Ik zorgde voor hem toen hij ouder werd

„De man in overjas kwam met grote passen op me aflopen. Ik wist wat dat betekende: hij zou me wegsturen van het veld dat hij zag als zijn eigendom. Kinderen duldde hij niet, want die zouden „zijn vogels” verstoren.

„Maar deze keer had ik een troef in handen. Ik vertelde de man over de ontdekkingen die ik net had gedaan. Zijn interesse was gewekt. En zo leidde ik als elfjarig jochie Jacobus Walters rond door „zijn natuurgebied”. Eerst langs nesten van een kemphaan en een zomertaling. Daarna langs de eieren van een grutto.

„Vanaf dat jaar assisteerde ik Walters bij zijn studies naar wilde planten en dieren in de stad. Elke voorbijvliegende kievit, waterhoen of scholekster merkte hij op. Ik schreef dan op wat hij dicteerde: ‘veldleeuwerik, 9.54 uur, ten zuiden van de Sloterplas, licht bewolkt, noordwestenwind, kracht 3’. Vogeleieren woog hij met een weegschaaltje dat hij in het gras prikte. Ik leerde snel alle vogelsoorten tot in de kleinste details kennen. Groot respect had ik voor Walters’ wetenschap, maar als ik alleen het veld in ging, schreef ik nooit iets op. Nee, ik zit heel anders in elkaar. Ik ben meer een romantische natuurgenieter.

„Vrouwen waren volgens Walters vijanden van de wetenschap. Hij bleef dan ook zijn hele leven alleen. De laatste jaren van zijn leven trok hij zich terug in eenzaamheid. Samen met mijn vrouw zorgde ik voor hem. Eerst regelde ik de post voor hem, later hielp ik hem ook met douchen en verschonen. De eens zo imposante man verschrompelde. Zijn erfenis is geschonken aan natuurfondsen. Van een ander deel schrijf ik nu een liber amicorum. Ik ben al jaren bezig met het doornemen van zijn ongelooflijk hoge stapels aantekeningen.”