Syrië-overleg kan jaren duren

De Umayyad-moskee in de Noord-Syrische stad Aleppo in het jaar 2000, ver voor het uitbreken van burgeroorlog in 2011. De moskee staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Foto AFP

De vredesconferentie over Syrië die morgen begint, is een surrealistische vertoning. De opening van de conferentie is in Montreux omdat veel hotels in Genève tot vrijdag zijn volgeboekt vanwege een prestigieuze horlogebeurs – dat hadden de Zwitsers over het hoofd gezien. Daarna verhuist de hele diplomatenkaravaan alsnog naar de andere oever van het Meer van Genève.

De enige Syrische oppositiegroep die is vertegenwoordigd, is de door het Westen gesteunde Syrische Nationale Coalitie, die zeer weinig vertrouwen geniet van de rebellen in Syrië. De extremistische groepen die de opstand domineren en het meeste gebied controleren zijn er niet bij. En de Syrische Koerden, die zowel tegen het regime als de extremisten vechten, zijn niet eens uitgenodigd.

Ook afwezig is Iran, als militair-strategische bondgenoot van president Bashar al-Assad één van de belangrijkste spelers in het conflict. Wel aanwezig zijn veertig andere landen, waaronder Mexico, Luxemburg, Japan, Zuid-Afrika en Vaticaan-Stad.

De toch al lage verwachtingen werden gisteren nog verder getemperd toen de conferentie dreigde te ontsporen voordat die überhaupt was begonnen. De Syrische politieke oppositie en Saoedi-Arabië dreigden met een boycot van de conferentie nadat de VN op de valreep een uitnodiging had gestuurd aan Iran. Na een veelbewogen dag met diplomatiek overleg tussen Washington, Teheran, Istanbul en New York trok VN-secretaris-generaal Ba Ki-moon zijn uitnodiging weer in.

En dan is de conferentie zelf nog niet eens begonnen.

Het toont de giftige verhoudingen tussen het regime en de oppositie, die elkaar voor het eerst sinds het begin van de burgerloog zullen ontmoeten. Beide partijen geven er totaal geen blijk van concessies te willen doen. Een akkoord over een overgangsregering in Syrië, het formele doel van de conferentie, is uitgesloten.

Assad: machtsdeling onrealistisch

De oppositie blijft vasthouden aan het opzetten van een interim-regering, waarin „geen plek is voor criminelen en moordenaars”. Maar in een interview met het Franse persbureau AFP herhaalde president Assad gisteren nog eens dat een machtsdeling met zijn vijanden „totaal onrealistisch” is. Volgens Assad moeten de conferentie gaan over „de oorlog tegen terrorisme”, zoals hij de strijd tegen de rebellen noemt.

In deze sfeer zullen de Verenigde Staten, Rusland en de Verenigde Naties de conferentie al als een succes zien als de deelnemers niet weglopen en ze na afloop afspreken om te blijven praten. Want de organisatoren zien de conferentie als het begin van een lang proces, dat jaren kan gaan duren. De verwachting is dat ze zullen aansturen op kleine stapjes om het onderlinge wantrouwen te verminderen en de gesprekken gaande te houden.

Te denken valt aan maatregelen om de humanitaire situatie te verbeteren, zoals het toelaten van hulp. Zowel het regime als sommige rebellengroepen hebben de aanvoer van hulpgoederen aan de bevolking geblokkeerd. Vooral de internationale gemeenschap zal erop gebrand zijn om de humanitaire nood van de 6,5 miljoen ontheemden binnen Syrië te verlichten.

Een andere mogelijk is de vrijlating van gevangenen of het afsluiten van lokale wapenstilstanden. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken zei vrijdag bereid te zijn tot een gevangenenruil. Ook kwam hij met een plan voor een wapenstilstand in Aleppo. Het moest de SNC ervan overtuigen dat het regime bereid is tot concessies.

Oppositie staat onder grote druk

Maar de rebellen staan zeer wantrouwig tegenover de intenties van het regime, dat wapenstilstanden in het verleden heeft gebruikt als dekmantel voor militaire operaties die tot doel hadden een impasse op het slagveld te doorbreken. De rebellen moesten zulke verregaande concessies doen – wapens inleveren, gezochte mannen overdragen, een militaire gouverneur accepteren – dat het meer leek op overgave dan een wapenstilstand.

Het is zeer de vraag of de SNC hiermee genoegen neemt. De organisatie staat grote druk om met resultaten te komen. Door te gaan praten verleent de oppositie immers legitimiteit aan het regime – en daar moet wel wat tegenover staan. Maar het regime heeft in het verleden vaker beloften gedaan om ze vervolgens te breken.

Bovenal geven het regime en de rebellen er op geen enkele manier blijk van te geloven in vrede. Alle partijen geloven in een overwinning. Zo heeft Rusland de afgelopen weken zijn wapenleveranties aan Syrië, waaronder pantservoertuigen, drones en geleide raketten, opgevoerd. Hoewel het regime op dit moment de overhand heeft, is het niet sterk genoeg om het hele land te heroveren. Ondanks de dagelijkse zeges en nederlagen, blijft het algehele beeld dat van een bloedige impasse. En niets wijst erop dat dit de komende tijd zal veranderen.