Meer inspraak bij vrijhandel EU-VS

De Europese Commissie is bezorgd dat onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten (TTIP) mislukken door publieke onrust. Burgers en maatschappelijke organisaties krijgen meer inspraak in de gesprekken, zo maakte Brussel gisteren bekend.

In een brief aan Europese handelsministers, die in het bezit is van deze krant, spreekt eurocommissaris Karel de Gucht (Handel) zijn „groeiende zorg” uit over „de toenemende negatieve toon van de publieke discussie”.

Hij stelt voor om een publieke consultatie te houden over het meest omstreden deel van het handelsakkoord: het arbitragemechanisme over investeringsgeschillen. „Het is van het grootste belang dat de correcte feiten onder de aandacht worden gebracht” van het publiek, aldus De Gucht. Hij vraagt de ministers om hierin „pro-actief” op te treden.

Met het ‘Investor-state dispute settlement’ (ISDS) kunnen investeerders rechtstreeks tegen landen procederen via ad hoc opgezette arbitragetribunalen, zonder tussenkomst van rechters. De kritiek hierop groeit: bedrijven zouden zo de reguliere rechtsgang kunnen omzeilen. De aan staten opgelegde boetes zouden in de miljarden kunnen lopen. Dat beperkt, zeggen non-gouvernementele organisaties, de vrijheid van overheden om bijvoorbeeld milieuregels in te voeren.

Ngo’s en consumentenbonden lopen hier al maanden tegen te hoop. Een soortgelijke sfeer ontstond rondom ACTA, een internationaal verdrag tegen online piraterij. Dat mislukte in 2012 onder publieke druk: het Europees Parlement wees ACTA af. Ook het vrijhandelsakkoord met de Amerikanen moet langs het Europarlement.

Begin maart presenteert De Gucht een ontwerptekst voor ISDS waarop burgers en organisaties drie maanden lang kunnen reageren. Zo hoopt de Commissie ook te voorkomen dat dit een campagnethema wordt bij de Europese verkiezingen in mei.

Europarlementariër Dennis de Jong (SP) vindt de consultatie positief, maar onvoldoende. „De consultatie gaat over de vraag hoe ISDS eruit zou moeten zien, niet over de vraag of het überhaupt nodig is.” Volgens De Jong zijn de EU en de VS „geen bananenrepublieken” en hebben zij goed functionerende rechtssystemen.

In een andere brief, aan het Europees Parlement, schrijft De Gucht dat het arbitragemechanisme wel degelijk noodzakelijk is. De Amerikaanse wet verbiedt discriminatie van buitenlandse bedrijven niet expliciet. „Dus er is altijd het risico van ongelijke behandeling.” Bovendien staat het Amerikaanse rechtssysteem volgens De Gucht niet toe dat internationale verdragen als TTIP worden aangewend in nationale rechtbanken.

De Commissie erkent sinds kort dat misbruik op de loer ligt bij ISDS. Zij pleit er nu voor het ‘recht om te reguleren’ van overheden expliciet vast te leggen. Ook zou ISDS alleen mogen worden gebruikt door bedrijven die daadwerkelijk actief zijn in de EU of de VS, en niet door brievenbusfirma’s.