Bonussen niet zo slecht

‘Je krijgt waar je voor betaalt’. Met dit aforisme zijn de inzichten over beloningsbeleid in één zin samengevat. Vanzelfsprekend zijn er allerlei nuances en relativeringen, maar de hoofdboodschap staat. Een organisatie die zijn medewerkers beloont voor het plukken van appels moet niet verbaasd zijn als manden vol appels worden binnengebracht. Je krijgt immers waar je voor betaalt. Een bank die zijn medewerkers beloont om zijn klanten zoveel mogelijk financiële producten aan te smeren moet niet verbaasd zijn als die medewerkers dat ook gaan doen, ongeacht de belangen van klant. Voor dat soort belangenbehartiging worden die medewerkers immers niet beloond. Als de klant daar later door schade en schande achter komt, is het met de reputatie van de bank gedaan.

Dit inzicht is sinds de bankencrisis gemeengoed. De voor de hand liggende conclusie hieruit is dat er paal en perk moet worden gesteld aan de bonuscultuur. Weg met de prestatiebeloning. Het ondergraaft de teamgeest. Medewerkers zijn meer bezig met hun bonus dan met het organisatiebelang.

Toch wringt er iets. Want het omgekeerde van: ‘je krijgt waar je voor betaalt’, klopt al evenzeer: ‘Als je niks betaalt, krijg je ook niks’. Of met een subtiele, maar o zo belangrijke variatie: ‘Als je voor niks betaalt, krijg je ook niks’. Als medewerkers een vast salaris krijgen zonder heldere prestatiedoelen dan loopt een organisatie grote kans dat medewerkers er de kantjes vanaf gaan lopen.

In mijn loopbaan ben ik drie keer directeur geweest. In alle drie de gevallen kreeg ik te maken met de discussie over prestatiebeloning. Mijn eerste directeursbaan was bij het Tinbergen Instituut. Dit instituut is verantwoordelijk voor de beoordeling van de onderzoekskwaliteit van de medewerkers aan de economische faculteiten van drie universiteiten. Het viel ons op dat er door Nederlandse economen weliswaar veel gepubliceerd werd, maar relatief weinig in de vijf tijdschriften die er internationaal echt toe doen. Wij lieten publicaties in deze tijdschriften in het beoordelingssysteem daarom zwaarder wegen. Binnen een paar jaar nam het aantal publicaties van Tinbergen-fellows in die tijdschriften scherp toe.

Mijn volgende directeursbaan was bij SEO Economisch Onderzoek, het onderzoeksbureau waar Barbara Baarsma nu directeur is. Na een forse interne discussie heeft SEO toen besloten om prestatiebeloning in te voeren. Ik hoor af en toe nog wel eens wat. Het gaat de SEO zeer voor de wind. Ik vermoed dat weinig medewerkers terug willen naar de tijd van voor de prestatiebeloning. Daarmee raken we aan een belangrijk punt: prestatiebeloning leidt tot een ander personeelsbestand. Diegenen die minder goed passen bij de gevraagde prestaties (bijvoorbeeld omdat ze andere aspecten van het werk belangrijker vinden) zoeken ander werk. Nieuwe medewerkers komen, die het leveren van dat soort prestaties juist een sport vinden.

Mijn derde directeursfunctie was die bij het CPB. Toen ik kwam, had het CPB had een uitgebreid systeem van prestatiebeloning. Binnen de overheid is dat geen sinecure. Hoe meet je prestaties? Hoe voorkom je vriendjespolitiek? Hoe zorg je voor een geloofwaardige beoordeling? Als al die zaken niet goed geregeld zijn, werkt prestatiebeloning juist negatief. Mensen krijgen het gevoel dat die prestatiebeloning weinig met hun prestaties van doen heeft. Kortom: de geloofwaardigheid van het systeem is cruciaal. Het systeem werkte goed. Tot de bankencrisis, want toen had de politiek ineens bedacht dat bonussen slecht waren en dus binnen de overheid moesten worden ingeperkt. Van de ene op de andere dag.

CPB’ers zijn vast hard blijven werken, met hart voor de zaak. . Maar ze hebben ongetwijfeld bedacht dat voor politici de politieke wind belangrijker is dan de geloofwaardigheid van prestatiebeloning, en dus de prestaties van hun ambtenaren.

Kortom: ‘je krijgt waar je voor betaalt’. Wie voor het verkeerde betaalt, krijgt dat ook. Prestatiebeloning vraagt dus om zorgvuldig nadenken: wat wil je bereiken? En wat juist niet. Het is echter geen reden om dan maar van bonussen af te zien. Want wie voor niks betaalt, krijgt ook niks.