Toch niet helemáál gelukt

Nora Hugenholtz, directeur van projectbureau Leidsche Rijn, staat over een maquette gebogen. Hier ligt het Leidsche Rijn dat ze voor ogen heeft. Géén oeverloze rijen nieuwbouw, maar tien subwijken met elk een eigen karakter. Het water van de Haarrijnse plas, 300 hectare groen in het Máximapark. Ze wijst naar de Enghlaan, een lommerrijk straatje: „Práchtig.” Resten van de tuinbouwkassen die het gebied ooit domineerden, zijn verwerkt in ’s lands grootste vinexgebied.

Het eerste huis werd er opgeleverd in oktober 1998. Leidsche Rijn moet uiteindelijk 31.000 woningen krijgen, voor zo’n 100.000 mensen. Nu wonen er ruim 70.000.

Utrecht bouwt een gebied zo groot als Leeuwarden aan de stad vast. Het einde lijkt in zicht met de aanstaande bouw van winkelgebied Leidsche Rijn Centrum – 59.000 vierkante meter detailhandel – en de aanleg van een landtunnel. Daardoorheen loopt de snelweg A2, bovenop ligt een park.

Maar Leidsche Rijn kampt al jaren met de economische crisis. De ontwikkeling stagneert. „Door de crisis moeten we langzamer bouwen”, zegt wethouder Gilbert Isabella (PvdA), die de nieuwbouwwijk in portefeuille heeft. „Maar we bouwen tenminste nog.”

De effecten van de crisis zijn groot, zegt Hugenholtz. Het was de bedoeling dat de ‘nieuwe stad’ in 2015 klaar zou zijn, maar dat gaat niet lukken. 2025 is het nieuwe doel. „Voorheen zetten we tweehonderd huizen ineens neer. Nu veertig of vijftig. Pas als die verkocht zijn, bouwen we verder. Dat levert vertraging op. Dat zie je in heel Nederland.”

Fietsend door de wijk wijst Hugenholtz braakliggend terrein aan: het Kubuseiland. Daar kunnen mensen een kavel kopen en naar eigen inzicht bebouwen – als het huis maar een kubusvorm heeft. Er staan drie kubuswoningen. Er is plek voor veel meer, maar niemand koopt grond. De gemeente heeft tonnen geïnvesteerd om het terrein bouwrijp te maken, maar dat wordt pas terugverdiend bij verkoop.

In totaal stak Utrecht 150 miljoen euro in Leidsche Rijn, maar de opbrengsten vallen tegen. Een gemeentewoordvoerder: „Op de lange termijn verwachten we het negatieve effect te kunnen wegwerken.” Het oorspronkelijke masterplan voorzag in een gemeentelijke investering van 7,7 miljoen gulden, 3,5 miljoen euro.

De stagnatie raakt ook de delen van Leidsche Rijn die volop worden bewoond. Een aantal subwijken mist voorzieningen. Zo heeft Terwijde al ruim tien jaar een nood-Albert Heijn in een prefabgebouw. Een winkelcentrum zou er in 2007 worden geopend, maar door crisis en een stroeve onteigening wordt dat naar verwachting eind dit jaar.

Over de grote huizen, de ruimte en het openbaar groen zijn ze in Leidsche Rijn wél enthousiast. Lucienne van Oostveen, die er al op drie plekken woonde, noemt de wijk „ideaal”, hoewel „het wel wat meer mag bruisen.” En de voorzieningen schieten in bepaalde delen inderdaad tekort. „Het is een eind rijden om boodschappen te doen. Er wordt veel beloofd, en dan ook weer uitgesteld.”

Te strenge regels

Niet alleen de crisis hindert de ontwikkeling van Leidsche Rijn. Xander Coolen, voorzitter van de wijkraad, merkt dat veel ondernemers wel willen komen, maar op erfpacht en rigide regels stuiten. Daardoor, zegt hij, haken ze af en vestigen zich elders.

Zijn raad stuurde burgemeester en wethouders van Utrecht in 2012 een opsomming van ondernemers die zich in de wijk willen vestigen, maar zouden worden tegengehouden door stroeve regelgeving. Een dansschool, een cateringbedrijf, een Grieks restaurant, een oliebollenkraam en nog tal van bedrijven. Coolen: „Heel vreemd. In winkelcentrum The Wall is leegstand, winkelcentrum Terwijde is nog niet af, net als Leidsche Rijn Centrum. Vanuit bewoners is er behoefte aan ondernemers, de ondernemers willen zelf ook, maar ze worden tegengehouden door te strenge regels.”

Bewoners en ondernemers ventileerden de kritiek onlangs op een informatieavond van de gemeenteraad. Een fietsenmaker vertelde over zijn bedrijf in Leidsche Rijn, waarin hij geen fietsen mocht verkopen. Onderdelen verkopen was wel toegestaan, reparaties uitvoeren ook. Een fiets zonder zadel verkopen mocht; een hele fiets niet. Want het bestemmingsplan voorziet niet in detailhandel op de plek van zijn zaak. De gemeente gedoogde zijn fietsenhandel twee jaar en bood hem plek in winkelcentrum Terwijde. Maar dat kon de ondernemer niet betalen. Dus is hij nu weg.

Dimitri Gilissen, VVD-raadslid en bewoner van Leidsche Rijn: „Tekenend, en zo zijn er meer voorbeelden. De gemeente denkt te veel in beperkingen, niet in mogelijkheden. Dat is frustrerend voor de bewoners. De plannen voor Leidsche Rijn, uit midden jaren 90, zijn aan herziening toe. De realiteit is in 18 jaar veranderd.”

Wethouder Isabella erkent dat sommige plannen zijn vertraagd. „Voor de pioniers die dachten dat ze, twee jaar nadat ze in Leidsche Rijn gingen wonen, alle voorzieningen zouden hebben, is dat een enorme tegenvaller.”

Maar ja, de gemeente heeft te maken met kaders, visies, nota’s en masterplannen, legt een woordvoerder uit: „Die zijn er om rechtszekerheid, bescherming en duidelijkheid te scheppen.” Zo zijn er indertijd afspraken gemaakt met winkeliers in het Utrechtse centrum over het soort winkels dat Leidsche Rijn mag huisvesten. De wijkraad is een gesprek met de drie meest betrokken wethouders aangeboden over verbetering van het ondernemersklimaat.

Crimineel imago

Uitblijven van voorzieningen schaadt volgens velen ook de veiligheid in de nieuwe wijk. Bewoner Marco Redeman: „Kinderen groeien niet langzamer als de wijk langzamer groeit. Destijds is bedacht: tegen die tijd hebben we wel een bioscoop voor de jeugd. Die is er nog niet. Dan gaan ze dus rondhangen.”

Abdel el Yandouzi, voorzitter van het Marokkaans Ouder Comité in Leidsche Rijn, krijgt er regelmatig vragen over van Marokkaanse jongeren. „Er is niks te doen, dus gaan ze zich vervelen.”

Van begin af aan is in Leidsche Rijn veel te doen geweest over de veiligheid. Vooral in Parkwijk-Zuid, één van de oudste subwijken. Daar kwamen mensen terecht uit Utrechtse probleemwijken als Kanaleneiland en Overvecht. Oude vetes en criminaliteit verhuisden mee. Wijkraadvoorzitter Coolen: „Hele straten uit de slechtere Utrechtse wijken zijn hiernaartoe verhuisd, omdat ze allemaal met urgentie in een sociale huurwoning mochten.”

Een groep jongens uit en rond de Korianderstraat hield huis in de buurt: auto’s gingen in vlammen op, een welzijnswerker werd gemolesteerd, er was sprake van vechtpartijen en intimidatie op straat.

De gemeente pakte het probleem aan. Er kwam meer politie, meer toezicht. Nu is het weer rustig, zegt bewoner El Yandouzi. In de speeltuintjes rond de Korianderstraat keuvelen ouders met elkaar en klimmen kinderen op speeltoestellen. Coolen: „Politiek en politie ontkenden vroeger dat er problemen waren in Leidsche Rijn. Alsof dat niet kan gebeuren in een vinexwijk. Nu is dat gevoel voor urgentie er wel.”

Volgens de statistieken behoort Leidsche Rijn tot de veiligste wijken van Utrecht: het aantal incidenten ligt lager dan het gemiddelde van de hele stad. Dat houdt ook verband met een aanpassing van de plannen. De verplichte 30 procent sociale huur- en koopwoningen waren in Parkwijk als één blok neergezet. Wethouder Isabella: „Daarvan zeggen we; dat willen we niet meer. Dan heb je weer een zelfde clustering als in Overvecht en Kanaleneiland.” Sindsdien mengen de corporaties sociale- en vrijesectorwoningen veel beter.

Toch gaat Leidsche Rijn gebukt onder het stigma van criminaliteit. Dat beeld ontstond met het wegpesten uit Terwijde van het homopaar Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen door een groep jongeren. De kwestie trok veel media-aandacht. Vervelend, zegt wethouder Isabella: „Leidsche Rijn is niet anders dan andere wijken. Terwijde is heel veilig, maar een paar jongeren hebben het verziekt. Het is echt beleving, uitvergroot. Zo wordt Leidsche Rijn onrecht aangedaan.”

Coolen: „Dit is geen sprookjeswereld. Hier wonen mensen, er is criminaliteit: Leidsche Rijn is een normale wijk geworden.”

Weg idealisme

Een normale wijk – logisch, en jammer, vindt Heinz Schiller, oud-voorzitter van de Stichting Maatschappelijke Ontwikkeling Leidsche Rijn. Hij was vanaf 1999 betrokken bij debatten en bijeenkomsten waarin „prachtige, visionaire” doelen werden gesteld. Van al dat idealisme is niet veel terechtgekomen. „De tolerantie in de vinexwijk is minder groot dan gehoopt.”

Schiller geeft een voorbeeld uit die begindagen. In de cursus ‘Leidsche Rijn voor beginners’ werden spelregels uitgelegd voor wonen in de nieuwbouwwijk. Een ervan: was je auto niet op straat. Dat was beter voor het systeem dat regenwater in de wijk opvangt. Met auto’s konden de bewoners naar gemeenschappelijke autowasstraten. Vijftien jaar later wassen ze hun auto’s gewoon op de stoep. De wasstraten waren te donker; er hing geen goede sfeer. Jongeren vernielden ze.

Ook voor ‘bijzondere doelgroepen’, zoals gehandicapten, zou het een paradijs worden. Schiller: „Er zou hier meer voor hen worden gebouwd dan in de oude stad. Er zou buurtzorg in Leidsche Rijn ontstaan, instellingen zouden op wijkniveau werken. Grenzen zouden verdwijnen. Maar dat is niet gebeurd.”

Nora Hugenholtz kijkt om zich heen. Al met al is de projectdirecteur trots op Leidsche Rijn. Net als veel bewoners en de gemeente roemt ze het enorme Máximapark, het terras van bierbrouwerij Máximus, wandel- en fietspad ’t Lint, de Webshopmarkt en de zzp-borrels. Ze moet lachen als ze een Parkwijker met tuinslang de straat op ziet lopen. Het water kletst tegen de autoruiten en druipt op de grond. Hugenholtz: „Tja, dat mocht eerst niet. Toch is het heel mooi om te zien hoe een masterplan uit midden jaren 90 zich in het echt ontwikkelt. Je stampt een hele nieuwe wijk uit de grond. Dan kan niet alles lukken.”