Ze moeten iets doen

Waarom organiseren de VS en Rusland de conferentie als de kans op vrede nihil is?

Dat de VN, de VS en Rusland de zogenoemde Genève-II conferentie toch hebben doorgezet, toont dat ze het over één ding eens zijn: we moeten iets doen, ook al lijkt het conflict onoplosbaar. De oorlog heeft gezorgd voor de grootste humanitaire crisis in decennia. Steeds meer landen in het Midden-Oosten worden mee gesleurd in een draaikolk van geweld, met de Syrische burgeroorlog als middelpunt.

De conferentie zou al in mei vorig jaar worden gehouden. Het moest een vervolg zijn op een top in Genève in 2012, waar overeenstemming bestond over de noodzaak een overgangsregering op te zetten met leden uit het huidige regime en de oppositie. Overeenstemming tussen Rusland, de VS en de VN welteverstaan.

Maar het bleek ontzettend moeilijk om alle partijen aan tafel te krijgen. De extremistische rebellengroepen zijn helemaal niet vertegenwoordigd in Zwitserland.

Daarbuiten lag vooral de door het Westen gesteunde politieke oppositie dwars: ze bleef vasthouden aan de eis dat president Assad zou aftreden. Pas na zware druk van met name de VS besloot de Syrische Nationale Coalitie deel te nemen. Maar het besluit heeft de SNC enorm verdeeld, dat blijkt wel uit het feit dat 40 van de 119 leden uit de coalitie dreigden te stappen.

De organisatoren hebben veel landen uitgenodigd die weinig met het conflict te maken hebben. Daarmee willen ze hen aan het vredesproces committeren om het zoveel mogelijk gewicht te geven. De hoop is dat naarmate de oorlog langer duurt en uitzichtlozer wordt, de strijdende partijen tot inkeer komen en concessies zullen doen. Vooralsnog is praten een doel op zich.