Informatie over Schiphol is transparanter

Op 4 oktober 1992 reed Lony Wesseling met man en kinderen naar huis in Amsterdam-Zuidoost. Toen ze wachtten voor een verkeerslicht, barstte ineens een kolom zwarte rook los, die in de eeuwigheid dat het licht op rood bleef staan, de hele auto omwolkte. De Bijlmerramp. Een week of drie later liep Lony Wesseling over straat en ze keek omhoog –in die tijd zag je mensen in de Bijlmer altijd omhoog kijken als ze een vliegtuig hoorden. Gingen er meer vliegtuigen over of verbeeldde ze het zich? Ze belde met het Meldpunt Geluidhinder en hoorde dat ze het zich niet verbeeld had: de winterregeling was ingegaan, er vlogen 40 procent meer toestellen over de zuidkant van Amsterdam.

Dat najaar hielp Lony Wesseling de Werkgroep Vliegverkeer Bijlmermeer oprichten. De bewoners stelden kritische vragen over hinder, veiligheid en de groei van het aantal vliegbewegingen. Maar, zegt ze nu: als je toen tien vragen stelde, kreeg je op twee antwoord. Dat is in de afgelopen 21 jaar wel veranderd. Het Schipholdebat is transparanter geworden, vindt ze, democratischer.

Dat ziet ze ook nu weer, nadat een contra-expertise was uitgelekt waarin stond dat de hinderlijkste baan onverklaarbaar vaak is gebruikt.

De luchtverkeersleiding veegt de conclusies dan wel van tafel, maar geeft daarbij en passant toch weer meer inzicht in de overwegingen om een baan al dan niet te gebruiken. Goede informatie, zegt ze, daar draait het om. Kijk maar naar Groningen. Waarom zijn de mensen daar zo boos? Omdat de goede informatie hun onthouden werd.