Met lange tanden begint OM onderzoek Demmink

Het was het jarenlange onwankelbare standpunt van het Openbaar Ministerie: er was geen reden een strafrechtelijk onderzoek te beginnen tegen de nu 66-jarige voormalige secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid, Joris Demmink, wegens seksueel misbruik van minderjarige jongens. Er was immers geen spoor van bewijs, zeiden het OM en achtereenvolgende ministers van justitie als er weer eens aantijgingen waren over seksuele escapades aan het adres van de topambtenaar.

Drie raadsheren in Arnhem geven de justitietop nu alsnog een gevoelige tik op de vingers. Het gerechtshof oordeelt dat uit eerdere onderzoeken wel degelijk „voldoende feiten en omstandigheden” naar voren zijn gekomen waaruit kan blijken dat Demmink zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten waarvan hij wordt beschuldigd. Het hof gelast daarom een strafrechtelijk onderzoek naar verdenkingen van verkrachting door Demmink van twee Turkse mannen. Het gaat om Mustafa en Osman die zeggen op hun twaalfde respectievelijk veertiende jaar in de jaren negentig in Turkije door Demmink te zijn verkracht. Ze deden vijf jaar terug aangifte.

De uitzonderlijke opdracht van het hof – eerder gebeurde dit toen het OM weigerde Geert Wilders te vervolgen – is slecht gevallen bij de justitiële top. Men zal de opdracht met lange tanden uitvoeren. Een woordvoerder van het OM zei gisteren „niet optimistisch” te zijn dat er nieuw materiaal naar boven zal komen. Binnen de top van het OM valt te vernemen dat ze daar achteraf spijt hebben over hun handelen in deze zaak. Er bestaat het idee dat ze zelf veel eerder een uitvoerig strafrechtelijk onderzoek hadden moeten openen tegen Demmink, zodat ze een overtuigend antwoord hadden gehad op de aanhoudende geruchtenstroom.

Minister Opstelten – net als Demmink lid van VVD – zei gisteren dat „het recht nu zijn loop moet hebben”. Maar hij wees er meteen nog eens op dat onderzoeken van de AIVD en rijksrecherche nooit bewijs tegen Demmink hebben opgeleverd. Het OM deed tot nu toe enkel een zogeheten ‘oriënterend’ onderzoek. Alleen in Nederland werden navorsingen gedaan. Twee rechercheurs spraken met Demmink. Hij noemde de aantijgingen „allemaal lariekoek”.

Een van de Turkse aangevers werd in Nederland gehoord over zijn aangifte. Het OM oordeelde dat zijn verklaringen „niet consistent en gedetailleerd genoeg” waren. Dat was eveneens de mening van de zedenrechercheurs van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken.

De zaak is nu alsnog gaan kantelen omdat het alibi van Demmink gaten vertoont. De ambtenaar zegt dat de beschuldigingen niet kunnen kloppen omdat hij sinds 1986 niet meer in Turkije is geweest. Vorig jaar kreeg het OM de beschikking over een verklaring van de Turkse officier van justitie Selim Altay die zou hebben vastgesteld dat de topambtenaar op 20 juli 1996 wel in Turkije was.

Het hof wil onderzoek naar het gebruik van het diplomatiek paspoort door Demmink. Misschien heeft hij dankzij gebruik van dit paspoort geen sporen achtergelaten. De raadsheren zeggen „zich te realiseren dat het een uitgebreid en geen gemakkelijk onderzoek kan worden, maar dit doet niet af aan de noodzaak daarvan”. Volgens het hof is een onderzoek „mede gerechtvaardigd vanwege het feit dat de beschuldiging van beklaagde al jarenlang met een zekere regelmaat opdoemt in de media.” Het hof hoopt op een voortvarend onderzoek.

De advocaat van de Turkse mannen, Adèle van der Plas, beleefde gisteren na jarenlange strijd haar finest hour. Ze is dolblij met het strafrechtelijk onderzoek omdat dit volgens haar veel meer mogelijkheden biedt de waarheid boven tafel te krijgen. „Het oriënterend onderzoek was vrijblijvend, nu is de toepassing van dwangmiddelen mogelijk.” Het OM en de rechter-commissaris kunnen besluiten tot een huiszoeking bij Demmink, zijn telefoon kan getapt en er kunnen in Turkije getuigen worden gehoord. Dat was tot nu toe niet mogelijk. Volgens Van der Plas is het ook zaak dat Nederland het Turkse onderzoeksdossier opvraagt dat over Demmink bestaat, omdat dit nieuw materiaal zou bevatten.

Het blijft theoretisch overigens mogelijk dat Demmink alsnog een publieke zit in de beklaagdenbank bespaard blijft. Het OM zou na onderzoek onder toezicht van de rechter-commissaris opnieuw kunnen besluiten dat er geen bewijs is. Maar rechtsgeleerden gaan ervan uit dat het OM voor de eigen geloofwaardigheid in ieder geval een openbare rechtszaak zal beginnen.