Een intieme discussie met 2.700 deelnemers

Een schuchtere klop op de hotelkamerdeur. Het is de uitbaatster, met een vertwijfelde blik en een telefoon in haar hand. Ze snapt het niet. Kunt u misschien...? Aan de andere kant van de lijn spreekt iemand die zich voorstelt als de delegatieleider van Nigeria. Ze zijn nog in Zürich en komen pas morgen. Want de president is er nog niet. Pas bij de vertaling in het Duits valt het muntje.

Een delegatie van de Nigeriaanse regering? Hier in het minieme Zwitserse dorpje Grüsch? Er zijn er meer. Het kleine ski-hotel, gerund door broer en zus die nauwelijks of geen Engels praten, is bomvol. Voor het eerst, zeggen ze beduusd. Britten, Fransen, een Koreaanse televisieploeg en een delegatie uit Tanzania die foto’s van elkaar in de sneeuw naar huis verstuurt. Het Wereldnatuurfonds. En, inmiddels, de Nigerianen. Allemaal in Grüsch. Drie kwartier met de auto van Davos, of een uur met de boemel die zich elk uur de bergen op zwoegt.

Het tekent de wanhoop van de bezoekers van het World Economic Forum. In het Congrescentrum leek gistermiddag het merendeel van de telefoontjes gericht aan hotels, verricht door personal assistants van wie de baas moet hebben gezegd:

regel het maar.

Ruim 2.700 officiële deelnemers moet Davos herbergen. Die nemen voor het merendeel iemand, of zelfs een hele ploeg, mee voor het regelwerk. En dan zijn er de vele honderden journalisten. Allemaal moeten ze een slaapplek hebben in een steeds wijdere cirkel rond het stadje, die nu dus al tot een kilometer of vijftig is uitgedijd.

Dat lukt wonderwel. Maar toch werpt de vraag zich op: hoe intiem is dit nog? Maakt dit enorme circus nog wel die vrije uitwisseling van ideeën en inspiratie mogelijk waar het voor bedoeld was?

Wellicht is er een wetmatigheid die voorschrijft dat succesvolle evenementen zichzelf opblazen tot ze op knappen staan. Denk aan het Prinsengrachtconcert: het begint heel lief met een vleugel op een pontonnetje vóór Christofori. Tien jaar fast forward en de kades zijn afgeladen, er zijn files op het water, er speelt een heel symfonieorkest, er is een tribune met Bekende Nederlanders en het geheel stroomt live de huiskamer in.

Of denk aan de ‘informele Ecofin’, een bijeenkomst van EU-ministers van Financiën en centrale bankiers op een aardige plek ergens in Europa waar ze vrij van gedachten konden wisselen. De eerste waar deze krant verslag van deed, was aan het Duitse Bodenmeer, met drie man en een paardenkop in het perszaaltje. Nog geen tien jaar later was het een mega-event in het Britse York, met 1.100 journalisten, en zo zwaar gesponsord door Nestlé dat het evenement al snel door het leven ging als Chocofin.

Gebeurt dat ook hier? Niet dat het World Economic Forum door zijn omvang disfunctioneert: zeker niet. Het aantal bijeenkomsten en onderwerpen is overweldigend. Maar toch vermoed je: ergens ontwikkelt zich op dit moment al lang een nieuw ‘Davos’. Heel klein, heel exclusief. En vrijwel niemand weet er nog van.