In een slobbertrui vind je ook werk

Bij Dress for Succes in Utrecht halen bijstandsgerechtigden gratis representatieve kleding om goed voor de dag te komen bij een sollicitatie. foto’s Ilvy Njiokiktjien

„Moet ik straks iemand beboeten die solliciteert in een Donald Ducktrui?”, vraagt de wethouder werk en inkomen van Leiden.

„Moet ik tegen mensen met een tatoeage in de nek zeggen: joh, verwijder die maar?”, vraagt de wethouder sociale zaken van Utrecht.

En zijn collega-wethouder te Hengelo zegt: „Krijgen we nu een lexicon van het kabinet, welke kleding wel en niet passend is?”

Wethouders van Nederlandse gemeenten zijn verontrust over de aanscherping van voorwaarden in de bijstand . Het wetsvoorstel daartoe van staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) wordt komende week behandeld in de Tweede Kamer. Bijstandsgerechtigden moeten hun kansen op werk vergroten door zich bij sollicitatie of reïntegratie passend te kleden en te verzorgen. Ze moeten zich fatsoenlijk gedragen. En zij moeten bereid zijn voor een nieuwe baan te verhuizen, en om drie uur per dag te forensen. Houdt de bijstandsgerechtigde zich niet aan een van deze eisen, dan is de gemeente verplicht diens uitkering drie maanden stop te zetten.

Het kabinet roept deze „uniforme” sanctie en regels in het leven zodat „glashelder” is waar bijstandsgerechtigden zich aan moeten houden, schrijft het kabinet in de toelichting bij het wetsvoorstel. „Dit zal de naleving verbeteren.”

De plichten voor bijstandsgerechtigden zijn in de huidige Wet werk en bijstand namelijk vrij algemeen geformuleerd. Zo moeten zij „algemeen geaccepteerde arbeid” aanvaarden, en meewerken aan een „plan van aanpak” dat hen op weg helpt naar een baan – solliciteren is bijvoorbeeld verplicht. Over kleding, gedrag, verzorging en verhuizen wordt niet gerept.

De wethouders van Leiden, Hengelo, Utrecht en Amsterdam – van vier verschillende politieke partijen – zeggen tegen deze krant: wij vinden ook dat bijstandsgerechtigden hun best moeten doen om weer aan het werk te komen. Heel goed dus, dat zij nu al verplicht zijn om te solliciteren, te reïntegreren, en een baan onder hun niveau te accepteren. Maar het gaat de wethouders te ver om een kleding- en verhuisvoorschrift als algemene plicht op te leggen.

„Neem die verhuisplicht”, zegt Andrée van Es (GroenLinks), wethouder sociale zaken in Amsterdam. „Je haalt iemand uit zijn sociale context. Wat als de bijstandsgerechtigde een spilfunctie vervult in de familie, en nuttige mantelzorg verricht?”

Jan-Jaap de Haan (CDA), Leiden: „Het is best verdedigbaar om iemand in de bijstand voor een baan te laten verhuizen of forensen. Maar laten we wel praktisch blijven. Met welk geld moet zo iemand eigenlijk zijn nieuwe vloerbedekking kopen?”

Een plicht tot het dragen van nette kleding en persoonlijk verzorging die werk krijgen „niet belemmert”, zorgt voor praktische problemen, zegt Mariska ten Heuw, SP-wethouder in Hengelo. „Oordelen over kleding is zo arbitrair. De één vindt een baard van drie dagen prima, de ander vindt het niet representatief. Wie zijn wij als om de maat te nemen?”

De Haan: „Laten we wel wezen: er zijn mensen die in een slobbertrui partijvoorzitter worden.”

Hans Spigt (PvdA), wethouder sociale zaken in Utrecht, denkt inderdaad dat een onverzorgd uiterlijk bijstandsgerechtigden niet helpt. „Als iemand een enorm wilde haarbos heeft, dan moet de gemeente dat bespreekbaar maken. Maar dan zeg ik het liefst: ‘misschien moet u eens naar de kapper gaan’.”

Van Es: „De vraag moet zijn: hoe breng je iemand zover om zich netjes te kleden en verzorgen?” Zij gelooft meer in samenwerking met Dress for Success, een organisatie die werkzoekenden aan geschikte sollicitatiekleding helpt. „Bijstandsgerechtigden met die organisatie in contact brengen, is effectiever dan dreigen met een sanctie.” Ook Leiden en Utrecht werken naar tevredenheid samen met Dress for Success.

Ongepast gedrag sanctioneren lijkt wethouder De Haan niet de beste weg. Onlangs begeleidde hij het werkbezoek van minister van Sociale Zaken Asscher (PvdA) aan een Leids project tegen jeugdwerkloosheid. „Asscher raakte in gesprek met een werkloze jongen. Een aardige jongeman, maar hij sprak straattaal. Tering dit, tering dat. Bij wijze van afscheidsgroet zei hij tegen Asscher: ‘Hé, doe rustig an!’ ” Van een boete leert die jongen niets, zegt De Haan. „We moeten zo iemand bijbrengen hoe hij netjes moet praten, als onderdeel van zijn reïntegratie.”

Sancties opleggen aan weigerachtige bijstandsgerechtigden doen gemeenten nu ook al, zeggen de wethouders. Eén maand lang een korting van 10 of 20 of 30 procent op de uitkering. „Als iemand consequent niet opdaagt bij sollicitaties, bijvoorbeeld”, zegt Mariska ten Heuw.

Die sancties zijn vastgelegd in onze gemeentelijke verordening, zegt Hans Spigt. Het wetsvoorstel vervangt die variabele sancties door één strenge uniforme maatregel voor iedereen die z’n plichten niet nakomt: drie maanden lang 100 procent korting op de uitkering. Te fors, vindt Spigt. „Ik zou daar hoogstens mee akkoord gaan als ik eerst een of twee waarschuwingen mocht geven. Met die sanctie als stok achter de deur. In één klap de hele uitkering voor een kwartaal bevriezen gaat veel te ver.

De Haan: „Een gezin kan huur, gas en licht dan niet meer betalen. Straffen dienen niet om de situatie te verergeren, maar om een gewenste situatie te bewerkstelligen.”

De wethouders móéten de sanctie straks opleggen: keuze hebben ze niet. Ze maken zich zorgen over hun beleidsvrijheid. De Haan: „Het Rijk doet net of wij een uitvoerkingsloket zijn.” Van Es: „Stel dat de gemeenteraad mij straks ter verantwoording roept omdat ik die sanctie net heb opgelegd. En dat ik dan moet doorverwijzen naar dit kabinet. Dat ondermijnt toch de lokale democratie?”