Een tijd van honger en utopieën

Boven: Lena (Mélanie Fouché) is verstoten omdat ze trouwde met een katholiek. Onder: Jettchen (Antonia Bill) laat haar magische steen zien.

‘Zo’n prachtig gebouw voor film vind je nergens ter wereld.” De Duitse regisseur Edgar Reitz (81) is dolenthousiast over Eye aan het Amsterdamse IJ, waar zojuist zijn laatste film, het vier uur durende Die andere Heimat, in Nederlandse première is gegaan. Net als zijn magnum opus, de in totaal bijna zestig uur durende, in eerste instantie voor televisie gemaakte serie Heimat (1982-2004), speelt Die andere Heimat in de streek Hunsrück, net ten oosten van Luxemburg – de streek waar Reitz zelf vandaan komt.

De drie seizoenen Heimat vormen, behalve een familiekroniek, ook een doorlopende schildering van de Duitse geschiedenis, van het eind van de Eerste Wereldoorlog in 1918 tot en met de gevolgen van de hereniging van de Bondsrepubliek en de DDR na 1989. Die andere Heimat daarentegen speelt lang daarvoor, in 1843. Vanwaar deze chronologische breuk? Is de recente Duitse geschiedenis voor Reitz niet interessant?

Reitz: „In 2001 heb ik even aan een vervolg gedacht, na de aanslag op de Twin Towers in New York, die naar mijn gevoel een nieuwe historische periode markeerde. Maar het gaat mij om het maken van film, niet om het schrijven van geschiedenis. Ik was op een punt aangeland waarop ik me met de methode van Heimat ging herhalen. In 2006 heb ik uit al eerder gedraaid materiaal nog een epiloog gemonteerd, Die Frauen, en daarmee was het klaar.

„U moet Die andere Heimat dus niet zien als een nieuwe Heimat-aflevering. De film is geen voortzetting, maar voor mij het product van een nieuwe blik, een nieuwe manier van filmen, een andere esthetiek. Heimat was primair voor televisie gemaakt. Die andere Heimat is voor de bioscoop gemaakt. Dat vergt een ander ritme, een andere muzikaliteit. Filmen is te vergelijken met het componeren van muziek: een kwestie van het juiste ritme. Of een film nu vier uur duurt, of een cyclus films zestien uur – het ritme moet kloppen.”

De talrijke shots van het landschap in ‘Die andere Heimat’ suggereren een leeg land van negentiende-eeuwse allure. Hoe slaagt u erin de sporen van de twintigste eeuw buiten beeld te laten? Afbreken? Digitaal wegpoetsen?

„Kwestie van voorbereiding. We hadden ergens een camerastandpunt gevonden waar het landschap aan alle zijden omhooggaat: dat suggereert die leegte. Goede voorbereiding is belangrijk. Het is maar een klein dal waarin we hebben gedraaid. We hebben een Nederlands bedrijf gevonden dat in historisch zaaigoed is gespecialiseerd en over ongeveer vier vierkante meter negentiende-eeuwse gewassen laten inzaaien. Het hoge koren bijvoorbeeld, waarin je je zo lekker kunt verstoppen, wordt in de moderne landbouw al lang niet meer gebruikt.”

Het Duitsland dat u in deze film toont, is straatarm, zo arm dat velen naar de Nieuwe Wereld willen emigreren. De bewoners van de Hunsrück zuchten onder de autoritaire manieren van het Koninkrijk Pruisen. De Duitse eenheidsstaat van 1871 is in de toekomst, de democratische beweging van 1848 ook.

„Het was een erg interessante tijd, waarin vele duizenden emigreerden om een betere toekomst te zoeken, in het geval van de Hunsrück vaak in Brazilië. Vaak gebeurde dat met valse beloften van ronselaars, die je kunt vergelijken met de louche types die in onze tijd beloven mensen Europa binnen te smokkelen.

„Het was ook een tijd van sociale utopieën, denk maar aan Karl Marx. En het was een tijd van misoogsten en honger. Mijn film speelt in 1843, omdat we weten dat er toen een komeet langs de aarde scheerde die door velen als een teken werd beschouwd. Een mens in nood is bereid veel te geloven.

„Maar hoewel ik natuurlijk wel geprobeerd heb de elementen uit die periode nauwkeurig in beeld te brengen, vind ik dus dat een filmmaker geen historicus is. Eigenlijk speelt elke film die je maakt in de huidige tijd. De geschiedenis die ik vertel is een geschiedenis van nu, naar de regels van een andere tijd, voor zover je die kunt kennen. Zo is de romantisch ingestelde Jacob, mijn hoofdpersoon, eigenlijk een portret van mijn vijf jaar geleden overleden broer.”

Toch is over ‘Heimat’ gezegd dat de serie een bijdrage leverde aan de collectieve verwerking van problematisch Duits verleden. Vooral het eerste seizoen dat de opkomst van het nazisme en de Tweede Wereldoorlog behandelde.

„Ik geloof niet dat je het verleden kunt verwerken. De mens kan namelijk niet terug in de tijd. We dragen het verleden in ons mee, en daarmee moeten we iets nieuws ontwikkelen. Hoe precies ik ook de negentiende eeuw in de Hunsrück probeer te reconstrueren, je kunt toch niet weten hoe iemand in die tijd dacht en voelde. Daarom is Die andere Heimat per slot van rekening een film over nu.”

‘Heimat’ was voor een groot deel in zwart-wit, en nu is ook ‘Die andere Heimat’ grotendeels in zwart-wit, met af en toe een klein kleuraccent. Vanwaar deze voorkeur?

„Omdat zwart-wit mooi is. Ik ben trouwens nooit helemaal tevreden geweest over de verhouding tussen kleur en zwart-wit in Heimat, dat helemaal op 35-millimeter film gedraaid is. Maar Die andere Heimat is mijn eerste digitaal gedraaide film, en dan heb je die dingen perfect in de hand. Ik ben erg enthousiast over de mogelijkheden van digitaal, dat natuurlijk een andere methode van werken vergt: je moet bij elke kleur in beeld de zwart-witgraad bepalen. Dat de film er zo mooi uitziet, komt ook omdat we voor de film een bijzondere camera hebben laten bouwen, een digitale Arriflex met anamorfische lenzen, als u dat wat zegt. Het resultaat is van een grote schoonheid qua diepte, scherpte en oogt realistisch.

„Ik denk dat zwart-wit aan een comeback bezig is, want je ziet steeds meer nieuwe zwart-witfilms opduiken – het prachtige Nebraska bijvoorbeeld, dat nu voor een Oscar is genomineerd. Er is ook steeds meer belangstelling voor de vroege cinema. In het digitale tijdperk keert de cinema terug naar zijn wortels, let maar op.”