Column

Waarom ik niet naar Sotsji ga

Uwilt vast weten of ik wel of niet naar Sotsji ga. Snap ik. Sotsji is de heilige skischans voor opiniemakers. Nu ben ik ben maar een eenvoudige columnist. Ik denk vaak: engagement is ijdeltuiterij, een soort moralistisch eau de cologne. Bovendien heb ik geen tickets. Toch heb ik besloten, na ampel zelfberaad, NIET naar Sotsji te gaan.

Dank u. Mijn besluit licht ik graag toe. Het vloeit voort uit een overnachting in hotel Papendal dit najaar. Een blunder mijnerzijds. Dit hotel in de bossen bij Arnhem is bedoeld voor zowel topsporters als gewone mensen. Het hele hotel ademde het slavenregime van de topsport, het geestdodende ritme van eat, train, sleep, repeat; eat, train, sleep, repeat. Bij de slagboom een elektronisch bord dat aftelde tot Sotsji. Boven de ingang: ‘Voel de energie!’. Verder teksten als ‘beleven’ en ‘ontspannen’ – die sneaky gebiedende wijzen. De bar rook naar gymzaal. Op de gangen afbeeldingen van übermenschen. De architectuur was Oostblokkerig, de inrichting Spartaans. En alles in de kleur oranje, zelfs je kamer – gekmakend. Ontbijt vóór 10.00 uur.

Topsport, kortom. In Papendal snapte ik pas dat topsport totalitair van aard is. Er zijn te veel overeenkomsten tussen topsport en foute regimes.

1. Nationalisme. Het draait altijd om ónze Sven, ónze Ireen, óns Oranje.

2. Monomane verheerlijking van het lichaam. Denk aan de schaatsreclames die nu op tv zijn, de slowmotion beelden van mensenlijven. Dezelfde sfeer als totalitaire schilderkunst.

3. Verachting van intellect. Denk aan topsporters die geïnterviewd worden. Hun kleutervocabulaire. Een topsporter die een krant leest heet meteen professor.

4. Corruptie. Denk aan omkoopschandalen, doping, het rumoer rond FIFA-baas Sepp Blatter...

5. Discriminatie van homo’s en vrouwen. Vrouwencompetities zijn vaak achtergesteld. Homo is op het veld een scheldwoord. Noem een actieve mannelijke homo topsporter? Wie diep moet nadenken, mag niet klagen over Poetin.

Enzovoorts. Wie het totalitaire in topsport ziet, begrijpt opeens veel. Waarom de Spelen plaatsvinden onder Poetin. Waarom de koning, onze ondemocratische machthebber, zo dol is op topsport. Soort zoekt soort.

Zondag bij Eva Jinek was chef de mission Maurits Hendriks te gast. Hij vond homo’s zelf ook best lief. Maar hij moest zijn „persoonlijke overtuiging af en toe moet wegduwen”, vanwege Sven en Ireen. Precies! Principes zijn ballast.

Onze Sven schreef vrijdag in zijn column in De Telegraaf dat hij geen zin had om homo’s te helpen. Althans, schreef onze Sven: „Als sporter wil ik ver van die discussie blijven.” Het ging om „maximaal presteren”. Precies! Dat is de juiste mentaliteit! Als topsporter ben je een machine. Eat, train, sleep, repeat. En vooral FOCUS. FOCUS. FOCUS.

Oogkleppen geven de beste focus.

Sommige intellectuelen haten sport omdat ze er zelf slecht in zijn, met hun brilletjes, hun spillebeentjes. Ik ben geen intellectueel, en sinds kort ben ik lid van een fantastische zaalvoetbalclub. Maar ik ga niet naar Sotsji. Niet per se vanwege Poetin, maar vanwege topsport, en vanwege onze topsportmentaliteit, waaruit al die andere ellende voortvloeit.