Openheid over tarieven in de zorg is in ieders belang

Openheid over tarieven in de zorg kan een belangrijke bijdrage leveren aan het kostenbewustzijn bij de consument en daarmee aan de beheersing van de uitgaven in deze sector. Helaas is het met die openheid maar matig gesteld.

Daarom heeft de toezichthouder DBC Onderhoud vandaag een belangrijke stap gezet door de gemiddelde tarieven te publiceren die ziekenhuizen rekenen voor alledaagse behandelingen als een staaroperatie of een poliklinische ingreep. DBC Onderhoud, dat sinds dit jaar formeel onder de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) valt, geeft daarmee gehoor aan de roep, van de NZa bijvoorbeeld, om de patiënt meer duidelijkheid te geven over ziekenhuistarieven.

Kostenbeheersing in de zorg is vanzelfsprekend een belang en een taak van de zorgverzekeraars. Maar in toenemende mate zijn de tarieven ook relevant voor de patiënt. Al was het maar omdat iedereen een verplicht eigen risico heeft, dat dit jaar 360 euro bedraagt. Dat moet eerst ‘op’ voordat de verzekeraar de patiënt zijn kosten vergoedt. Een bedrag dat tot 860 euro kan oplopen voor wie een vrijwillig eigen risico heeft gekozen. De patiënt moet dus bijvoorbeeld kunnen afwegen of hij voor een ingreep naar het ziekenhuis gaat, een afdeling voor spoedeisende hulp of toch maar naar de goedkopere huisarts. Bovendien moet de patiënt kunnen overwegen of hij naar ziekenhuis A gaat of naar het goedkopere ziekenhuis B. Kosten moeten, naast andere praktische of kwalitatieve overwegingen, daarbij een rol kunnen spelen.

Maar dan moet de consument de tarieven wel kennen. Niet dat ze geheim zijn; wie ernaar informeert bij zijn zorgaanbieder, krijgt antwoord. Bovendien voorzien de nota’s die het ziekenhuis en/of de specialist of de verzekeraar toesturen in deze informatie. Zij het achteraf en voorzover de patiënt wijs kan worden uit de gegevens die daarop staan: een of meer van de 4.000 ‘zorgproducten’ die het systeem (DBC/DOT geheten) sinds twee jaar kent.

Echte openbaarheid bestaat uit informatie vooraf en geeft bovendien de mogelijkheid om tarieven te vergelijken. Waarom zouden ziekenhuizen – en andere zorgaanbieders – geen tarieflijsten in hun wachtkamers ophangen of via hun websites bekendmaken?

Het leeuwendeel van de kosten van de ziekenhuiszorg, die voor dit jaar op 23 miljard euro worden geraamd, wordt betaald door de zorgverzekeraars. Maar eigenlijk door alle burgers, via de premies die zij verplicht en deels vrijwillig maandelijks of jaarlijks aan de verzekeraar afdragen. Actievere openbaarheid over de tarieven in de zorg, en zeker die van ziekenhuizen en medisch specialisten, is dus een evident algemeen belang.