Met reclamespotjes ben ik kieskeurig

‘Na een optreden vragen mensen die mijn vak niet kennen weleens: wat voor werk doe je eigenlijk? Alsof het een soort hobby is! Maar ik moet dan vooral lachen, en leg ze vervolgens uit wat mijn vak allemaal inhoudt. En dat je er prima je geld mee kunt verdienen.

„Natuurlijk heb ik in het begin ook veel voor niks gedaan, of voor een boekenbon. Omdat ik dacht: ik moet gezien worden, dit is een investering voor de toekomst. Totdat je er dan achter komt dat je collega wél geld verdient...

„Tegenwoordig heb ik gelukkig een impresariaat. Ze weten daar precies wat ze waarvoor kunnen vragen, wat mijn marktwaarde is. Ik denk daar op zich weinig over na. Je kiest dit vak niet om rijk te worden; ik hoef echt niet in Blaricum te wonen. Maar ik maak me weleens zorgen over mijn pensioen. Ik bouw nu niks op, dat wil ik eigenlijk weleens regelen. En onze zoon moet later natuurlijk wel kunnen studeren.

„Ik ben best goed in netwerken en mezelf promoten: als ik ergens een kans zie, ben ik niet te schuchter om eropaf te gaan. Onderhandelen vind ik moeilijker, dat laat ik liever over aan mijn impresariaat. Anders zeg ik te snel ja. Omdat ik aardig gevonden wil worden, of omdat ik bang ben dat de klus anders naar een ander gaat.

„Inmiddels gaat het lekker met mijn inkomsten. Ik heb gewoon altijd van alles aangegrepen. Zolang het bij me past. Met reclamespotjes ben ik kieskeurig. Ik mocht bijvoorbeeld een keer auditie doen voor de Schoenenreus, toen dacht ik: dat hoeft nou ook weer niet.”