Wie deelt kan later ook vermenigvuldigen

Zo veel aandacht als het afreizen van koning Willem-Alexander naar de Olympische Spelen de afgelopen weken trok, zo weinig aandacht kreeg de aftocht van prinses Laurentien als voorzitter van de Stichting Lezen & Schrijven. Terwijl nou juist binnen de landsgrenzen een gevecht wordt geleverd waar het koningshuis wel wat aan kan bijdragen. Het gevecht voor levens met boeken (een leven zonder boeken is niets waard).

Prinses Laurentien, die tien jaar geleden deze organisatie ter bevordering van alfabetisering oprichtte en sinds dat moment voorzitter was, werd begin deze maand opgevolgd door oud-minister Marja van Bijsterveldt. Prinses Laurentien blijft wel betrokken als erevoorzitter. Het is begrijpelijk dat iemand na tien jaar voorzitterschap iets nieuws wil doen.

Eerst maar dit: iedere Peter of Lara die een dergelijke stichting had opgericht, had naar alle waarschijnlijkheid niet zo veel aandacht gekregen. Dat is geen verwijt, maar een vaststelling. Prinses Laurentien heeft er vrij kort na haar huwelijk voor gekozen haar bekendheid en imago in te zetten om aandacht te generen voor laaggeletterdheid. Dat is zelfs lovenswaardig. Maar met haar vertrek valt een belangrijke aandachtgenererende factor weg, voor Marja van Bijsterveldt gaan minder deuren open. Ze is simpelweg een minder aansprekende naam. Dat is vervelend. Niet alleen voor de stichting, maar voor ons allemaal.

Van de Nederlandse beroepsbevolking boven de 55 jaar is 21 procent laaggeletterd. Als we kijken naar de hele beroepsbevolking, dan is dat percentage lager, maar nog altijd dertien procent. Nederland telt zo meer dan 1,3 miljoen laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar. Dat betekent dat meer dan een op de tien mensen in Nederland die willen, kunnen en mogen werken, laaggeletterd is. En: dat percentage lag zeventien jaar geleden lager. Die stijgende trend zet de komende tijd door. Van de jonge kinderen met een taalachterstand in de grote steden heeft ongeveer tien procent moeite met lezen. Die achterstand maken ze meestal niet meer goed.

De vrijheid en vaardigheid om een boek te lezen is een van de stevigste bruggen naar een beter leven. Voor één op de tien mensen in Nederland is die brug geen realiteit.

In een interview met de NOS rond haar aftreden zei prinses Laurentien dat Stichting Lezen & Schrijven onder haar opvolgster een nieuwe fase kon ingaan. Wat onder deze ambtelijke termen werd toegedekt, was wat deze fase inhield: de zorgelijke ontwikkeling die de ongeletterdheid in Nederland doormaakt – en het verlies van aandacht daarvoor dat nu gaat optreden.

Varkenswang met chocolade

Als ik mijzelf afvraag waar ik het meeste heb geleerd, moet ik bekennen dat dit niet op school is geweest, niet aan tafel, niet voor de televisie of de computer. Als ik echt nadenk, kom ik bij het boek uit. Ik denk aan de kasten van de bibliotheek in Laren, aan het documentatiecentrum van mijn lagere school, aan de leeslijsten van de middelbare school, aan alles wat ik over de hele wereld las.

Ik herinner me dat ik wat jaren geleden met drie oudere vrienden bij een bekende chef-kok in Utrecht at. Hij zette ons een heerlijke lunch voor, varkenswang met chocolade, als ik het me goed herinner. Een van de aanwezigen vroeg hoe hij toch op dit soort ideeën kwam. De eigenaar van het restaurant zei: „Alles in het werk komt terug bij de literatuur. En dat zeg ik niet omdat jullie hier zitten. Maar als je wilt weten hoe je moet koken, of je chocolade kunt gebruiken bij de bereiding van vlees, dan moet je je literatuur bijhouden. Dan weet je: dat deden ze in de Middeleeuwen al. Dat kan dus.”

We leven buiten, we leven in kamers, we leven in ons hoofd. We leven los van elkaar, langs elkaar heen, maar we kunnen elkaar altijd en overal bereiken met een boek – digitaal of niet. Ik heb een plankje met mijn favoriete boeken in mijn slaapkamer. Het zijn de boeken die mij het meeste hebben geleerd over de wereld en mensen: literatuur als (mensen)kennis. De meeste van die boeken zijn boeken die een hoog leesbegrip vereisen, net zoals kleurschakeringen een breed kleurenspectrum vereisen. De nuancering vereist tijd.

Omgeving ter ondersteuning

Als iemand iets wil leren, is hij op zijn omgeving aangewezen. Ik heb het geluk gehad te zijn opgegroeid in een omgeving waar lezen belangrijk was. Dat was mijn realiteit. Maar ik heb enkele keren gastlessen gegeven op scholen in Amsterdam-West, en het is niet zo dat de kinderen niets willen leren. Ze willen juist heel veel leren. De vraag is of er mensen zijn die hen wat willen leren. Bij voorkeur: goed lezen. Zodat ze in het vervolg kunnen kiezen wat ze willen leren. En meer begrip en empathie voor de wereld kweken. De vraag is of hun omgeving hen daar genoeg bij ondersteunt.

De levens van analfabeten en laaggeletterden kenmerken zich vaak door de onmogelijkheid dit te doen. Door een omgeving die niet genoeg biedt. Wie niet goed kan lezen, kan niet goed worden wat hij wil zijn. Het schrift is ooit bedacht om kennis te bewaren en te delen. En wie deelt, luidt het adagium, kan later ook vermenigvuldigen. Persoonlijk en maatschappelijk gezien.

Schaamte is bij analfabetisme op latere leeftijd een groot probleem. Schaamte moet er niet zijn. Schaamte wordt gemakkelijker overwonnen als iemand van het Koninklijk huis zich identificeert met je probleem dan een oud-minister van wie niemand heeft gehoord. Net zoals sporten cooler wordt als de koning komt kijken.

Het probleem van alfabetisering wordt de komende jaren alleen maar groter. Het zou prinses Laurentien hebben gesierd als ze dat bij haar vertrek had gezegd – en iemand van koninklijke statuur had gevonden om voor ons allemaal te vechten. Dan had ze haar voorzitterschap en stichting nog meer waarde gegeven dan ze al deed.

Nu is de prinses met stille trom vertrokken en lijkt het alsof ze wegloopt van een strijd die niet te winnen is. En dat kan niet de bedoeling zijn geweest.