Europa houdt Erdogan te vriend

Erdogan gisteren in Brussel, voor een menigte Turken bij zijn hotel. Foto Anadolu Agency

Recep Tayyip Erdogan werd gisteren in Brussel gewaarschuwd, maar alleen in bedekte termen. Niemand viel de Turkse premier openlijk aan over zijn ingrijpende bemoeienis met de corruptie-onderzoeken rond zijn regering. Daarvoor is Turkije een te belangrijke Europese bondgenoot. Maar dat de Turkse kansen op EU-lidmaatschap door het recente optreden van Erdogan niet groter zijn geworden, werd eveneens duidelijk.

„Dit is schadelijk voor het hele proces”, zegt Ria Oomen (CDA), die in het Europees Parlement rapporteert over Turkije en de onderhandelingen over Turkse toetreding altijd heeft verdedigd, vaak tegen de stroom in. Gisteren had Oomen samen met collega-parlementariërs ook een ontmoeting met Erdogan. „De sfeer was ijzig.”

Eigenlijk stond gisteren een feestje gepland. Na drie jaar stilstand besloten Europese lidstaten in november vorig jaar om de onderhandelingen over toetreding te hervatten. Ook de versoepeling van het visumregime zou ter hand worden genomen. Het bezoek moest de normalisering van de relaties markeren.

Maar sindsdien is er veel gebeurd in Turkije: in december raakten ministers van Erdogans AK-partij in opspraak door een groot corruptieonderzoek. Erdogan sloeg hard terug: honderden politieambtenaren en onderzoeksrechters zijn intussen gedwongen overgeplaatst. Met nieuwe wetten wil Erdogan het justitiële apparaat zuiveren. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel waarmee rechters en aanklagers de facto worden onderworpen aan de regering, zeggen critici. Een EU-functionaris noemt dit allemaal „duidelijk een stap achteruit”.

Maandagavond betuigden drieduizend Turken uit onder meer Nederland in Brussel hun steun aan Erdogan, tijdens een bijeenkomst voor het hotel waar de Turkse premier zat. Erdogan sprak de menigte toe. „De waarheid komt altijd aan het licht”, zei hij, waarop een juichsalvo volgde.

Maar bij de persconferenties was van feestgedruis geen sprake. Erdogan kreeg vooral een boel lastige vragen. Op al die vragen had hij een antwoord. Dat er wat aan de hand is in zijn land ontkende hij niet. Maar het verwijt dat hij de democratie aanvalt verwierp hij. Hij zou de democratie juist verdedigen. Volgens Erdogan willen bepaalde personen, zoals de machtige islamitische geestelijke Fethullah Gülen, een „parallelle staat” in Turkije creëren.

De corruptieonderzoeken zijn in de optiek van de AK-leider onderdeel van een complot tegen zijn regering, met een internationaal tintje bovendien. „De Turkse economie is in tien jaar tijd verviervoudigd, we staan nu wereldwijd op de achttiende plaats. Dat kan ongemak veroorzaken en bijdragen aan een negatieve houding jegens ons land.”

Erdogan suggereerde ook dat de EU Turkije harder nodig heeft dan andersom, zeker gezien de economische crisis in Europa. „We willen Europese lidstaten helpen om in de juiste richting te blijven gaan.”

Natuurlijk, vervolgde de premier, gelooft hij in het principe van de scheiding der machten. „Maar als het justitiële apparaat op niet-onafhankelijke wijze macht aanwendt, kan dat voor problemen zorgen.”

De Europese president Herman van Rompuy reageerde formeel. Hij zei dat hij „goed kennis had genomen” van de analyse van Erdogan, maar dat het niet aan de EU is „om de interne politieke situatie in Turkije te beoordelen”. Wat Europa wel doet is kijken of de nieuwe wetten die Ankara nu invoert „in overeenstemming zijn met Europese beginselen”. Beginselen die Erdogan moet onderschrijven als hij daadwerkelijk EU-lidmaatschap ambieert.

En dan? Wat als onweerlegbaar blijkt dat die beginselen met voeten worden getreden? Daar wil Brussel nu niet aan denken. „Mogelijke consequenties zijn niet aan de orde”, zegt de EU-functionaris. „Al onze energie gaat het naar het oplossen van deze crisissituatie.”

Europese leiders zitten in een lastige spagaat: enerzijds willen ze het recent herwonnen momentum in de relaties met Turkije vasthouden. Turkije hard afvallen kan niet: het neemt een te belangrijke strategische positie in, zeker nu met de oorlog in buurland Syrië. Op nog een instabiel land in de regio zit niemand te wachten. Bovendien is en blijft Turkije ook een belangrijke handelspartner. Van de investeringen in Turkije komt 75 procent uit de EU. Bijna 40 procent van de Turkse handel gaat naar Europa.

Anderzijds wilde Brussel de Turken duidelijk maken dat de recente gebeurtenissen met grote zorg worden gevolgd. José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, benadrukte dat hervormingen altijd moeten worden uitgevoerd „met respect voor de rechtsstaat”. Barroso zei dat hij dit punt „als een eerlijke vriend en partner” had gemaakt tegenover Erdogan en dat deze hem vervolgens „garanties” had gegeven.

Europarlementariër Ria Oomen heeft de behandeling van haar laatste voortgangsrapport over Turkije, gepland voor volgende week in het Europees Parlement, uitgesteld. „Ik wil eerst helder hebben wat Turkije nu gaat doen.”