Aardappelmoeheid nekt galeriehouders

Foto Roger Cremers

Michiel Hennus liet een feesttent bouwen en gaf een knalfuif waar de straat voor zijn galerie een dag voor werd afgezet. Wim van Krimpen nam ook afscheid met een klinkend slotakkoord: een tentoonstelling van de jonge schilder Aaron van Erp, een van zijn oogappels. En Willem van Zoetendaal besloot na een periode zonder exposities gewoon de deur van zijn fotogalerie definitief op slot te doen.

Drie kopstukken uit de Amsterdamse kunstwereld stopten afgelopen maand ieder op hun eigen manier met hun galerie. Alle drie zijn ze de zestig ruim gepasseerd, geen van hen wekte de indruk al toe te zijn aan pensionering. Waarom stopten ze niettemin met hun galerie?

Michiel Hennus (73), oprichter en eigenaar van de Wetering Galerie, maakte de afgelopen veertig jaar honderden tentoonstellingen met werk van hedendaagse kunstenaars. Daar had hij nog steeds plezier in, zegt hij. Toch besloot hij het advies van een goede vriend ter harte te nemen. Hennus: „Hij zei: ‘Zou je niet stoppen nu je nog vitaal bent en er lol in hebt?’ Dat raakte bij mij een snaar.”

Wim van Krimpen (72) nam tweeënhalf jaar geleden, bijna twee decennia na zijn vertrek als galeriehouder in Amsterdam, zijn oude stiel weer op. In de Hazenstraat opende hij Galerie Van Krimpen, een kleine tentoonstellingsruimte waar hij vooral werk van jonge kunstenaars toonde. De voormalig directeur het Haags Gemeentemuseum kreeg al snel genoeg van zijn oude ambacht, zegt hij: „De hele dag wachten op niemand, dat trok ik niet meer.”

Willem van Zoetendaal, veertien jaar lang met galerie Van Zoetendaal enthousiast promotor van hedendaagse fotografie, vond het ook welletjes. Op de vraag waarom hij is gestopt antwoordt hij met een lach: „Mag ik Ann Goldstein citeren? ‘Mijn taak zit erop.’ Er zijn zo duizelingwekkend veel instellingen met fotografie bezig, het medium is geëmancipeerd.”

De drie ervaren galeriehouders ontsnapten de afgelopen jaren niet aan de branchebrede malaise. Veel kunstkopers bezoeken liever kunstbeurzen, constateert Van Krimpen. In 1982 was hij zelf initiatiefnemer van de KunstRai, de jaarlijkse kunstbeurs in Amsterdam: „De kunstwereld is veranderd en daar ben ik zelf dus mede schuldig aan. In de jaren tachtig liep iedereen die iets betekende in de kunstwereld bij mijn galerie de deur plat. In de gloriejaren kwamen zelfs grote Amerikaanse verzamelaars naar Amsterdam. Nu moet je verzamelaars opzoeken, aan beurzen deelnemen. Mijn buurvrouw in de Hazenstraat, Dana Stigter, doet met haar galerie jaarlijks aan acht kunstbeurzen mee. De galeriehouder is een handelsreiziger geworden. Ik ben meer een tentoonstellingsmaker.”

Twee à drie bezoekers per dag, meer bezoek trok de Wetering Galerie de laatste jaren niet. Hennus. „Gelukkig had ik trouwe klanten en heb ik altijd met weinig genoegen genomen. Maar erg geanimeerd was het de laatste tijd niet. Daardoor kreeg ik last van een soort aardappelmoeheid. Na dat advies om te stoppen, werd ik nieuwsgierig naar een leven zonder galerie.”

Het koperspubliek is ook veranderd, stelt Van Krimpen. „Vorige week zag ik een galerie een man die opeens riep: ‘Ik doe er drie.’ En toen wees hij met een glas in zijn hand in het rond. Begrijp me goed: ik heb niks tegen zulk gedrag, en mijn woorden klinken negatiever dan ik het bedoel. Ik pas gewoon niet meer in deze wereld.”

Maandelijks een nieuwe tentoonstelling ophangen, een opening met een glas en een praatje, en dan maar afwachten wie er op zaterdagmiddag langskomt, het is ouderwets, realiseren de oudgedienden zich. „Dit is een tijd van socializen en festivallen”, zegt Van Zoetendaal, „niet van de saaie white cube.” Zijn advies voor beginnende galeriehouders: „Mix fotografie met film, met design en met mode. Kruisbestuivingen leveren nieuwe inzichten op.”

Hennus adviseert beginnende galeriehouders om vooral bescheiden te beginnen. „Houd de kosten laag, begin desnoods vanuit je huiskamer. Als de bezieling er is, kan het altijd nog.”

Het helpt overigens wel, zegt Hennus, „om een huis zonder hypotheek te hebben en een partner die bijspijkert”.

De drie oud-galeriehouders zijn zeker niet kunstmoe. Hennus is van plan de dingen te gaan doen waar hij als galeriehouder onvoldoende aan toekwam: musea bezoeken, lezen over kunst en college lopen. Van Krimpen gaat kunst verzamelen en kunstenaars ondersteunen, en af en toe misschien een tentoonstelling maken.

Van Zoetendaal gaat schatgraven in bibliotheken en archieven. „Daar ligt zoveel bijzondere oude fotografie te wachten op iemand die er iets mee gaat doen. Iets nieuws doen, daar verheug ik me op. Ik wil mezelf niet herhalen.”