie van de wet die in de vorm van een uitvoerig onderzoek door VU medisch centrum en Erasmus MC wordt uitgevoerd. Deze levert een brij aan cijfers op, maar heeft niets van doen met wat een evaluatie zou moeten doen: daadwerkelijk kijken naar wat de gevolgen voor een samenleving zijn van het bestaan van de euthanasie-optie, als manier om te overlijden.

Hoe gezond of schadelijk is het bestaan van euthanasie voor de waarde die wij aan het leven hechten? Hoe gezond of schadelijk is het bestaan van euthanasie voor hoe wij omgaan met lijden? Hoe gezond of schadelijk is de gedachte dat euthanasie een af te dwingen recht is, en een oplossing voor al het menselijke lijden? Daar hebben we het nooit over in de maatschappelijke debatten.

We staren ons al een aantal decennia suf op vormen van sterven die nimmer meer dan drie procent van het sterven uitmaken: euthanasie en hulp bij zelfdoding. Laten we onze focus eens verleggen en ons een paar decennia op het gewone sterven richten, op die andere 97 procent. Laten we de huidige euthanasiewetgeving maar eens in de koelkast zetten en inzetten op verbetering van palliatieve zorg , en stervensbegeleiding, op meer waardering voor mensen die ‘gewoon’ willen sterven, op voorlichting over hoe dat gewone sterven gaat, zodat mensen met minder angst naar hun levenseinde kijken.

En daarna onszelf opnieuw afvragen of er überhaupt nog een Euthanasiewet nodig is.