Nieuwjaarstoespraak 2014

Eind vorig jaar hebben de directie en de hoofdredactie het strategisch plan gepresenteerd voor NRC Media. Het is een ambitieus plan dat ertoe moet leiden dat NRC de volgende jaren meer dan ooit een leidende positie inneemt in het Nederlandse medialandschap. Het plan legt een grote nadruk op de omslag naar de digitale wereld.

Beste collega’s,
Dames en heren,

Eind vorig jaar hebben de directie en de hoofdredactie het strategisch plan gepresenteerd voor NRC Media. Het is een ambitieus plan dat ertoe moet leiden dat NRC de volgende jaren meer dan ooit een leidende positie inneemt in het Nederlandse medialandschap. Het plan legt een grote nadruk op de omslag naar de digitale wereld.

Dat is noodzakelijk én uitdagend. Een deel van onze bestaande lezers heeft zich afgewend van papier. En nieuwe lezers zoeken hun informatie grotendeels op digitale dragers. Het strategisch plan moet ons helpen om onze organisatie aan te passen aan deze werkelijkheid. Laat ons die onder ogen zien. In het medialandschap voltrekt zich geen evolutie maar een revolutie.

In een revolutie zijn er kansen maar er zijn ook verliezers. Kranten, de traditionele broedplaats van journalistiek, verdwijnen. Het meest recente voorbeeld daarvan is The Independent in Londen, waarvan de verkoopcijfers de voorbije jaren drastisch waren gedaald. De zoektocht naar een nieuwe eigenaar is al maanden vruchteloos. De kans dat de krant verdwijnt, of misschien enkel verder bestaat als een digitale publicatie is reëel.

Moeten we betreuren dat papier verdwijnt? Neen. In eerste instantie niet. Ik denk niet dat een van ons in het vak is gestapt om wit papier zwart te maken. We houden met zijn allen van dit vak omdat we aan journalistiek willen doen. Als er in plaats van papier een betere drager is om onze verhalen te vertellen - een iPad, een smartphone, of straks misschien de binnenkant van een bril, dan omarmen we die met vreugde en vrolijk enthousiasme.

Om maar te zeggen, dames en heren, collega’s, het gaat niet om de drager. Hoeveel we ook praten over de digitale omslag, over de site en de apps, over mogelijke nieuwe digitale initiatieven, over de mogelijkheden om verhalen te bundelen in de nrc reader of om artikelen per stuk te verkopen: het gaat om de inhoud. Het gaat om wat wij hier met zijn allen, redacteuren en medewerkers, van NRC maken. Het gaat om de journalistiek.

Laat ons die journalistiek eens wat nader bekijken. Gaat het daarmee slecht? Neen. Ook in dit land bloeit de journalistiek als nooit tevoren. Nooit zijn we zo snel geïnformeerd over breaking news via Twitter. Nooit hebben we zoveel gekeken naar debatprogramma’s op de Nederlandse televisie. Nooit konden we dankzij de voortschrijdende digitalisering via een app als die van de Huffington Post Frankrijk zo makkelijk kennis nemen van wat Franse filosofen zeggen over Syrië, op onze digitale editie van The New York Times lezen wat Paul Krugman zegt over de euro en op een Japanse site het doen en laten volgen van een schrijver als Murakami.

In de grote en diverse tuin die de journalistiek al altijd is geweest bloeien vooral de bloemen van de opinievorming. Het debat, dat bloeit. De beoordelingscultuur waarin we zeggen wat we van de dingen vinden, bloeit. Recenseren en becommentariëren, dat bloeit ook.

Nooit in de geschiedenis van de Nederlandse media waren er zoveel columnisten. En begrijp me niet verkeerd. Ik hou van dat alles. Ik verslind veel van die meningen. Ik ben trots op veel collega’s en medewerkers van NRC Handelsblad en nrc.next die prachtig recenseren en heerlijke columns schrijven en met trots lanceerde de hoofdredactie van deze krant twee jaar geleden de Heldringprijs voor de beste Nederlandse columnist.

Leve de meningen, leve het debat. Leve de digitale dragers die een ideaal platform vormen voor deze vorm van journalistiek.

Ook met een tweede poot van de journalistiek gaat het zonder meer goed. Hier heb ik het over de duiding. Hoe zit het juist met de gentherapie? Of hoe geraakte Syrië alweer in die vreselijke oorlog? Wat is de positie van Groot-Brittannië in het Europese debat. En onder welke omstandigheden kan ABN Amro naar de beurs?

Dat soort journalistiek blijft het in print en op het internet goed doen. Genuanceerde duiding staat soms onder druk omdat met minder mensen en middelen op redacties de tijd soms ontbreekt om specialisaties te ontwikkelen. Maar ik zie ook in Nederland nog dagelijks veel uitstekende voorbeelden van degelijke en goede duiding.

Waar ik me zorgen over maak is een andere aspect van de journalistiek. Niet over de meningsvorming en niet over duiding. Wel over onderzoeksjournalistiek. Of laat mij een wat bredere term gebruiken: uitzoekjournalistiek. Want zeggen dat die uitzoekjournalistiek onder druk staat is inderdaad een open deur intrappen.

Er wordt, ook in dit land veel gepraat over onderzoeksjournalistiek. Maar de mate waarin er over gepraat wordt is omgekeerd evenredig met de mate waarin er aan wordt gedaan.

Daar zijn veel redenen voor. Uitzoekjournalistiek is in veel gevallen lastig. Uitzoekjournalisten moeten uit een wel erg bijzonder hout zijn gesneden. Je bent weken of soms maanden met iets bezig zonder te weten waartoe het zal leiden. Met onderzoeksjournalistiek zet je je reputatie op het spel. En je wordt als krant niet meteen beloond voor onderzoeksjournalistiek.

Vorig jaar hebben we met NRC geweldige onderzoeksverhalen gemaakt over de SNS-bank, de NSA, de PVV, de Rabobank, de kunstensector, het Internationaal Olympisch Comité, de zorg, de opvolging van de trainer van Oranje, mosliminternaten, mijnheer Janssen Steur en ik kan nog mooie voorbeelden van uitstekende uitzoekjournalistiek opnoemen.

Op deze ingeslagen weg willen we dit jaar enthousiast verder gaan. Meer journalistiek. Ja, we willen excelleren in debat en opinie. Ja, we willen de best mogelijke duiding geven. Maar we willen vooral de krant zijn die op papier en digitaal tegels licht. Grote en kleine. Die onderzoekt. Die aan waarheidsvinding doet. Die daardoor tegen de haren instrijkt. Die doet wat anderen steeds minder doen maar dat waarvoor de journalistiek is uitgevonden: vertellen aan de lezers wat er echt aan de hand is.

Beste collega’s, denk daarbij niet alleen maar aan verhalen met een omvang als NSA of SNS. Next.checkt is op vele dagen een mooi voorbeeld van puntige uitzoekjournalistiek. Of het project waarbij een redacteur van next enkele dagen onvindbaar probeerde te zijn. Of een bekroonde column als die van Folkert Jensma die boordevol nieuws over de juridische wereld zit. Of een kort maar gedegen onderzoekje naar de toestand van boekhandel Polare. Of,… vul maar in. Of we dat soort uitzoekjournalistiek op papier of op het scherm van een laptop naar onze lezer brengen doet er dan niet toe.

Dames en heren.

NRC is de plek voor feiten, duiding, debat, en meer dan ooit dus voor onderzoeks- of uitzoekjournalistiek. Of we daar, ongetwijfeld met vallen en opstaan, al dan niet ook in 2014 in zullen slagen, hangt van af van veel factoren. Om te beginnen van het juist toewijzen van middelen. Van het resultaat ook op lezers- en op advertentiemarkt. Maar het zal vooral afhangen van ons: de redactie en de medewerkers van deze geweldige krant.

Midden in een revolutie die zich bruusk voltrekt in de media blijf ik met hart en ziel geloven in een nieuwsorganisatie als die van NRC. Omdat ik geloof in de creativiteit en de kracht van de mensen die voor NRC werken.

Ik dank u