Column

Reizen is romantisch, ook in megaHummer

Hein Verbruggen (l) bij Sven Kockelmann.

Treinreizen zijn romantisch, of ben ik nu hopeloos ouderwets? Ja, ze bestaan nog, de treinen met gebloemde gordijntjes, waar maaltijden en thee in de coupé worden geserveerd. Zoals de slaaptrein van Teheran naar Ankara, waarin ik niet zo lang geleden drie dagen door prachtige landschappen en slaperige dorpen boemelde en kleine avonturen beleefde aan echte grenzen.

Die aangename herinnering bepaalde, denk ik, gisteren mijn keuze voor een paar treinprogramma’s. Maar de series Rail Away op Nederland 2 en Great British Railway Journeys op BBC 2 brachten me eigenlijk niet dat gevoel terug waarop ik had gehoopt. Wat Rail Away doet, is bijzondere spoorlijnen en hun geschiedenis in beeld brengen; gisteren onder andere de White Pass & Yukon lijn in Alaska, die eind 19de eeuw werd aangelegd in het kader van de Klondike goudkoorts. Heel interessant voor wie van spoorlijnen houdt, maar je reist niet mee.

In de BBC-serie ga je als kijker nog wel mee aan boord, samen met Michael Portillo, die zich laat leiden door de Bradshaw. Dat is het gerenommeerde Britse spoorboek (uitdrukkelijk geen boekje), dat in 1830 voor het eerst werd gepubliceerd als Bradshaw’s Railway Time Tables and Assistant to Railway Travelling. Maar het gaat hem niet om de treinreis maar om de plaatsen waar hij uitstapt – gisteren onder andere Southampton – en op de een of andere manier maakt Portillo op mij meer de indruk van een gladde verkoper van stedentripjes dan een reiziger. Misschien ook omdat hij geen koffer bij zich heeft.

Maar dan Russia on Four Wheels, ook op BBC 2. Weliswaar geen trein, maar wel een echte, ouderwetse reis, met regen en modder, en mensen. Twee Britten, Anita Rani en Justin Rowlatt, maken vanuit het bijna-Olympische Sotsji per auto een reis door Rusland, elk apart, Rani naar Moermansk in het noorden, Rowlatt naar Karabash in het oosten, aan de grens met Kazachstan. Het aardige is dat hun reizen een thema hebben: de rit naar Moermansk is gericht op het moderne, rijke Rusland; die naar Karabash onderzoekt hoeveel er nog van de oude maatschappij over is. Aardig detail is dat hun auto’s ook op die thema’s zijn geselecteerd. Rani rijdt in een dik-gepantserde Kombat T98, een soort over-the-top Hummer (ja, dat is heel erg), en Rowlatt in een 37 jaar oude UAZ 469, een Sovjet-jeep. In Sovjet-stijl gaat de jeep geregeld kapot (en Rowlatt neemt dan ook een keer een zeer comfortabele trein).

Onderweg stoppen ze geregeld om te praten met mensen die naar Stalin terugverlangen of juist de macht van het geld hebben leren kennen en meer, meer, meer zaken willen doen, liefst met Duitsland. Rowlatt ontmoet bijvoorbeeld in Volgograd, het vroegere Stalingrad, twee veteranen, de borst onwaarschijnlijk volgeprikt met onderscheidingen, die in 1943 Hitlers leger hielpen verslaan. Rani hoort in Kaluga dat niemand bezwaar heeft tegen de komst van de Volkswagenfabriek. Integendeel, „we houden van hen”, want de Duitsers staan voor economisch succes.

Volgende week schrijf ik niet meer over televisie, maar ik ga zeker het tweede deel zien.