Chatstress

Er wordt een enorme hoeveelheid onzin de wereld rond gepompt. Chatdienst WhatsApp meldde deze week dat het dagelijks ruim 50 miljard berichten heen en weer stuurt tussen 430 miljoen (zeer) actieve gebruikers.

En dan is WhatsApp nog maar één van tientallen berichtendiensten. Een blik op m’n telefoon leert dat er berichten binnenkomen via WhatsApp, LinkedIn, Facebook, Viber, Google Hangouts, Path, Apple iMessage, BlackBerry, Skype, Yammer en direct message via Twitter. Allemaal hengelen ze naar je contactenlijst, allemaal beloven ze onbeperkt chatten, eeuwige trouw aan je privacy en storingsvrije dienstverlening tot in den dood.

Controleer je je toestel niet tien keer per uur (zoals de gemiddelde Nederlander) dan staat het scherm al snel vol met rode icoontjes, updates en uitroeptekens. Gemiste berichten stapelen zich op – hoe snel moet je eigenlijk op een chatbericht reageren? Hoe onttrek je je aan opdringerige groepchats zonder als spelbreker gebrandmerkt te worden? Waar ligt de handleiding?

Dit is chatstress anno 2014: we zijn makkelijk te verbinden maar moeilijk bereikbaar. Overconnected. Je moet onthouden op welke manier je contactpersonen het liefst reageren. Mailtje, sms’je, appje...? Een vriend wacht vergeefs op antwoord via Viber – „dat gebruik jij toch ook?” Een collega reageert na twee maanden op een Skype-oproep. En zoek je een bericht terug, dan moet je je eerst bedenken of het nou via LinkedIn, Twitter of sms verstuurd werd. Ondertussen zeurt je voicemail dat er vijf berichten staan te wachten.

Chatten is big business. WhatsApp, met maar vijftig man in dienst, vraagt nieuwe gebruikers nu 79 cent per jaar en groeit nog altijd als kool. De Aziatische concurrenten zoals WeTalk, Line en Kakao, verdienen aan ‘stickers’ in chatgesprekken, uitvergrote emoticons waar je grof geld voor betaalt.

Door al die chatapps zien de Vodafones en KPN’s van deze wereld hun sms-inkomsten kelderen. Het antwoord van de telecomproviders: ze willen nog een chat-app op je telefoon installeren, gebaseerd op het Rich Communication System (RCS). In Nederland is het Message+ gedoopt. Deze app biedt volgens Vodafone „de betrouwbaarheid van sms en de rijke ervaring van chat in één.” KPN wil dit jaar met iets soortgelijks op de proppen komen.

RCS voegt weinig toe aan het bestaande chatpalet. We zouden meer geholpen zijn met één app die al die chatdiensten met elkaar laat kletsen. Lekker overzichtelijk. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het lukte niet op de pc, in de tijd dat we nog chatten via MSN , ICQ of Yahoo Messenger. Hoewel.. het open bron-programma Jabber wist een bruggetje te slaan tussen die diensten. Maar toen kwam de smartphone en begon de chatchaos opnieuw.

BlackBerry heeft de BlackBerry Hub, die berichtendiensten in één inbox verzamelt. Het is een slimme functie van de laatste BlackBerry-reeks die amper verkocht werd.

Microsoft, nummer drie op de smartphone, bouwde een verzamelbak voor berichten in Windows Phone. Die is nog wel wat onoverzichtelijk: voor je het weet stuur je een privébericht als openbare tweet de wereld in. Oeps.

Ook de makers van Jabber proberen mobiele chat-apps met elkaar te verbinden. Hun bedrijf heet nu Layer (niet te verwarren met het Nederlandse Layar). Het levert ‘open’ technologie waarop andere partijen een chatdienst kunnen bouwen. Kletsen, foto’s en video’s delen: alles werkt.

Maar het is moeilijk voor te stellen dat Apple, Google of WhatsApp, met hun honderden miljoenen klanten, de netwerken openstellen en zich conformeren aan Layers standaarden. Het druist tegen hun belangen in om gebruikers moeiteloos te laten wisselen met concurrerende diensten. Onbeperkt kletsen, dat doe je maar in je eigen kringetje.