Broodje appeltaart geen ‘urban legend’

‘Of ik de appeltaartspray al besteld had’, vroeg een vriendin me, nadat ik had onthuld dat ik van plan was mijn huis te koop te zetten. Nou ken ik natuurlijk het verhaal dat je, vlak voor een bezichtiging, een appeltaart moet bakken. Zodat je woning zich vult met de geur van huiselijk geluk. En dat verhaal over appeltaartlucht in sprayvorm had ik ook wel eens gehoord. Maar eerlijk gezegd dacht ik altijd dat dat een broodje aap was.

Welnu: een korte zoektocht op internet toont aan dat die sprays echt bestaan. In meerdere uitvoeringen, zelfs. Maar of de geur uit zo’n spuitbus kan tippen aan het onweerstaanbare aroma van warme appel met kaneel? Geen idee. En ik ga het ook niet uitzoeken. Ik bak liever een appelcake.

Mix de boter met de kristalsuiker tot een licht en romig mengsel. Voeg een voor een de eieren toe en mix tussendoor goed. Schep er tenslotte het zelfrijzend bakmeel, een snuf zout en een extra theelepeltje bakpoeder door.

Schil de appels en verwijder de klokhuizen. Voor appeltaarten en dergelijke worden altijd ‘friszure’ appels aangeraden. Zelf gebruik ik altijd wat er aan sneus in de fruitschaal is achtergebleven. Snij de appels in kleine stukjes. Doe een klontje boter in een koekenpan, doe de appel erin, plus de kaneel, het gemberpoeder en een eetlepel basterdsuiker.

Voeg ook het sap en de geraspte schil van een citroen toe. Ter variatie kunnen ook wat gehakte pecan- of walnoten of in thee of drank gewelde rozijnen worden toegevoegd. Roer alles op een zacht vuurtje even door elkaar tot de suiker gesmolten is en de specerijen geuren.

Beboter en bebloem een springvorm (24 of 26 cm). Leg eventueel bakpapier onderin, zodat u straks makkelijk kunt lossen. Schep het appelmengsel door het deeg en stort alles vervolgens in de springvorm. Sprenkel er de twee overgebleven eetlepels basterdsuiker over en zet de vorm in de oven (160 graden). Controleer na een uur of de cake gaar is.